Cookie Instellingen

    Wij gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren en om onze diensten te optimaliseren. U kunt uw voorkeuren hieronder aanpassen.

    Noodzakelijke Cookies

    Deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website en kunnen niet worden uitgeschakeld.

    U kunt uw cookie-instellingen op elk moment aanpassen via de footer van onze website.

    WhatsApp
    Familierecht • Huisvesting

    Huisvesting na scheiding: wie blijft wonen, huren of tijdelijk opvangen?

    Scheiden is vaak meteen een woonprobleem. Wie blijft in de gezinswoning? Wat met de huurwoning? Op deze pagina vindt u de regels rond art. 215 B.W., art. 1253ter/3 Ger.W., woonstvergoeding, sociale huisvesting en noodopvang in Vlaanderen.

    • Art. 215 B.W. — bescherming gezinswoning
    • Art. 1253ter/3 Ger.W. — voorlopige maatregelen
    • Vlaams Woninghuurdecreet (sinds 1/1/2019)
    • Vlaamse Wooncode — sociale huisvesting

    Vrijblijvend · gratis kennismakingsgesprek · antwoord binnen 1 werkdag

    • ★ 4,9/5 (322+ reviews)
    • 4.000+ dossiers beoordeeld
    • 6 kantoren
    Mr. Chanel Ribas Colomar — advocaat familierecht, Balie van Brugge
    EOT vanaf
    €599 + 21% BTW
    B.W. — gezinswoning
    Art. 215
    Wachttijd sociale huur
    2-7 jaar
    322+ reviews
    4,9/5
    Kantoren
    6
    In het kort
    • Huisvesting na scheiding loopt in 3 fasen: acuut (veiligheid), tijdelijk (stabiliteit), permanent (duurzaamheid).
    • De gezinswoning is beschermd via art. 215 B.W. — geen eenzijdige beslissingen.
    • De familierechter kan via art. 1253ter/3 Ger.W. voorlopig beslissen wie in de woning blijft.
    • Bij huur zijn beide echtgenoten vaak gehouden tegenover de verhuurder, ook als maar één tekende.
    • Wie alleen blijft in de gemeenschappelijke woning kan een woonstvergoeding verschuldigd zijn (vaak ±50% huurwaarde).
    • Sociale huisvesting in Vlaanderen via een woonmaatschappij (hervorming sinds 1/1/2023).
    • Bij acute nood: CAW, OCMW, vluchthuis of 1712 — niet eerst discussiëren over eigendom.

    Drie fasen huisvesting na scheiding

    Bij een scheiding verloopt huisvesting meestal in drie fasen. Wie dat goed begrijpt, kan sneller de juiste beslissing nemen.

    Fase Timing Typische oplossing Prioriteit
    Fase 1: acuut dagen noodopvang, CAW, OCMW, vluchthuis, familie of vrienden veiligheid
    Fase 2: tijdelijk weken tot maanden voorlopige maatregelen, doorgangswoning, korte huur, co-ouderschapsregeling stabiliteit
    Fase 3: permanent maanden en langer definitieve toewijzing, eigen huurwoning, sociale woning, aankoop of uitkoop duurzaamheid

    In fase 1 gaat het om overleven en veiligheid. Is er geweld, dreiging, escalatie of onmiddellijke dakloosheid, dan moet u niet eerst discussiëren over eigendom of huurcontract. Dan zijn CAW, OCMW, noodopvang of een vluchthuis de juiste eerste stap. Bij intrafamiliaal geweld kunt u terecht via 1712.

    In fase 2 zoekt u een werkbare tussenoplossing. Dat kan via voorlopige maatregelen door de familierechtbank op basis van art. 1253ter/3 Ger.W. De rechter kan tijdelijk bepalen wie in de woning blijft, wie de lasten betaalt en hoe de kinderen verblijven.

    In fase 3 werkt u naar een duurzame woonoplossing: één partner neemt de gezinswoning over, de woning wordt verkocht, u huurt privé, u schrijft zich in bij een woonmaatschappij of u koopt later opnieuw iets aan.

