Cookie Instellingen

    Wij gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren en om onze diensten te optimaliseren. U kunt uw voorkeuren hieronder aanpassen.

    Noodzakelijke Cookies

    Deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website en kunnen niet worden uitgeschakeld.

    U kunt uw cookie-instellingen op elk moment aanpassen via de footer van onze website.

    WhatsApp
    Familierecht • Verblijfsregeling

    Verblijfsregelingen vergeleken: week-om-week, 2-2-3, 9-5 en andere schema's

    Achtergrond en juridische toets opverblijfsregeling

    Negen verblijfsmodellen naast elkaar, telkens met een concreet weekrooster en met de leeftijd en de praktische situatie waarvoor het model doorgaans wordt gekozen. Dit zijn de modellen die u ook in onze tool kunt selecteren.

    • Art. 374 §2 oud BW — gelijkmatig verdeeld verblijf
    • Wet 18 juli 2006 — bilocatiewet
    • Het belang van het kind blijft de toets
    • Geen model is wettelijk de norm

    Vrijblijvend en zonder verplichting

    • 9 verblijfsmodellen
    • Concreet weekrooster per model
    • Advocaten familierecht
    Mr. Chanel Ribas Colomar — advocaat familierecht, Balie van Brugge
    Vastleggen vanaf
    €499 excl. BTW
    Verblijfsmodellen in de tool
    9
    oud BW — gelijkmatig verblijf
    Art. 374 §2
    Bilocatiewet
    2006
    excl. BTW — bekrachtiging
    €499
    In het kort
    • Er is geen wettelijk standaardschema. De rechter onderzoekt een gelijkmatig verdeeld verblijf wanneer een ouder daarom vraagt (art. 374 §2 oud BW, bilocatiewet 18/07/2006), maar toetst altijd aan het belang van het kind.
    • Gelijkmatig verdeeld in de praktijk: week-om-week, 2-2-3 en 3-4-4-3.
    • Meer stabiliteit, minder wissels: het 5-9 schema (ook 9-5 genoemd) en de doordeweeks/weekend-split.
    • Klassiek: de weekendregeling om de veertien dagen, eventueel uitgebreid met een vaste doordeweekse overnachting.
    • Voor baby's en peuters wordt vaak met een opbouwschema gewerkt: kort en frequent, geleidelijk uitgebreid met overnachtingen.
    • Afstand tussen de woningen en de werkroosters van beide ouders bepalen in de praktijk vaak méér dan de leeftijd van het kind.

    De negen modellen in één tabel

    Dit zijn de negen verblijfsmodellen die u in de tool kunt kiezen. De omschrijving hieronder is dezelfde als in de tool, zodat wat u leest ook is wat u aanklikt.

    Model Verdeling Vaak gekozen bij
    Co-ouderschap (1 week / 1 week) Gelijkmatig Schoolgaande kinderen, ouders dicht bij elkaar
    2-2-3 schema Gelijkmatig Jonge kinderen die beide ouders niet lang willen missen
    3-4-4-3 patroon Gelijkmatig Wie gelijk wil delen met minder wissels dan 2-2-3
    5-9 schema (9-5) Asymmetrisch Meer rust en stabiliteit dan een strikte 50/50
    Doordeweeks/weekend-split Ongelijk Stabiele schoolweek, wekelijks contact
    Klassieke weekendregeling Ongelijk Grote afstand of zeer jonge kinderen
    Uitgebreide weekendregeling Ongelijk Meer regelmaat dan de klassieke weekendregeling
    Opbouwschema baby/peuter Groeit mee Baby's en peuters, contact wordt geleidelijk opgebouwd
    Maatwerkregeling Vrij Ploegenarbeid, verre verplaatsingen, bijzondere situaties
    In de weekroosters hieronder staat A voor ouder A en B voor ouder B. De wisseldag en het wisseluur legt u zelf vast; dat is precies het punt waar een regeling in de praktijk op stukloopt als het niet in de overeenkomst staat.

    1. Co-ouderschap: week-om-week (7/7)

    Het kind verblijft een volledige week bij de ene ouder, de week daarop bij de andere. Eén wisselmoment per week, meestal op vrijdag na school of op zondagavond.

