- Bij een buitenlands element bepaalt Brussel II-ter (Verordening 2019/1111) bevoegdheid en erkenning binnen de EU.
- Rome III (Verordening 1259/2010) bepaalt het toepasselijk recht — vaak met een mogelijke rechtskeuze.
- Litispendentie: de rechtbank die het eerst werd geadieerd krijgt voorrang — timing is strategisch.
- Binnen de EU: vaak erkenning zonder exequatur. Buiten de EU: meestal een aparte procedure.
- Kinderontvoering valt onder het Haags Verdrag van 1980 — richttermijn 6 weken voor terugkeerbeslissing.
- Alimentatie kan grensoverschrijdend worden ingevorderd via Verordening 4/2009 en het Haags Alimentatieverdrag 2007.
- Een internationale scheiding kost vaak €5.000 tot €20.000 of meer — vroeg advies vermijdt strategische fouten.
Internationale aspecten bij scheiding
Een internationale scheiding is in België aan de orde zodra er een buitenlands element in uw dossier zit. Dat kan gaan om verschillende nationaliteiten, een huwelijk in het buitenland, een verblijf in een ander land, kinderen die over de grens wonen, of goederen in meerdere landen. In zulke dossiers volstaat het niet om alleen naar het Belgisch familierecht te kijken. De eerste vragen zijn meestal: welke rechtbank is bevoegd, welk recht is van toepassing, en hoe laat u een buitenlandse beslissing erkennen in België?
Voor koppels met een link met meerdere landen spelen vaak Europese regels en internationale verdragen samen. Denk aan Brussel II-ter voor bevoegdheid en erkenning binnen de EU, Rome III voor het toepasselijk recht op de echtscheiding, en bijkomende regels voor alimentatie, ouderlijk gezag en vermogenskwesties. Buiten de EU gelden vaker nationale regels, verdragen en procedures zoals erkenning of exequatur.
Dat maakt timing erg belangrijk. In internationale dossiers kan de rechtbank die het eerst geldig wordt geadieerd doorslaggevend zijn. Die prioriteitsregel kan een grote invloed hebben op de procedure, de duurtijd en soms zelfs op de praktische uitkomst. Wie te laat advies inwint, verliest soms strategische mogelijkheden.
Ook na de uitspraak stopt het werk vaak niet. Een echtscheidingsvonnis moet soms nog erkend worden in een ander land, ingeschreven worden in de registers van de burgerlijke stand, of uitvoerbaar worden verklaard voor alimentatie of vermogensafspraken. Zeker bij landen buiten de EU is een correcte dossieropbouw met vertalingen, legalisaties of apostille vaak essentieel.
Hebt u kinderen, dan wordt het nog gevoeliger. Bij verhuis naar het buitenland of een conflict over verblijf kan een dossier raken aan internationale kinderontvoering, met eigen regels onder het Haagse Verdrag van 1980. Meer over kinderen leest u ook op onze pagina over kinderen en scheiding.
Zoekt u eerst een algemeen overzicht van de scheidingsprocedure? Bekijk dan ook de scheidingsprocedure in detail. Gaat het om een echtscheiding met onderling akkoord, dan kunnen onze EOT-tool, echtscheiding met onderling akkoord en onze EOT-expertise relevant zijn.
Brussel II-ter: bevoegdheid in detail
Binnen de EU is de bevoegdheid voor echtscheiding in belangrijke mate geregeld door Brussel II-ter, de Europese Verordening 2019/1111. Die verordening is relevant voor echtscheiding, ouderlijke verantwoordelijkheid en bepaalde aspecten van internationale kinderzaken. Zij is van toepassing sinds 1 augustus 2022.
Voor een internationale scheiding binnen de EU wordt de bevoegde rechtbank doorgaans bepaald aan de hand van aanknopingspunten zoals de gewone verblijfplaats van de echtgenoten. In de praktijk komen vaak deze bevoegdheidsgronden terug:
- de gewone verblijfplaats van beide echtgenoten;
- de laatste gewone verblijfplaats, als één van beiden daar nog woont;
- de gewone verblijfplaats van de verweerder;
- bij een gemeenschappelijk verzoek: de gewone verblijfplaats van één van beide echtgenoten;
- in bepaalde gevallen: de gemeenschappelijke nationaliteit van beide echtgenoten.
