WhatsApp
    Familierecht • Niet-gehuwde ouders

    Uit elkaar zonder huwelijk: wat regelt u voor de kinderen?

    Wie niet gehuwd was, doorloopt geen echtscheidingsprocedure. Er is dus geen procedure waarin de afspraken over de kinderen vanzelf aan bod komen: zonder overeenkomst ligt er niets vast. Wij stellen uw ouderschapsovereenkomst op en laten ze bekrachtigen door de familierechtbank voor €499 excl. BTW (€603,79 incl. 21% BTW).

    • Art. 203 en 203bis oud BW — onderhoudsbijdrage, ook zonder huwelijk
    • Art. 374 §1 en §2 oud BW — gezag en verblijf
    • Art. 572bis, 4° en 7° Ger.W. — bevoegdheid familierechtbank
    • Wettelijke samenwoning: art. 1475 e.v. oud BW

    Vrijblijvend en zonder verplichting

    • Advocaten familierecht — Balie van Brugge
    • Voor gehuwde én niet-gehuwde ouders
    • 6 kantoren
    Mr. Chanel Ribas Colomar — advocaat familierecht, Balie van Brugge
    Bekrachtiging vanaf
    €499 excl. BTW
    oud BW — gezag en verblijf
    Art. 374
    oud BW — onderhoudsbijdrage
    Art. 203
    excl. BTW — bekrachtiging
    €499
    oud BW — wettelijke samenwoning
    1475
    In het kort
    • Niet gehuwd? Dan is er geen echtscheidingsprocedure waarin de afspraken over de kinderen automatisch geregeld worden.
    • De regels over ouderlijk gezag (art. 374 §1 oud BW) en de onderhoudsbijdrage (art. 203 en 203bis oud BW) gelden wel onverkort — gehuwd of niet.
    • Wettelijke samenwoning (art. 1475 e.v. oud BW) eindigt administratief; voor de kinderen verandert dat op zich niets aan gezag of verblijf.
    • Een onderhandse overeenkomst bindt u als contract, maar levert geen uitvoerbare titel op.
    • Pas na bekrachtiging door de familierechtbank heeft uw overeenkomst de waarde van een vonnis.
    • Ouderschapsovereenkomst + bekrachtiging: €499 excl. BTW (€603,79 incl. BTW); rolrecht € 165 en fondsbijdrage € 26 betaalt u rechtstreeks aan de rechtbank.

    Er is geen procedure die het voor u regelt

    Bij gehuwde ouders komt de regeling voor de kinderen automatisch op tafel: in een echtscheiding door onderlinge toestemming staat ze in de familierechtelijke overeenkomst en wordt ze samen met de scheiding aan de familierechtbank voorgelegd. Wie nooit gehuwd was, heeft dat vangnet niet.

    Een relatie tussen niet-gehuwde ouders eindigt feitelijk. Er komt geen dagvaarding, geen verzoekschrift en geen rechter aan te pas, tenzij u daar zelf voor kiest. Het gevolg is dat er over verblijf, gezag, kosten, vakanties en communicatie niets vastligt, tenzij u het zelf vastlegt.

    Het praktische risico
    Zolang de verstandhouding goed is, valt dat niet op. Het valt pas op wanneer één ouder verhuist, een nieuwe partner heeft, een weekend niet doorgaat of de bijdrage niet meer wordt betaald. Op dat moment is er geen document waar u zich op kunt beroepen.

    Wat wél op u van toepassing is, is het gemene familierecht. Het gezamenlijk ouderlijk gezag van art. 374 §1 oud BW en de onderhoudsverplichting van art. 203 en 203bis oud BW gelden voor alle ouders, gehuwd of niet. Meer daarover leest u op ouderlijk gezag en kinderalimentatie binnen de kindregeling.

    Wat u dan wél moet regelen

    Dezelfde onderdelen als bij gehuwde ouders, alleen in een apart document: de ouderschapsovereenkomst (ook kindregeling genoemd).

    1. Ouderlijk gezag — blijft in principe gezamenlijk; leg vast hoe u belangrijke beslissingen neemt over school, gezondheid en administratie.
    2. Hoofdverblijf en inschrijving — bij welke ouder het kind officieel is ingeschreven in de bevolkingsregisters.
    3. Verblijfsregeling — een concreet weekschema met wisselmomenten, zodat er niets aan interpretatie overblijft.
    4. Vakanties, feestdagen en verjaardagen — de meest voorkomende bron van discussie, en het eenvoudigst op voorhand te regelen.
    5. Onderhoudsbijdrage — bedrag, betaaldag, rekeningnummer en indexering volgens art. 203quater oud BW.
    6. Buitengewone kosten — welke kosten, welke verdeelsleutel en hoe u vooraf overlegt (art. 203bis §3 oud BW).
    7. Communicatie en wijziging — hoe u overlegt en wat u doet als de omstandigheden veranderen.