    Veelgemaakte fout
    De grootste fout is fase 1 proberen op te lossen alsof men al in fase 3 zit. Eerst veiligheid en rust, dan pas de definitieve regeling.

    Wie blijft in de gezinswoning?

    De vraag “wie blijft in het huis?” is bijna altijd de eerste grote knoop. Juridisch onderscheidt u bescherming van de gezinswoning, tijdelijke toewijzing tijdens de procedure en definitieve regeling bij de verdeling.

    Bescherming via art. 215 en 221 B.W.

    Art. 215 B.W. bepaalt dat een echtgenoot niet zomaar alleen kan beschikken over de woning die dient tot voornaamste gezinsverblijf. Ook wanneer de woning eigendom is van één echtgenoot alleen, blijft die bescherming relevant zolang het om de gezinswoning gaat. In de praktijk wordt ook vaak verwezen naar art. 221 B.W. als basis voor het recht op gezinswoning binnen de lopende gezinssituatie.

    Voorlopige toewijzing door de familierechter

    Tijdens de scheidingsprocedure kan de familierechter via art. 1253ter/3 Ger.W. voorlopige maatregelen opleggen. De rechter beslist dan tijdelijk wie het exclusieve gebruik van de gezinswoning krijgt — vooral als één partner al vertrokken is of als samen blijven wonen niet meer haalbaar is. Bij die beoordeling kijkt de rechter meestal naar:

    • het kinderbelang
    • het hoofdverblijf van de kinderen
    • de professionele activiteit van beide partners
    • de financiële draagkracht
    • de gezondheidstoestand
    • de concrete leefbaarheid van de situatie,
    • soms ook wie de feitelijke breuk heeft ingezet (zelden doorslaggevend).

    Wanneer kinderen hoofdzakelijk bij één ouder verblijven, krijgt die ouder vaak een sterk argument om voorlopig in de gezinswoning te blijven. Meer over het kinderbelang op onze pagina over ouderschap.

    Preferentiële toewijzing bij verdeling

    Bij de definitieve verdeling kan sprake zijn van een preferentiële toewijzing van de gezinswoning. Eén echtgenoot kan voorrang krijgen om de woning over te nemen, vaak de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben. Geen absoluut recht, wel een belangrijk juridisch mechanisme.

    Woonstvergoeding

    Wie de woning na de feitelijke breuk of tijdens de procedure alleen blijft gebruiken, kan een woonstvergoeding verschuldigd zijn voor het exclusieve genot van een gemeenschappelijk goed. In de praktijk wordt vaak aangeknoopt bij ongeveer 50% van de objectieve huurwaarde. Voor uitkoop, waardering en de verdeeltaks van 1%: zie onze pagina over de gezinswoning.

    Belangrijk
    Wie voorlopig in het huis mag blijven, wordt daardoor niet automatisch alleen eigenaar. Art. 215, 221 B.W. en art. 1253ter/3 Ger.W. regelen bescherming en gebruik, niet vanzelf de eigendomsoverdracht.

    Huurwoning bij scheiding

    Bij een huurwoning ontstaan vaak misverstanden. Veel mensen denken dat alleen de persoon die het huurcontract tekende, gebonden is. Bij scheiding klopt dat vaak niet.

    Bij huwelijk en in veel gevallen ook bij wettelijk samenwonen zijn beide partners juridisch mee betrokken bij de huur van de gezinswoning, ook als oorspronkelijk maar één van beiden tekende, en zelfs als dat contract al liep vóór het huwelijk. Voor Vlaanderen is het Vlaamse Woninghuurdecreet van toepassing sinds 1 januari 2019.

    Praktische gevolgen

    • u bent vaak beiden gehouden tegenover de verhuurder;
    • één partner kan de huur niet zomaar alleen “stopzetten”;
    • een eenzijdige opzegging lost de aansprakelijkheid niet op tegenover de verhuurder;
    • pas na de correcte juridische beëindiging en, bij echtscheiding, vaak pas vanaf de inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, valt de ex-partner niet langer onder dezelfde aansprakelijkheid als echtgenoot-bewoner.