Voor Belgische dossiers is vooral van belang dat de Belgische familierechtbank bevoegd kan zijn als België de gewone verblijfplaats van één of beide echtgenoten is, of wanneer andere Europese bevoegdheidscriteria vervuld zijn.
Daarnaast geldt het principe van litispendentie of lis alibi pendens: wanneer in twee lidstaten procedures tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp lopen, krijgt in principe de rechtbank die eerst werd geadieerd voorrang. De tweede rechtbank moet dan meestal wachten of zich onbevoegd verklaren. Dat verklaart waarom snel en correct procederen in internationale dossiers zo belangrijk is.
Sinds de Brexit ligt het anders voor het Verenigd Koninkrijk. Het VK valt niet langer onder Brussel II-ter. Daardoor moet men voor dossiers met een link met Engeland, Wales, Schotland of Noord-Ierland nagaan welke verdragen of nationale regels van toepassing zijn. Daarbij wordt vaak verwezen naar Haagse instrumenten, maar de precieze actuele verhouding moet per dossier worden nagekeken.
Rome III: keuze toepasselijk recht
Bevoegdheid is niet hetzelfde als toepasselijk recht. Ook als een Belgische rechtbank bevoegd is, betekent dat niet automatisch dat Belgisch recht op de echtscheiding van toepassing is. Voor deelnemende EU-landen speelt hier Rome III, namelijk Verordening 1259/2010.
Rome III laat echtgenoten in bepaalde gevallen toe een rechtskeuze te maken. Zij kunnen meestal kiezen voor het recht van:
- de staat waar zij hun gewone verblijfplaats hebben;
- de staat van hun laatste gewone verblijfplaats, onder voorwaarden;
- de nationaliteit van één van de echtgenoten;
- het recht van het forum, dus het land waar de procedure wordt gevoerd.
Als er geen rechtskeuze is gemaakt, werkt Rome III met een hiërarchie. Dan kijkt men doorgaans eerst naar de gewone verblijfplaats, vervolgens naar de laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats, daarna naar de gemeenschappelijke nationaliteit, en pas daarna naar het forumrecht (de getrapte aanknoping van art. 8 Rome III-Verordening).
Belangrijk is dat niet alle EU-landen deelnemen aan Rome III. Het systeem geldt dus niet uniform in heel Europa. Het VK neemt niet deel en ook Denemarken niet. Daardoor kunnen gemengde dossiers met een niet-deelnemende staat extra complex zijn.
Voor u betekent dit vooral dat de vraag “welk recht geldt?” nooit mag worden verondersteld. In een internationale scheiding kan de keuze van toepasselijk recht gevolgen hebben voor de voorwaarden van de scheiding, de procedurele aanpak en soms de onderhandelingspositie.
Erkenning buitenlands echtscheidingsvonnis
Hebt u al een echtscheidingsvonnis in het buitenland verkregen, dan rijst vaak de vraag of dat vonnis ook in België gevolgen heeft. Dat is cruciaal als u uw burgerlijke staat wilt aanpassen, opnieuw wilt huwen, of de echtscheiding tegenover Belgische instanties wilt laten gelden.
Binnen de EU
Voor veel echtscheidingsbeslissingen uit andere EU-lidstaten geldt onder Brussel II-ter een systeem van erkenning zonder exequatur. Dat betekent dat een vonnis in principe automatisch erkend kan worden, zonder aparte procedure om de beslissing uitvoerbaar te laten verklaren, al kunnen voor de praktische verwerking wel documenten nodig zijn.
Buiten de EU
Voor beslissingen uit landen buiten de EU is het vaak anders. Dan moet worden nagegaan of een erkenningsprocedure of een exequatur nodig is via de Belgische familierechtbank. Welke route geldt, hangt af van het land van herkomst, de aard van de beslissing en eventuele verdragen.