    Elk van die onderdelen loopt u stap voor stap door in de tool voor de ouderschapsovereenkomst. Een volledig leesbaar model vindt u op modelovereenkomst kinderen.

    Wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend: maakt het verschil voor de kinderen?

    Voor de kinderen: nauwelijks. Wettelijke samenwoning (art. 1475 e.v. oud BW) is een verklaring bij de gemeente en eindigt ook administratief, eenzijdig of in onderling akkoord. Ze regelt in hoofdzaak de verhouding tússen de partners, niet de verhouding tot de kinderen. Gezag en onderhoudsplicht vloeien voort uit de afstamming, niet uit uw samenlevingsvorm.

    Voor het vermogen ligt dat anders. Daar is het onderscheid wél groot — denk aan de bescherming van de gezinswoning en aan het verdeelrecht bij een gezamenlijke woning.

    Wettelijk samenwonend Feitelijk samenwonend
    Ouderlijk gezag over gemeenschappelijke kinderen Gezamenlijk (art. 374 §1 oud BW) Gezamenlijk (art. 374 §1 oud BW)
    Onderhoudsbijdrage voor de kinderen Art. 203 en 203bis oud BW Art. 203 en 203bis oud BW
    Einde van de relatie Verklaring van beëindiging bij de gemeente Feitelijk, geen formaliteit
    Overeenkomst nodig voor de kinderen Ja Ja

    Over de gevolgen voor een gezamenlijke woning schreven we apart: woning en onverdeeldheid en de woning uitkopen.

    Waarom een onderhandse overeenkomst niet volstaat

    Een overeenkomst die u samen ondertekent, bindt u beiden als contract. Maar u kunt ze niet zomaar laten uitvoeren door een gerechtsdeurwaarder. Daarvoor hebt u een uitvoerbare titel nodig: een vonnis, of een overeenkomst die door de familierechtbank bekrachtigd is.

    Zodra de familierechtbank uw overeenkomst bekrachtigt, heeft ze de waarde van een vonnis en is ze integraal afdwingbaar. De familierechtbank is daarvoor bevoegd op grond van art. 572bis, 4° en 7° Ger.W. Hoe die neerlegging concreet verloopt en wat ze kost, leest u op uw overeenkomst laten bekrachtigen.

    Verplichte vermeldingen
    Legt uw overeenkomst een onderhoudsbijdrage vast op grond van art. 203, § 1 oud BW, dan moet de overeenkomst zelf de vermeldingen bevatten die art. 1321, §3 Ger.W. oplegt: de mogelijkheid tot loonmachtiging (art. 203ter oud BW) en de gegevens en opdracht van de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO). Onze documenten nemen die standaard op.

    De begrippen die u tegenkomt, in gewone taal

    Wie nooit met een familierechtbank te maken had, botst meteen op een handvol termen die door elkaar worden gebruikt. Het loont om ze uit elkaar te houden, want zowat elk misverstand tussen niet-gehuwde ouders begint bij twee mensen die hetzelfde woord anders begrijpen.

    Ouderlijk gezag

    Het gezag is de bevoegdheid om beslissingen te nemen over de persoon van uw kind en over het beheer van zijn goederen. Het gaat over school, gezondheid, godsdienstige of levensbeschouwelijke keuzes, en over administratieve handelingen zoals een identiteitskaart of een reisdocument. Gezag is iets anders dan verblijf: een ouder bij wie het kind weinig verblijft, behoudt in de regel volwaardig mee het gezag.

    Verblijfsregeling

    De verblijfsregeling zegt waar uw kind wanneer is. Ze bestaat uit een schema, wisselmomenten met dag en uur, een plaats van overdracht en een vakantieregeling. Hoe concreter, hoe minder er te betwisten valt.

    Officiële verblijfplaats en inschrijving

    De inschrijving in de bevolkingsregisters is een administratief gegeven. Ze bepaalt niet wie de belangrijkste ouder is en zegt op zich niets over het aantal verblijfsdagen. Ze heeft wel praktische gevolgen, onder meer voor de administratie en voor de uitbetaling van het Groeipakket.

