Cookie Instellingen

    Wij gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren en om onze diensten te optimaliseren. U kunt uw voorkeuren hieronder aanpassen.

    Noodzakelijke Cookies

    Deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website en kunnen niet worden uitgeschakeld.

    U kunt uw cookie-instellingen op elk moment aanpassen via de footer van onze website.

    WhatsApp

    Modelovereenkomst kinderen: voorbeeld van een ouderschapsovereenkomst

    Hieronder staat een volledig model van een ouderschapsovereenkomst — in de rechtbankpraktijk ook kindregeling genoemd — naar Belgisch recht. Het gaat om de clausules die ons kantoor werkelijk gebruikt in de verzoekschriften die wij neerleggen bij de familierechtbank. Bij elk onderdeel staat één zin uitleg.

    Het model is bedoeld voor ouders die niet gehuwd waren en hun afspraken over de kinderen willen laten bekrachtigen, en voor gehuwden die via een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) scheiden en dezelfde afspraken in hun familierechtelijke overeenkomst opnemen. Lezen is gratis; het bewerkbare document, de PDF en de neerlegging bij de rechtbank verlopen via onze tool.

    Zo leest en gebruikt u dit model

    Een modelovereenkomst is geen invulformulier. De clausules hieronder zijn bouwstenen: sommige neemt u vrijwel letterlijk over, andere bestaan in twee varianten waaruit u kiest, en enkele zult u helemaal moeten herschrijven omdat uw situatie afwijkt. Waar in de tekst vierkante haakjes staan — [ouder], [bedrag], [datum], [IBAN] — hoort een concreet gegeven. Blijft daar een haakje staan, dan is de clausule op dat punt niet uitvoerbaar.

    Lees het model één keer volledig door voor u begint te kiezen. Veel ouders onderhandelen eerst over het verblijfsschema en ontdekken pas daarna dat de vakantieregeling, de buitengewone kosten en de communicatie evenveel discussie kunnen opleveren. Wie het geheel overziet, onderhandelt in één beweging in plaats van in vijf.

    Let bij elke clausule op vier vragen: wie doet wat, wanneer precies (met dag én uur), waar, en vanaf welke datum. Een afspraak die geen van die vier beantwoordt, is een intentie en geen regeling. Een derde die uw gezin niet kent — een griffie, een rechter, later misschien een gerechtsdeurwaarder — moet uit de tekst alleen kunnen afleiden wat er moet gebeuren.

    Voor wie dit model bedoeld is

    Niet-gehuwde ouders. Wie nooit gehuwd was, doorloopt geen echtscheidingsprocedure. Er is dus geen procedure waarin de afspraken over de kinderen vanzelf aan bod komen: u legt ze vast in een afzonderlijke ouderschapsovereenkomst en laat die bekrachtigen door de familierechtbank. Dat geldt zowel voor feitelijk samenwonende ouders als voor ouders die wettelijk samenwoonden — de beëindiging van de wettelijke samenwoning bij de gemeente regelt niets over verblijf, gezag of onderhoudsbijdrage.

    Gehuwde ouders. Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming komen dezelfde afspraken terecht in de familierechtelijke overeenkomst en worden ze samen met de scheiding aan de familierechtbank voorgelegd. De inhoud van de clausules verschilt nauwelijks; de weg ernaartoe wel.

    Ouders die nooit samenwoonden. Gezag en onderhoudsplicht vloeien voort uit de afstamming, niet uit de vraag of u ooit onder één dak leefde. Ook dan hebt u er belang bij dat verblijf, kosten en communicatie zwart op wit staan.

    Voor meerderjarige kinderen gelden de clausules over gezag en verblijf niet meer: vanaf de meerderjarigheid bepaalt uw kind zelf waar het verblijft. De onderhoudsplicht kan wel doorlopen wanneer de opleiding nog niet voltooid is (art. 203, § 1 oud BW), en dat is precies waarom artikel 1 hieronder een aparte alinea over meerderjarige kinderen bevat.