    De beste praktische oplossing is vaak een addendum bij het huurcontract, waarin verhuurder en beide huurders bevestigen dat één partner de huur alleen voortzet en dat de andere wordt ontslagen uit zijn verbintenissen vanaf een duidelijke datum. Zonder akkoord van de verhuurder lukt dat meestal niet.

    Let ook op deze punten

    • huurwaarborg: wie heeft die betaald en hoe wordt die verdeeld?
    • opzegtermijn: geldt die nog en vanaf wanneer?
    • eindstaatbeschrijving: wordt die correct opgemaakt?
    • achterstallen of schade: wie draagt wat intern tussen ex-partners?

    Bij conflict over het huurcontract is doorgaans de vrederechter bevoegd. De familierechter kan in het kader van art. 1253ter/3 Ger.W. wel bepalen wie voorlopig in de woning verblijft, maar dat is niet hetzelfde als het huurcontract herschrijven.

    Kort gezegd
    Uit de woning vertrekken is niet hetzelfde als uit het huurcontract verdwijnen. Laat dat altijd formeel regelen.

    Sociale huisvesting in Vlaanderen — voorrang en wachttijden

    Voor veel mensen is sociale huisvesting na een scheiding geen “laatste optie”, maar de enige realistische optie. Zeker als één inkomen wegvalt of de privémarkt te duur is.

    In Vlaanderen schrijft u zich vandaag in bij een woonmaatschappij. Sinds 1 januari 2023 zijn de vroegere sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren hervormd in dat nieuwe model. De basisregels blijven verbonden aan de Vlaamse Wooncode.

    Typische voorwaarden

    • u voldoet aan de inkomensvoorwaarden;
    • u bezit of gebruikt in principe geen andere geschikte woning;
    • u bent ingeschreven in het bevolkingsregister;
    • u voldoet aan de regels rond taalbereidheid / kennis Nederlands;
    • uw gezinssamenstelling en woonnood worden correct aangetoond.

    Een belangrijke standaardregel is de lokale binding: vaak krijgt u voorrang als u in de voorbije tien jaar minstens vijf jaar in de betrokken gemeente of regio ingeschreven was.

    Versnelde toewijzing

    Daarnaast bestaat er versnelde toewijzing voor een beperkt deel van het aanbod, vaak tot 20%, voor bepaalde doelgroepen:

    • dakloze personen;
    • jongeren in begeleid zelfstandig wonen;
    • personen met psychische of psychosociale problemen;
    • mensen in zeer slechte woonomstandigheden;
    • mensen met speciale sociale omstandigheden, waaronder soms ook gescheiden ouders met kinderen.

    De wachttijd verschilt sterk per regio en woningtype. Reken in de praktijk vaak op 2 tot 7 jaar, soms minder, soms veel langer. Schrijf u daarom zo vroeg mogelijk in.

    Een recente verbetering: gescheiden ouders die elk in sociale huisvesting wonen kunnen in bepaalde situaties beide de volledige gezinstoeslag ontvangen.

    Nieuwe woning zoeken — privé huurmarkt

    Wie niet in de gezinswoning kan blijven en niet meteen in aanmerking komt voor sociale huisvesting, komt meestal terecht op de privé huurmarkt. Die markt is snel, competitief en duur. Een goede voorbereiding maakt verschil.

    Huurdersdossier klaarhouden

    • identiteitskaart;
    • recente loonfiches of bewijs van inkomen;
    • bewijs van eventuele uitkering of onderhoudsbijdrage;
    • referenties van vorige verhuurder indien mogelijk;
    • bewijs dat u de huurwaarborg kunt stellen.

    In Vlaanderen bedraagt de huurwaarborg doorgaans maximaal 2 maanden huur. Kunt u dat niet meteen betalen, dan kan soms een OCMW helpen via een bankwaarborg of tussenkomst.