    Onderhoudsbijdrage

    De maandelijkse bijdrage in de gewone kosten van verzorging en opvoeding. Ze is niet hetzelfde als de buitengewone kosten, die apart worden geregeld, en evenmin hetzelfde als een onderhoudsuitkering tussen partners — die laatste bestaat tussen niet-gehuwde ouders niet als wettelijke categorie na de breuk.

    Uitvoerbare titel

    Een document waarmee een gerechtsdeurwaarder daadwerkelijk kan optreden. Een vonnis is een uitvoerbare titel; een overeenkomst die u samen ondertekende zonder tussenkomst van de rechtbank is dat niet. Dat verschil merkt u pas op het ogenblik dat u het nodig hebt.

    Wat de wet letterlijk zegt over uw situatie

    Dit zijn de bepalingen waarop een ouderschapsovereenkomst tussen niet-gehuwde ouders rust. Ze zijn nergens geschreven met een huwelijk als voorwaarde.

    Art. 203, § 1 oud BW — onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen
    “De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind.”

    Twee dingen springen eruit. Ten eerste: de plicht is gekoppeld aan de middelen van elke ouder, niet aan een vast bedrag of aan een percentage. Ten tweede: de plicht stopt niet automatisch op de achttiende verjaardag wanneer de opleiding nog loopt.

    Art. 203bis, § 1 oud BW — verdeling tussen de ouders
    “Elke ouder draagt bij in de kosten die voortvloeien uit de bij artikel 203, § 1, bepaalde verplichting, in verhouding tot zijn respectieve aandeel in de samengevoegde middelen.”

    De bijdrage is dus een verdeling: de kosten van het kind worden omgeslagen naar verhouding van wat beide ouders samen aan middelen hebben. Dat is de reden waarom uw inkomensgegevens en die van de andere ouder in de overeenkomst en in de verplichte bijlage moeten worden opgenomen — zonder die gegevens is de bijdrage niet te verantwoorden.

    Art. 374, § 1 oud BW — gezag wanneer de ouders niet samenleven
    “Wanneer de ouders niet samenleven, blijven zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen en geldt het in artikel 373, tweede lid, bepaalde vermoeden.”

    Het uitgangspunt is dus onveranderd gezamenlijk gezag, ook nadat u niet meer samenwoont. Het vermoeden waarnaar de tekst verwijst, staat in art. 373 oud BW: tegenover derden die te goeder trouw zijn wordt elke ouder geacht te handelen met instemming van de andere wanneer hij alleen een handeling stelt die met het gezag verband houdt. Praktisch betekent dat: een school of een arts mag ervan uitgaan dat de ouder die voor hem staat, spreekt namens beiden. Wilt u dat anders, dan moet u dat organiseren en op papier zetten.

    Was u wettelijk samenwonend, dan geldt daarnaast art. 1479 oud BW: is de verstandhouding ernstig verstoord, dan beveelt de familierechtbank op verzoek van één van de partijen dringende maatregelen analoog aan die van de artikelen 1253ter/5 en 1253ter/6 Ger.W. Die maatregelen kunnen ook slaan op de uitoefening van het ouderlijk gezag en op de organisatie van de verblijfsregeling.

    Wat u nodig hebt voordat u begint

    Een ouderschapsovereenkomst opstellen gaat vlot wanneer u de gegevens bij de hand hebt. Loopt het vast, dan is dat bijna altijd omdat één van de volgende punten nog niet beslist of nog niet opgezocht is.

    • Uw identiteitsgegevens en die van de andere ouder: naam, geboortedatum en -plaats, rijksregisternummer, huidig adres.
    • De gegevens van elk kind: naam, geboortedatum, school en het adres waar het is of wordt ingeschreven.
    • Uw inkomensgegevens: het netto-maandinkomen van elke ouder en de graad van tewerkstelling. Die horen in de verplichte bijlage bij de overeenkomst.
    • De woonkost van elke ouder en de bijzondere omstandigheden die u wilt laten meewegen.
    • Het verblijfsschema dat u wilt: welk model, welke wisseldag, welk uur, en waar de overdracht gebeurt.
    • De vakantieregeling: loopt het gewone schema door tijdens de schoolvakanties, of geldt er een aparte verdeling?
    • De bijdrage: bedrag, betaaldag, rekeningnummer en de datum waarop de betalingsverplichting ingaat.
    • De verdeelsleutel voor de buitengewone kosten en de manier waarop u daarover vooraf overlegt.