    Wat u bij de hand moet hebben

    Het model invullen verloopt vlot wanneer de volgende gegevens klaarliggen. Loopt het vast, dan is dat bijna altijd omdat één van deze punten nog niet beslist of nog niet opgezocht is.

    • De identiteitsgegevens van beide ouders en van elk kind, met geboortedatum.
    • Het adres waar de kinderen worden ingeschreven in de bevolkingsregisters.
    • Het netto-maandinkomen en de graad van tewerkstelling van elke ouder, plus de woonkost: die gegevens horen in de verplichte bijlage bij de overeenkomst.
    • Het gekozen verblijfsschema, met wisseldag, wisseluur en plaats van overdracht.
    • De keuze voor de schoolvakanties: loopt het gewone schema door, of geldt er per vakantie een aparte verdeling?
    • Bedrag, vervaldag en rekeningnummer van de onderhoudsbijdrage, en de datum waarop de betalingsverplichting ingaat.
    • De verdeelsleutel voor de buitengewone kosten en de manier waarop u vooraf overlegt.

    Artikel 1. Ouderlijk gezag, hoofdverblijf en inschrijving

    Na een breuk blijft het gezag in de regel gezamenlijk; de overeenkomst legt vast waar het kind officieel is ingeschreven.

    Partijen wensen met betrekking tot hun minderjarige kinderen te voorzien in een gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag.

    Het gezag over de persoon van de kinderen en het beheer van de goederen van de kinderen zal door beide ouders gezamenlijk uitgeoefend worden.

    De minderjarige kinderen zullen hun officiële verblijfplaats hebben bij [ouder] te [adres] en aldaar ingeschreven worden in de bevolkingsregisters.

    Aangezien [naam] de meerderjarige leeftijd heeft bereikt, is dit kind bekwaam tot alle handelingen van het burgerlijk leven en valt het niet langer onder het ouderlijk gezag van partijen (art. 488 oud BW).

    Artikel 2. Fiscaal ouderschap en het groeipakket

    De overeenkomst zegt uitdrukkelijk aan wie de fiscale en sociale voordelen toekomen en aan wie het Groeipakket wordt uitbetaald.

    Partijen zijn akkoord dat de fiscale en sociale voordelen gelijkmatig verdeeld worden tussen beide ouders (50/50), conform de regeling voor co-ouderschap waarbij beide ouders in aanmerking kunnen komen op basis van het gelijkmatig verdeelde verblijf.

    Partijen zijn akkoord dat het groeipakket (voorheen kindergeld) zal toekomen aan [ouder], dan wel gestort wordt op een gemeenschappelijke kindrekening ten behoeve van de kinderen, beheerd door beide ouders gezamenlijk.

    Artikel 3. Verblijfsregeling met concreet weekschema

    Het weekschema wordt verankerd in de kalender, zodat achteraf niet kan worden betwist wie welke week heeft.

    Partijen kwamen reeds een minnelijke verblijfsregeling overeen die eruit ziet als volgt.

    Partijen kiezen voor een co-ouderschap (1 week / 1 week) waarbij de kinderen beurtelings bij [ouder 1] en bij [ouder 2] verblijven volgens een gelijkwaardige verdeling. Deze regeling vangt aan op [datum] bij [ouder]. De wissel gebeurt telkens op vrijdag bij het einde van de school, dan wel om 18:00 uur indien er geen school is.

    Alternatief: de kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij [ouder] en verblijven bij de andere ouder één weekend om de veertien dagen. De weekenden starten op vrijdagavond na schooltijd (of indien geen school om 18:00 uur) en eindigen op zondagavond om 18:00 uur.

    Van de regeling nopens de materiële bewaring van de minderjarige kinderen kan steeds in onderling overleg door partijen worden afgeweken. Partijen houden uiteraard hierbij rekening met het belang van de kinderen.

    De ouder die de kinderen dient op te halen of te brengen, draagt de kost van dit vervoer.

    Vakanties, feestdagen en verjaardagen

    Ofwel loopt het gewone schema door tijdens de schoolvakanties, ofwel geldt er per vakantie een aparte, uitgeschreven regeling.