    Week Ma Di Wo Do Vr Za Zo
    Week 1 A A A A A A A
    Week 2 B B B B B B B
    • Voor welke leeftijd: doorgaans vanaf de lagere school, wanneer een kind een week zonder de andere ouder goed verdraagt. Voor kleuters en peuters is een week vaak lang.
    • Praktisch: het minste aantal wissels en de eenvoudigste planning; vraagt wel twee volwaardige leefomgevingen en een school die vanuit beide adressen bereikbaar is.
    • Let op: spreek af hoe het contact met de andere ouder tijdens de week verloopt.

    2. Het 2-2-3 schema

    Maandag en dinsdag bij ouder A, woensdag en donderdag bij ouder B, en de weekenden afwisselend. Over twee weken komt dat neer op een gelijke verdeling. Dit is ook het schema dat onze documenten in die bewoordingen omschrijven.

    Week Ma Di Wo Do Vr Za Zo
    Week 1 A A B B A A A
    Week 2 A A B B B B B
    • Voor welke leeftijd: vaak gekozen voor jonge kinderen — het kind mist geen van beide ouders langer dan drie dagen.
    • Praktisch: veel wisselmomenten. Het werkt vooral wanneer beide woningen dicht bij elkaar en bij de school liggen.
    • Let op: leg vast wie de boekentas, sportkledij en medicatie meegeeft; bij vier wissels per week is dat geen detail.

    3. Het 3-4-4-3 patroon

    Week 1: maandag tot woensdag (3 dagen) bij ouder A, donderdag tot zondag (4 dagen) bij ouder B. Week 2: omgedraaid. Een gelijke verdeling met vaste weekdagen.

    Week Ma Di Wo Do Vr Za Zo
    Week 1 A A A B B B B
    Week 2 B B B A A A A
    • Voor welke leeftijd: een middenweg voor kinderen die een volle week te lang vinden maar het ritme van 2-2-3 te druk.
    • Praktisch: meer stabiliteit dan 2-2-3, minder frequente wisselmomenten, en elke ouder heeft om de twee weken een volledig weekend.
    • Let op: het patroon loopt over twee weken; zet het in de overeenkomst met een concrete startweek.

    4. Het 5-9 schema (ook 9-5 genoemd)

    Vijf dagen bij de ene ouder, daarna negen dagen bij de andere, afwisselend. Een asymmetrische vorm van co-ouderschap: de verdeling is niet exact gelijk, maar beide ouders hebben een substantieel en voorspelbaar verblijf.

    Week Ma Di Wo Do Vr Za Zo
    Week 1 A A A A A B B
    Week 2 B B B B B B B
    • Voor welke leeftijd: schoolgaande kinderen en tieners voor wie rust en minder verplaatsingen zwaarder wegen dan een strikte 50/50.
    • Praktisch: gekozen wanneer één ouder onregelmatig of ver werkt, of wanneer de afstand tot de school wisselen door de week bemoeilijkt.
    • Let op: een asymmetrisch verblijf werkt door in de verdeling van de kosten. Bekijk de bijdrage samen met de verblijfsregeling.

    5. Doordeweeks/weekend-split

    De schooldagen van maandag tot vrijdag bij ouder A, elk weekend bij ouder B.

    Week Ma Di Wo Do Vr Za Zo
    Elke week A A A A A B B
    • Voor welke leeftijd: schoolgaande kinderen bij wie de schoolweek stabiel moet blijven.
    • Praktisch: wekelijks contact met beide ouders, met een heel duidelijk ritme.
    • Let op: ouder B ziet het kind nooit op een schooldag. Voorzie desgewenst een vaste doordeweekse afspraak of overnachting.

    6. Klassieke weekendregeling

    Het kind woont bij één ouder en verblijft om de veertien dagen een weekend bij de andere ouder.