    Bent u het over één punt niet eens, blokkeer dan niet het geheel. Leg vast wat vaststaat en bespreek het openstaande punt afzonderlijk; het is beter een overeenkomst te hebben over zeven van de acht punten dan geen enkele.

    Waar het misloopt bij niet-gehuwde ouders

    De fouten die wij het vaakst zien, zijn zelden juridische spitsvondigheden. Het zijn gewone menselijke inschattingsfouten die pas maanden later hun prijs tonen.

    1. Vertrouwen op WhatsApp-afspraken

    Berichten kunnen bewijzen dat er ooit iets is afgesproken, maar ze vormen geen sluitende regeling en al helemaal geen uitvoerbare titel. Zodra één ouder van gedacht verandert, blijft er een discussie over wat er precies bedoeld werd.

    2. Een schema afspreken zonder uren

    “Om de week” of “de weekends” volstaat niet. Begint het weekend vrijdag na school of zaterdagochtend? Eindigt het zondag om 18 uur of maandagochtend aan de schoolpoort? Wie niet brengt en haalt op het afgesproken uur, veroorzaakt de eerste breuk in het vertrouwen.

    3. De bijdrage niet indexeren

    Art. 203quater oud BW bepaalt dat de bijdrage van rechtswege wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Wie de basisindex en de aanpassingsdatum niet in de overeenkomst schrijft, krijgt jaren later een discussie over welk bedrag nu eigenlijk verschuldigd is.

    4. De feitelijke toestand laten afwijken van het papier

    Wanneer u maandenlang soepel afwijkt van uw eigen schema, groeit een nieuwe feitelijke toestand. Die weegt in een latere beoordeling mee. Wilt u structureel iets anders, leg dan een nieuwe overeenkomst vast in plaats van de oude stilzwijgend te laten verwateren.

    5. De verplichte vermeldingen vergeten

    Legt uw overeenkomst een onderhoudsbijdrage vast op grond van artikel 203, § 1 oud BW, dan moeten de vermeldingen over de loonmachtiging (art. 203ter oud BW) en over de Dienst voor Alimentatievorderingen erin staan. Art. 1321, § 3 Ger.W. legt die op aan “het vonnis of de overeenkomst”: de overeenkomst zelf moet ze dus dragen, ook wanneer de bijdrage een meerderjarig studerend kind betreft.

    Een uitgewerkt voorbeeld

    Stel dat u zes jaar wettelijk samenwoonde en dat u twee kinderen hebt, van vier en negen jaar. U verhuist naar een appartement op vijf kilometer van de gezinswoning; de kinderen blijven in dezelfde school. U beëindigt de wettelijke samenwoning bij de gemeente. Daarmee is uw statuut als partners geregeld — en over de kinderen ligt nog steeds niets vast.

    U spreekt af dat de kinderen week om week bij elk van u verblijven, met de wissel op vrijdag na school. De jongste heeft daar in de eerste maanden moeite mee, dus voorziet u een vaste woensdagavond bij de andere ouder. Omdat uw inkomens verschillen, betaalt de ouder met het hogere inkomen een maandelijkse bijdrage; de buitengewone kosten verdeelt u volgens dezelfde verhouding, met voorafgaand overleg.

    Wat u nu op papier zet, is niet alleen dat schema, maar ook: bij wie de kinderen zijn ingeschreven, hoe u het Groeipakket regelt, wat er gebeurt tijdens de schoolvakanties, hoe u overlegt over school en gezondheid, en op welke manier u de regeling opnieuw bekijkt wanneer de jongste naar de lagere school gaat. Vervolgens laat u het geheel bekrachtigen. Vanaf dan hebt u geen afspraak meer maar een titel.

    Dit is een voorbeeld, geen norm
    Elke situatie verschilt. Dit voorbeeld illustreert alleen welke punten in een overeenkomst thuishoren; het zegt niets over wat in uw dossier passend of gebruikelijk is.

    Wat hier niet staat, en waar het wel staat

    Deze pagina behandelt één vraag: wat niet-gehuwde ouders zelf moeten regelen omdat er geen procedure bestaat die het voor hen doet. De onderdelen zelf werken we elders uit, zodat u telkens één plek hebt waar het volledige verhaal staat.

    • Welk verblijfsmodel bij welke leeftijd en welke afstand past, met een weekrooster per model: zie verblijfsregelingen vergeleken.
    • Hoe de bijdrage wordt opgebouwd en verantwoord: zie kinderalimentatie binnen de kindregeling.
    • Wat de inschrijving wel en niet bepaalt, met de gevolgen voor het Groeipakket en de fiscaliteit: zie domicilie van het kind.
    • Hoe de neerlegging en bekrachtiging concreet verloopt: zie bekrachtiging door de familierechtbank.
    • Wie waarover beslist en wat u doet bij onenigheid: zie ouderlijk gezag.