    De hierboven beschreven verblijfsregeling blijft ongewijzigd doorlopen tijdens alle schoolvakanties (krokusvakantie, paasvakantie, herfstvakantie, kerstvakantie en zomervakantie).

    Dan wel: de normale verblijfsregeling loopt niet door tijdens de schoolvakanties. Per vakantie leggen partijen vast hoe de periode wordt verdeeld, met vermelding van de dag en het uur van elke wissel.

    Vaderdag wordt doorgebracht bij de vader, Moederdag wordt doorgebracht bij de moeder, ongeacht de normale verblijfsregeling.

    De kinderen vieren hun verjaardag afwisselend bij de ouders: in even jaren bij [ouder 1], in oneven jaren bij [ouder 2], telkens van 09:00 tot 18:00 uur. Dan wel: de normale verblijfsregeling loopt door op de verjaardag.

    Artikel 4. Onderhoudsbijdrage en de verantwoording van artikel 1321 Ger. W.

    De bijdrage moet uitvoerbaar zijn (bedrag, vervaldag, rekeningnummer, indexering) en de rechtbank verwacht de wettelijke vermeldingen over loonmachtiging en DAVO.

    Partijen komen overeen dat [ouder] aan [ouder] een maandelijkse onderhoudsbijdrage betaalt van [bedrag] euro voor [kinderen], en dit om de gewone kosten van verzorging en opvoeding te dekken.

    Deze bijdrage is betaalbaar uiterlijk op de [dag]e dag van elke maand en wordt overgeschreven op rekeningnummer [IBAN]. De betalingsverplichting vangt aan op [datum].

    Deze onderhoudsbijdrage is jaarlijks geïndexeerd. Zij wordt een eerste maal en vervolgens jaarlijks op dezelfde dag aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, volgens de formule: basisbedrag × huidige index / basisindex.

    Loonmachtiging (art. 1321, §3, eerste lid Ger. W. jo. art. 203ter oud BW). Partijen verklaren uitdrukkelijk en in begrijpelijke taal te zijn ingelicht over de mogelijkheid van loonmachtiging als bedoeld in artikel 203ter, eerste en tweede lid, van het (oud) Burgerlijk Wetboek. Dit houdt in dat de onderhoudsgerechtigde ouder, ter invordering van de voor de kinderen verschuldigde onderhoudsbijdrage, door de familierechtbank kan worden gemachtigd om, met uitsluiting van de onderhoudsplichtige, de inkomsten van de onderhoudsplichtige of iedere andere hem door een derde verschuldigde geldsom te ontvangen.

    Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO) (art. 1321, §3, tweede lid Ger. W.). Partijen worden gewezen op het bestaan en de opdracht van de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO), opgericht bij de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de Federale Overheidsdienst Financiën, die onder de wettelijke voorwaarden voorschotten toekent op verschuldigde onderhoudsbijdragen en de invordering ervan verzekert. Gegevens: DAVO – FOD Financiën, Koning Albert II-laan 33 bus 59, 1030 Brussel – gratis nummer 0800 12 302 – e-mail davo.centraal@minfin.fed.be – www.financien.belgium.be.

    Bij de overeenkomst hoort bovendien de verplichte bijlage bij een overeenkomst over de onderhoudsbijdrage betreffende gemeenschappelijke kinderen, waarin per ouder het netto-maandinkomen, de graad van tewerkstelling, de woonkost, de verblijfsregeling, het Groeipakket en de bijzondere omstandigheden worden ingevuld.

    Artikel 5. Buitengewone kosten

    Het KB van 22 april 2019 geeft de categorieën buitengewone kosten aan; ouders kunnen bij overeenkomst van die lijst afwijken en zelf bepalen welke uitgaven zij als buitengewoon beschouwen. De overeenkomst regelt daarnaast de verdeelsleutel en de overlegtermijn.

    Partijen komen overeen dat zij elk de helft van de buitengewone kosten voor de kinderen zullen dragen.