    Week Ma Di Wo Do Vr Za Zo
    Week 1 A A A A A A A
    Week 2 A A A A B B B
    • Voor welke leeftijd: vaak bij zeer jonge kinderen of wanneer de afstand tussen de woningen groot is.
    • Praktisch: eenvoudig te plannen en weinig verplaatsingen.
    • Let op: spreek nauwkeurig af wanneer het weekend begint en eindigt — vrijdag na school of zaterdagochtend maakt een groot verschil.

    7. Uitgebreide weekendregeling

    De weekendregeling, aangevuld met elke woensdag of donderdag met overnachting bij de andere ouder.

    Week Ma Di Wo Do Vr Za Zo
    Week 1 A A B A A A A
    Week 2 A A B A B B B
    • Voor welke leeftijd: kinderen voor wie veertien dagen zonder de andere ouder te lang is.
    • Praktisch: meer regelmatig contact dan de standaard weekendregeling, zonder de logistiek van een gelijkmatig verdeeld verblijf.
    • Let op: leg vast of de woensdag met of zonder overnachting is, en wie 's ochtends naar school brengt.

    8. Opbouwschema voor baby's en peuters

    Geen vast rooster, maar een schema dat meegroeit: korte en frequente contactmomenten, die geleidelijk langer worden en pas daarna overnachtingen bevatten.

    • Voor welke leeftijd: baby's en peuters, waar continuïteit in de dagelijkse zorg en de vertrouwde omgeving centraal staan.
    • Praktisch: leg per fase vast wat de regeling is en op welk moment u naar de volgende fase overgaat.
    • Let op: schrijf ook op wat er gebeurt als de overgang naar een volgende fase niet vlot verloopt, en wanneer u samen evalueert.

    9. Maatwerkregeling

    Ploegenarbeid, een variabel uurrooster, werk in het buitenland, een kind met een specifieke zorgbehoefte: soms past geen enkel standaardmodel. In de tool beschrijft u dan zelf het schema en de wisselmomenten.

    De valkuil bij maatwerk
    Hoe vrijer de regeling, hoe belangrijker de precisie. Schrijf het schema uit met dagen, uren en de plaats van de overdracht, en bepaal wat er gebeurt wanneer een geplande beurt niet doorgaat. Een regeling die enkel “in onderling overleg” zegt, is bij onenigheid onbruikbaar.

    Birdnesting: het model waarbij de ouders wisselen

    Bij birdnesting of nestregeling blijven de kinderen in de gezinswoning wonen en wisselen de ouders elkaar daar af. Het staat los van de negen schema's hierboven, omdat het niet de kinderen maar de ouders zijn die verhuizen; het onderliggende ritme is meestal week-om-week.

    Het voordeel is continuïteit: dezelfde kamer, dezelfde schoolroute, dezelfde buurt. Het nadeel is de kostprijs en de organisatie, want in de praktijk zijn er vaak drie woonplekken nodig — de gezinswoning en een verblijfplaats voor elke ouder — en moet u ook afspraken maken over onderhoud, boodschappen, privacy en nieuwe relaties.

    Voor de meeste gezinnen is dit geen duurzame eindoplossing, wel een bruikbare overgangsregeling zolang de woning nog niet verdeeld of verkocht is.

    Acht punten die u bij élk model nog moet vastleggen

    Het model kiezen is het makkelijke deel. Wat een regeling in de praktijk doet werken of stuklopen, zijn de acht punten hieronder. Ze staan los van het schema en komen bij elk van de negen modellen terug.

    1. De wisseldag en het wisseluur

    Niet “het weekend” maar: vrijdag bij het einde van de school, of om 18 uur indien er geen school is. Twee ouders die elk hun eigen lezing van hetzelfde woord hanteren, staan binnen de maand tegenover elkaar.

    2. De plaats van de overdracht

    Aan de schoolpoort, aan de voordeur, op een neutrale plaats. Wanneer de verstandhouding gespannen is, is een overdracht via de school of de opvang vaak rustiger voor iedereen — het kind ziet dan geen twee ouders die elkaar op de stoep kruisen.

    3. Wie brengt en wie haalt

    Leg de vervoerregeling vast, inclusief wie de kost van de verplaatsing draagt. Bij grotere afstanden is dat geen detail maar een terugkerende uitgave.