    Was u wél gehuwd, dan verloopt dit alles via de echtscheidingsprocedure en niet via een losse ouderschapsovereenkomst. Wat dat betekent, leest u op echtscheiding met onderlinge toestemming.

    Hoe wij dat voor u regelen

    1. 1

      1. U vult de tool in

      U doorloopt de stappen over gezag, verblijf, vakanties, bijdrage en buitengewone kosten. Kijken en opstellen is gratis.
    2. 2

      2. Wij kijken de overeenkomst na

      Een advocaat familierecht controleert uw afspraken op volledigheid en op de verplichte wettelijke vermeldingen.
    3. 3

      3. Verzoekschrift en neerlegging

      Wij maken het verzoekschrift op en leggen het neer bij de bevoegde familierechtbank.
    4. 4

      4. Bekrachtiging

      De rechtbank bekrachtigt de overeenkomst. Vanaf dat ogenblik hebt u een uitvoerbare titel.

    Klaar om uw afspraken vast te leggen?

    Stel uw ouderschapsovereenkomst online op. Bekrachtiging door de familierechtbank: €499 excl. BTW (€603,79 incl. 21% BTW). De rechtbankkosten — rolrecht € 165 en bijdrage aan het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand € 26 — betaalt u rechtstreeks aan de rechtbank.

    Veelgestelde vragen

    Niet verplicht. U kunt onderling afspraken maken. Maar zonder bekrachtiging door de familierechtbank hebt u geen uitvoerbare titel: u kunt de afspraken dan niet laten uitvoeren via een gerechtsdeurwaarder.

    Nee. Het gezamenlijk ouderlijk gezag van art. 374 §1 oud BW vloeit voort uit de afstamming en geldt voor gehuwde en niet-gehuwde ouders op dezelfde manier.

    Nee. De beëindiging van de wettelijke samenwoning (art. 1475 e.v. oud BW) is een administratieve formaliteit bij de gemeente en regelt niets over verblijf, gezag of onderhoudsbijdrage voor de kinderen.

    Ja. Art. 203 en 203bis oud BW gelden voor alle ouders. Ook een overeenkomst tussen samenwonende of nooit-samenwonende ouders die een onderhoudsbijdrage vastlegt, valt onder dezelfde regels.

    €499 excl. BTW (€603,79 incl. 21% BTW) voor het nazicht door een advocaat, de opmaak van het verzoekschrift en de neerlegging. Het rolrecht van € 165 en de bijdrage aan het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand van € 26 betaalt u rechtstreeks aan de rechtbank; wij rekenen die niet aan.

    Ja. Gezag en onderhoudsplicht vloeien voort uit de afstamming, niet uit de vraag of u ooit onder één dak woonde. Ook ouders die nooit samenwoonden, hebben er belang bij verblijf, gezag, kosten en communicatie in één overeenkomst vast te leggen.

    Voor een ouderschapsovereenkomst wel: het is een akkoord tussen beide ouders. Bereikt u geen akkoord, dan is de weg een vordering bij de familierechtbank in plaats van een overeenkomst die u laat bekrachtigen.

    Tot u ze samen wijzigt of tot de familierechtbank ze wijzigt. Afspraken over kinderen zijn nooit definitief: wijzigen de omstandigheden blijvend, dan legt u bij voorkeur een nieuw akkoord ter bekrachtiging voor.

    Dat kan. Art. 203 §1 oud BW bepaalt dat de verplichting doorloopt na de meerderjarigheid van het kind indien de opleiding niet voltooid is. Schrijf daarom in de overeenkomst wat er gebeurt wanneer uw kind meerderjarig wordt en verder studeert.

    Met een bekrachtigde overeenkomst hebt u een uitvoerbare titel en kunt u de invordering laten aanvatten. Daarnaast bestaat de mogelijkheid van loonmachtiging (art. 203ter oud BW) en kan de Dienst voor Alimentatievorderingen onder de wettelijke voorwaarden tussenkomen.

    Nee. Een ouderschapsovereenkomst regelt de verhouding tussen twee ouders over hun gemeenschappelijke kinderen. Hebt u kinderen met een andere ouder, dan hoort daar een aparte regeling bij.

    Lees verder

    Ouderschapsovereenkomst €499 + BTW
    Start