    Partijen wensen toepassing te maken van het Koninklijk besluit van 22 april 2019 tot vaststelling van de buitengewone kosten die voortvloeien uit artikel 203, § 1 van het Burgerlijk Wetboek en de wijze van tenuitvoerlegging ervan. Het gaat om de medische en paramedische kosten, de kosten van de schoolse opleiding, de kosten verbonden aan de ontwikkeling en ontplooiing van het kind en de overige kosten die de ouders in een gezamenlijk akkoord als buitengewoon benoemen of die als zodanig door de rechter gekwalificeerd worden. De volledige lijst staat op onze pagina KB 2019 buitengewone kosten.

    Behalve in geval van hoogdringendheid of bewezen noodzakelijkheid, moeten al de in dit artikel bedoelde kosten het voorwerp uitmaken van een voorafgaand overleg en uitdrukkelijk akkoord, zowel wat de opportuniteit van de uitgave betreft als de hoogte ervan.

    De vraag tot akkoord wordt gericht bij aangetekende zending, bij elektronisch aangetekende zending of per fax, zoals bepaald in artikel 203bis, § 3, vierde lid oud BW. Enkel deze kanalen doen de termijn lopen; een gewone e-mail volstaat daarvoor niet. Laat de aangeschreven ouder na om op dezelfde wijze te reageren binnen de eenentwintig dagen te rekenen van de dag na de verzending (dertig dagen wanneer die termijn valt tijdens een schoolvakantie van minstens een week), dan wordt hij geacht in te stemmen met de gevraagde buitengewone kost. Bereiken de ouders geen akkoord, dan kan de betwisting worden voorgelegd aan de familierechtbank.

    Partijen komen verder overeen dat de ouder die de school- en studietoelagen en/of andere studiebeurzen, een tussenkomst van het ziekenfonds, hospitalisatieverzekering of een andere aanvullende verzekering ontvangt of geniet, van zodra deze voorhanden zijn en minstens jaarlijks in de maand september, een overzicht van alle ontvangen bedragen voorlegt aan de andere ouder samen met een kopie van de bewijsstukken.

    Artikel 6. Communicatie, beslissingen en sereniteit

    Deze clausule bepaalt hoe de belangrijke beslissingen worden genomen en langs welk kanaal de ouders met elkaar overleggen.

    Partijen nemen alle belangrijke beslissingen over de kinderen in onderling overleg. Beslissingen zoals de schoolkeuze, medische ingrepen, de religieuze opvoeding en andere fundamentele keuzes worden gezamenlijk genomen.

    Partijen verbinden zich ertoe om de communicatie over de kinderen op een serene en respectvolle wijze te laten verlopen, waarbij het belang van de kinderen steeds centraal staat. Partijen communiceren hierover in de eerste plaats per e-mail, dan wel via een gespecialiseerde co-ouderschapsapplicatie die een gestructureerde communicatie met bewijswaarde toelaat.

    Bij blijvend meningsverschil doen partijen eerst een beroep op een erkend bemiddelaar in familiezaken alvorens zich tot de familierechtbank te wenden.

    Artikel 7. Bijkomende afspraken en wijziging

    Afspraken over kinderen zijn nooit definitief: bij gewijzigde omstandigheden kan de regeling in onderling overleg of via de familierechtbank worden aangepast.

    Partijen kunnen hier hun bijkomende afspraken opnemen; hebben zij die niet, dan wordt vermeld dat partijen geen bijkomende afspraken gemaakt hebben.

    Wijzigen de omstandigheden van een ouder of van een kind op een blijvende wijze, dan passen partijen de regeling bij voorkeur in onderling overleg aan en leggen zij het gewijzigde akkoord opnieuw ter bekrachtiging voor. Bereiken zij geen akkoord, dan kan elk van hen de zaak aan de familierechtbank voorleggen.

    Bekrachtiging door de familierechtbank

    Pas na homologatie is de overeenkomst uitvoerbaar: zij krijgt dan dezelfde kracht als een vonnis.

    Partijen vragen akte te nemen van het akkoord tussen partijen zoals hierboven omschreven, en vervolgens dit akkoord te homologeren in een akkoordvonnis.