    Zoek breed en snel

    • Immoweb
    • Zimmo
    • Facebook Marketplace
    • lokale makelaars
    • lokale krantjes of gemeentelijke infobladen

    Wees ook alert voor discriminatie tegenover alleenstaande ouders of mensen met een uitkering. Dat is verboden, maar komt voor.

    Kijk na waar u recht op hebt

    • huursubsidie
    • huurpremie
    • installatiepremie
    • steun via OCMW of woonloket.

    De snelste woning is niet altijd de beste woning. Let op bereikbaarheid, schoolafstand en haalbare maandlast.

    Noodhuisvesting en tijdelijke opvang

    Soms is de vraag niet “welke woning kies ik?”, maar “waar slaap ik morgen?”. In zulke situaties is snelle hulp belangrijker dan perfecte planning.

    CAW

    • crisisopvang;
    • doorgangswoningen;
    • begeleiding bij woonnood;
    • hulp bij intrafamiliaal geweld.

    OCMW

    • noodhuisvesting;
    • financiële steun;
    • begeleiding door de sociale dienst;
    • hulp bij huurwaarborg of eerste inrichting.
    Bij huiselijk geweld
    Bij acute onveiligheid kan een vluchthuis nodig zijn. Toegang via 1712, CAW of politie. Wacht niet op een juridische regeling over eigendom of huur.

    In winterperiodes voorzien sommige steden bijkomende winteropvang. Terechtkunnen bij familie of vrienden kan helpen, maar let op de gevolgen van domiciliëring en de impact op uitkeringen. Controleer dat vooraf bij OCMW of uitbetalingsinstelling.

    Scheiden maar samen blijven wonen — kan dat?

    Ja, dat kan. Koppels blijven na de feitelijke breuk soms nog 3 tot 12 maanden onder hetzelfde dak wonen: in afwachting van verkoop, tot een uitkoop geregeld is, of om de kinderen tijdelijk stabiliteit te geven.

    Belangrijke aandachtspunten

    • privacy en aparte ruimtes;
    • gebruik van keuken, badkamer en leefruimte;
    • kostenverdeling;
    • afspraken over de kinderen;
    • communicatie naar school en omgeving.

    Sommige koppels kiezen voor een soort intern co-housingmodel met aparte verdiepingen of een opgesplitste woning. Tijdelijk haalbaar als het conflict laag blijft.

    Er is ook een domicilievraagstuk. Wie feitelijk gescheiden leeft, doet er vaak goed aan dat administratief te registreren — fiscaal en sociaalrechtelijk kan dat belangrijk zijn. Meer op onze fiscale pagina.

    Niet aangeraden bij
    Wij raden samen blijven wonen niet aan bij hoog conflict, manipulatie, controle of geweld. In conflictueuze ouderrelaties kan dat zelfs bijdragen tot vervreemding of ouderverstoting; zie onze pagina over kinderen.

    Financiële ondersteuning bij huisvesting

    Na een scheiding is woonnood vaak in de eerste plaats een budgetprobleem. Gelukkig bestaan er in Vlaanderen verschillende vormen van steun.

    Vorm van steun Wat is het? Voor wie?
    Huursubsidie maandelijkse tegemoetkoming na verhuis naar aangepaste of betere woning huurders met beperkt inkomen die aan voorwaarden voldoen
    Huurpremie steun voor wie lang op de wachtlijst voor sociale huisvesting staat ingeschreven kandidaten met inkomenstoets
    Installatiepremie eenmalige hulp bij herstart van wonen personen uit precaire of dakloze situatie
    OCMW huurwaarborg hulp of renteloze lening voor waarborg wie de waarborg niet zelf kan betalen
    Leefloon basisinkomen via OCMW wie onvoldoende bestaansmiddelen heeft

    De huurpremie is bedoeld voor mensen die al geruime tijd op de wachtlijst staan, vaak na 4 jaar, mits inkomensvoorwaarden. Voor de huurwaarborg kan het OCMW soms een renteloze lening voorzien — cruciaal, want net die eerste 1 of 2 maanden vormen vaak de drempel.