Inschrijving in de burgerlijke stand
Zelfs als een buitenlandse echtscheiding erkend wordt, is vaak nog een inschrijving of overschrijving in de registers van de burgerlijke stand nodig voor volle praktische werking in België. Pas dan is de ontbinding van het huwelijk ook administratief correct verwerkt.
Per land: EU, Marokko en Turkije
EU-landen: doorgaans vlottere erkenning via de Europese regels, mits correcte stukken.
Marokko: bij de zoekintentie rond erkenning echtscheiding Marokko is vooral van belang dat een Marokkaanse echtscheidingsbeslissing in België niet automatisch dezelfde administratieve uitwerking heeft. Vaak moet men bewijs leveren van de definitieve beslissing, een beëdigde vertaling voorzien en nagaan of apostille of legalisatie vereist is. De precieze formaliteiten verschillen per land.
Turkije: ook hier moet meestal bekeken worden of de Turkse beslissing in België kan worden erkend volgens het Belgische internationaal privaatrecht en of bijkomende formaliteiten nodig zijn voor inschrijving.
Benodigde documenten en timing
In de praktijk vraagt men vaak:
- het buitenlandse vonnis of de akte;
- bewijs dat de beslissing definitief is;
- een beëdigde vertaling;
- apostille of legalisatie, indien vereist;
- identiteits- en burgerlijke stand-documenten.
Een erkennings- of exequaturdossier kan volgens de complexiteit ongeveer 2 tot 6 maanden duren. Dat is een richttermijn, geen garantie.
Exequaturprocedure in de praktijk
Voor buitenlandse beslissingen die niet automatisch uitvoerbaar zijn in België, kan een exequatur nodig zijn. Daarbij onderzoekt de Belgische rechter onder meer of de buitenlandse beslissing verenigbaar is met de openbare orde, of de rechten van verdediging zijn gerespecteerd en of er geen onverenigbare Belgische beslissing bestaat.
Praktisch omvat zo’n procedure vaak:
- neerlegging van het verzoekschrift;
- toevoeging van het buitenlandse vonnis;
- beëdigde vertaling;
- apostille of legalisatie indien nodig;
- betaling van de geldende griffierechten;
- behandeling voor de familierechtbank;
- nadien uitvoering of inschrijving.
Internationale kinderontvoering (Haagse 1980)
Bij internationale scheidingen met kinderen is één van de meest dringende risico’s een internationale kinderontvoering. Daarmee bedoelt men meestal dat een kind ongeoorloofd wordt meegenomen naar of achtergehouden in een ander land, in strijd met het gezags- of verblijfsrecht.
Hiervoor is het Verdrag van Den Haag van 25 oktober 1980 inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale kinderontvoering van groot belang. Dit verdrag geldt in een groot aantal landen wereldwijd, inmiddels in meer dan 100 staten.
De bedoeling van het verdrag is niet om onmiddellijk te beslissen bij welke ouder het kind definitief moet wonen, maar wel om een snelle terugkeer naar het land van de gewone verblijfplaats mogelijk te maken wanneer een overbrenging of achterhouding ongeoorloofd was.
In België verloopt een aanvraag vaak via de centrale autoriteit, met betrokkenheid van de FOD Justitie. In de praktijk gebruikt men soms ook de afkorting IKO voor internationale kinderontvoering, wat aansluit bij zoektermen zoals “iko kinderontvoering”.
Hoe een advocaat dit aanpakt
Een advocaat in internationale kinderontvoering werkt meestal op vier sporen:
- spoedinschatting: is er sprake van ongeoorloofde overbrenging of achterhouding;
- bewijsopbouw: gezagsrechten, gewone verblijfplaats, reisbewegingen, school- en medische gegevens;
- centrale autoriteit en procedure: opstarten van het terugkeertraject;
- parallelle kindermaatregelen: contactregeling, voorlopige maatregelen en bescherming van het kind.
Het verdrag streeft naar een snelle behandeling, met een richttermijn van 6 weken voor een terugkeerbeslissing. Die termijn wordt in de praktijk niet altijd gehaald, maar snelheid blijft een kernprincipe.