    De overeenkomst wordt gedateerd en door beide ouders ondertekend, met vermelding van de plaats van opmaak, en samen met de verplichte bijlage over de onderhoudsbijdrage neergelegd bij de familierechtbank.

    Vijf fouten die wij het vaakst zien

    1. Een schema zonder uren. “Om de week” of “de weekends” volstaat niet. Begint het weekend vrijdag na school of zaterdagochtend? Eindigt het zondag om 18 uur of maandagochtend aan de schoolpoort? De eerste breuk in het vertrouwen ontstaat bijna altijd op een uur dat niemand had vastgelegd.

    2. Geen startdatum bij een patroon over twee weken. Een 2-2-3 regeling of een 3-4-4-3 patroon is zonder startweek niet te reconstrueren. Vermeld daarom altijd op welke datum de regeling aanvangt en bij welke ouder.

    3. De indexering vergeten of onvolledig schrijven. De onderhoudsbijdrage wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen (art. 203quater oud BW). Zonder basisindex en aanpassingsdatum ontstaat jaren later een discussie over welk bedrag nu verschuldigd is.

    4. De verplichte vermeldingen weglaten. Legt uw overeenkomst een onderhoudsbijdrage vast op grond van artikel 203, § 1 oud BW, dan moeten de alinea over de loonmachtiging (art. 203ter oud BW) en de alinea over de Dienst voor Alimentatievorderingen erin staan. Artikel 1321, § 3 Ger. W. legt die vermeldingen op aan “het vonnis of de overeenkomst”: de overeenkomst zelf moet ze dus dragen, ook wanneer de bijdrage een meerderjarig studerend kind betreft (art. 203, § 1 oud BW, laatste zin).

    5. De feitelijke toestand laten afwijken van het papier. Soepelheid is nuttig tot ze uw regeling vervangt. Wijkt u structureel af, leg dan een nieuw akkoord vast in plaats van de oude tekst stilzwijgend te laten verwateren.

    Wat er na de ondertekening gebeurt

    Een overeenkomst die u samen ondertekent, bindt u beiden als contract. Ze is echter geen uitvoerbare titel: u kunt ze niet zomaar laten uitvoeren door een gerechtsdeurwaarder. Daarvoor hebt u een vonnis nodig, of een overeenkomst die door de familierechtbank is bekrachtigd. Vanaf die bekrachtiging heeft uw overeenkomst de waarde van een vonnis.

    De rechtbank kijkt daarbij niet alleen of u het eens bent. Zij gaat na of de afspraken uitvoerbaar geformuleerd zijn, of de gegevens die de bijdrage verantwoorden aanwezig zijn, en of de wettelijk verplichte vermeldingen erin staan. Bij een verzoek dat betrekking heeft op een minderjarige neemt de familierechtbank haar maatregelen rekening houdend met het hoger belang van het kind.

    Bij de overeenkomst hoort de verplichte bijlage waarin per ouder het netto-maandinkomen, de graad van tewerkstelling, de woonkost, de verblijfsregeling, het Groeipakket en de bijzondere omstandigheden worden ingevuld. Zonder die gegevens ontbreekt de onderbouwing van de bijdrage.

    Hoe de neerlegging concreet verloopt en wat ze kost, leest u op bekrachtiging door de familierechtbank. Welk verblijfsmodel bij uw situatie past, zetten we naast elkaar op verblijfsregelingen vergeleken. Wat de inschrijving in de bevolkingsregisters wel en niet bepaalt, staat op domicilie van het kind.

    Uw eigen ouderschapsovereenkomst opstellen

    Het model hierboven leest u vrij. Wilt u een document op uw situatie afgestemd, met de juiste namen, data, schema's en bedragen? Doorloop de gratis tool. Het bewerkbare document, de PDF en de neerlegging bij de familierechtbank lopen via het pakket met bekrachtiging (€499 excl. BTW,€603,79 incl. BTW; gerechtskosten — rolrecht €165 en bijdrage begrotingsfonds €26 — komen daar bovenop).

    Start de ouderschapsovereenkomst