    Vergeet ook niet te kijken naar energiepremies via Vlaamse instanties, mogelijke steun van de zorgkas of mutualiteit, en lokale gemeentelijke verhuis- of woonpremies. Financiële steun is versnipperd — laat uw dossier altijd screenen.

    Kindvriendelijke woning na scheiding

    Een nieuwe woning na scheiding moet niet alleen betaalbaar zijn, maar ook werkbaar voor de kinderen. Dat speelt praktisch én juridisch: bij een verblijfsregeling kijkt de rechter naar de haalbaarheid van het verblijf.

    • voldoende slaapruimte;
    • rust en veiligheid;
    • haalbare afstand tot school;
    • nabijheid van hobby’s en opvang;
    • een stabiele buurt.

    Bij co-ouderschap is een eigen kamer per kind niet wettelijk verplicht, maar in de praktijk vaak een sterk voordeel. Een woon-schoolafstand van ongeveer maximaal 30 minuten is vaak praktisch wenselijk. Continuïteit voor school en sociaal leven weegt zwaar in het kinderbelang — meer op onze pagina over ouderschap.

    Als het mogelijk is, zorg dan dat uw woning al voldoende klaar is vóór het EOT-vonnis of vóór de uitspraak over de verblijfsregeling. Dat toont voorbereiding en stabiliteit.

    Wettelijke aspecten: de belangrijkste regels op een rij

    De woonkwestie bij scheiding draait meestal rond een beperkt aantal kernregels.

    • Art. 215 B.W. — bescherming van de gezinswoning; geen eenzijdige beslissingen.
    • Art. 221 B.W. — vaak ingeroepen voor recht op gebruik van de gezinswoning binnen de huwelijksrelatie.
    • Art. 1253ter/3 Ger.W. — voorlopige maatregelen door de familierechtbank tijdens de scheidingsprocedure.
    • Vlaams Woninghuurdecreet (sinds 1/1/2019) — basisregels voor huur in Vlaanderen.
    • Vlaamse Wooncode — kader voor sociale huisvesting, inschrijving, toewijzing en voorrang.

    Aanverwante thema's

    Huisvestingsopties na scheiding vergeleken

    Optie Snelheid Kost Stabiliteit Geschikt voor
    In gezinswoning blijven via akkoord hoog middel hoog laagconflict, kinderen
    Voorlopige toewijzing door rechter middel middel middel conflict over woning
    Privé huurwoning middel hoog hoog wie snel zelfstandig wil wonen
    Sociale huisvesting laag laag hoog beperkt inkomen, langere termijn
    Noodopvang / CAW / OCMW zeer hoog laag laag acute crisis
    Tijdelijk bij familie/vrienden hoog laag laag korte overgang
    Samen blijven wonen hoog laag laag tot middel tijdelijke financiële nood

    Onze aanpak bij Echtscheidingshulp.be

    Bij Echtscheidingshulp.be kijken wij niet alleen naar de papieren scheiding, maar ook naar de praktische vraag: waar gaat u wonen?

    Wij begeleiden u bij

    • wie voorlopig in de gezinswoning blijft;
    • afspraken over huurwoning of opzeg;
    • voorlopige maatregelen via de familierechtbank;
    • woonstvergoeding en gebruik van de woning;
    • sociale en tijdelijke woonopties;
    • juridisch sluitende afspraken in een EOT.

    Voor koppels die in overleg uit elkaar willen gaan, werken wij met een duidelijke formule: €599 + 21% BTW per koppel totaal (= €724,79 incl.). Modules kinderen +€100 en onroerend goed +€100 (excl. BTW). Huisvesting is daarbij vaak een cruciale module.

    Snel duidelijkheid over uw woonsituatie?

    Bel 050 67 32 06 of plan online een gesprek — wij bekijken samen de juiste fase, de juridische bescherming en de praktische oplossing.

    Veelgestelde vragen

    Lees verder

    Woonsituatie correct regelen · Plan een gesprek
    Start