Uitzonderingen: artikel 13
Een terugkeer is niet absoluut. Artikel 13 voorziet uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer een ernstig risico bestaat dat de terugkeer het kind blootstelt aan lichamelijke of geestelijke schade, of het kind in een ondraaglijke toestand brengt. Dergelijke excepties worden strikt beoordeeld.
Meer verdieping over kinderen en internationale ouderlijke conflicten vindt u op onze pagina over kinderen en scheiding.
Internationale alimentatie-invordering
Alimentatie stopt niet aan de grens. Als een ex-partner in een ander land woont en onderhoudsbijdragen niet betaalt, bestaan er Europese en internationale instrumenten om invordering mogelijk te maken.
Binnen de EU is Verordening 4/2009 over onderhoudsverplichtingen belangrijk. Die verordening regelt onder meer bevoegdheid, erkenning en uitvoering van beslissingen over alimentatie.
België werkt daarnaast met centrale autoriteiten voor grensoverschrijdende invordering. In uw dossier moet nagegaan worden welke dienst bevoegd is en hoe de aanvraag wordt ingediend.
Buiten de EU hangt veel af van verdragen. Daarbij kan het Haags Alimentatieverdrag 2007 een rol spelen, naast eventuele bilaterale akkoorden. De mogelijkheden verschillen dus sterk naargelang het land waar de onderhoudsplichtige verblijft.
Gaat het specifiek om onbetaalde alimentatie, lees dan ook wat te doen bij niet-betaling van alimentatie.
Internationale huwelijksvermogensregels
Een internationale scheiding raakt vaak niet alleen de burgerlijke staat, maar ook het huwelijksvermogen: woning, spaargelden, ondernemingen, schulden en buitenlandse goederen.
Voor bepaalde internationale dossiers binnen de EU is Verordening 2016/1103 over huwelijksvermogensstelsels relevant. Die regels zijn sinds 29 januari 2019 van toepassing. Zij bepalen onder meer welk recht het huwelijksvermogen beheerst en in welke mate echtgenoten een rechtskeuze kunnen maken.
Vaak kan gekozen worden voor het recht van de nationaliteit of van de gewone verblijfplaats onder bepaalde voorwaarden. Zonder keuze moet men kijken naar de relevante aanknopingsfactoren, zoals de eerste gemeenschappelijke verblijfplaats na het huwelijk.
Meer over vermogen en verdeling leest u op onze pagina over de verdeling van het vermogen. Voor een internationale link met nalatenschappen kan later ook onze pagina over erfrecht nuttig zijn.
Praktische tips
Bij een internationale scheiding is vroeg gespecialiseerd advies bijzonder belangrijk. Niet om het conflict te vergroten, maar om fouten te vermijden. Soms maakt de keuze van forum of timing een groot verschil.
Verzamel zo snel mogelijk alle relevante documenten:
- huwelijksakte;
- geboorteakten van de kinderen;
- buitenlandse vonnissen of aktes;
- bewijs van verblijfplaats;
- documenten over inkomen en vermogen;
- apostille of legalisatie waar nodig;
- beëdigde vertalingen.
Controleer ook of u een tolk nodig hebt voor procedurestukken of zittingen. Dat voorkomt vertraging en misverstanden.
Qua kosten ligt een internationale scheiding meestal hoger dan een zuiver Belgische procedure. Door vertalingen, buitenlandse documenten, extra zittingen en complexere analyses kan een dossier in totaal al snel €5.000 tot €20.000 of meer kosten. Dat is sterk afhankelijk van betwisting, kinderen, vermogen en het aantal betrokken landen.
Zoekt u een minnelijk traject, bekijk dan ook scheiden zonder akkoord, onze EOT-tool, echtscheiding met onderling akkoord en onze EOT-expertise.
Een internationaal scheidingsdossier?
Bel 050 67 32 06 of plan online een gesprek — wij bekijken samen bevoegdheid, toepasselijk recht en de juiste strategie.