    4. Wat er meegaat

    Boekentas, sportkledij, medicatie, laadkabels, het knuffeldier. Hoe meer wissels een model telt, hoe belangrijker deze afspraak wordt. Sommige ouders kiezen bewust voor dubbele basisspullen op beide adressen om die discussie helemaal weg te nemen.

    5. Ziekte en overmacht

    Wie vangt op wanneer het kind ziek is op een schooldag? Blijft het kind waar het is, of gaat het naar de ouder die die dag kan vrijnemen? En wat gebeurt er wanneer een geplande beurt niet doorgaat: vervalt ze, of wordt ze ingehaald?

    6. Contact tijdens het verblijf bij de andere ouder

    Een vast belmoment werkt bij jonge kinderen vaak beter dan onbeperkt contact op elk uur. Bij tieners is het omgekeerde meestal realistischer: zij bellen wanneer zij willen, en dat hoeft niet in een schema.

    7. Het startpunt van het schema

    Bij elk patroon dat over twee weken loopt — 2-2-3, 3-4-4-3, 5-9, de weekendregeling — moet in de overeenkomst staan welke week de eerste is en bij wie ze begint. Zonder startdatum is het patroon niet te reconstrueren.

    8. Afwijken zonder precedent

    Voorzie uitdrukkelijk dat u in onderling overleg schriftelijk kunt afwijken en dat een afwijking geen precedent schept. Zo kunt u soepel zijn voor een sportkamp of een familiefeest zonder dat de soepelheid uw regeling vervangt.

    Vakanties en feestdagen: het tweede schema

    De negen modellen hierboven beschrijven het gewone schooljaarritme. Daarnaast maakt u een keuze voor de schoolvakanties, en dat is een aparte beslissing.

    Keuze Wat het betekent Waar u op let
    Het gewone schema loopt door Ook tijdens krokus-, paas-, herfst-, kerst- en zomervakantie geldt hetzelfde patroon Eenvoudig, maar bij een week-om-week schema kan één ouder structureel de eerste helft van elke vakantie krijgen
    Aparte vakantieregeling Per vakantie wordt de periode afzonderlijk verdeeld Vraagt meer schrijfwerk: per vakantie de dag én het uur van elke wissel
    Combinatie Doorlopen tijdens de korte vakanties, aparte verdeling in de zomer De meest gekozen middenweg; zet dan uitdrukkelijk welke vakanties onder welke regel vallen

    Daarnaast lopen er dagen die zich niet aan een schema houden: Moederdag en Vaderdag, de verjaardag van het kind, de verjaardagen van de ouders, familiefeesten. Een gangbare oplossing is een alternering in even en oneven jaren, met een vast begin- en einduur. Wat u ook kiest: schrijf het op, want het zijn precies de dagen waarop emoties het hoogst oplopen.

    Reizen naar het buitenland
    Wilt u met uw kind naar het buitenland reizen, dan hebt u in de regel de instemming van de andere ouder nodig, en vaak ook papieren die dat aantonen. Regel dat op voorhand in plaats van drie dagen voor vertrek.

    Van model naar tekst: hoe een schema in de overeenkomst wordt geschreven

    Een schema in uw hoofd of op een keukenkalender is iets anders dan een schema in een overeenkomst. De tekst moet leesbaar zijn voor iemand die uw gezin niet kent — een griffie, een rechter, later misschien een gerechtsdeurwaarder.

    Stel dat u kiest voor week-om-week. In de overeenkomst wordt dat dan niet “om de week”, maar: de kinderen verblijven beurtelings een volledige week bij elke ouder; de regeling vangt aan op een genoemde datum bij een genoemde ouder; de wissel gebeurt telkens op vrijdag bij het einde van de school, dan wel om 18 uur indien er geen school is; de overdracht gebeurt op een genoemde plaats; de ouder die haalt of brengt draagt de kost van dat vervoer.

    Vier elementen dus, telkens opnieuw: wie, wanneer (dag én uur), waar en vanaf welke datum. Kiest u een maatwerkregeling, dan geldt hetzelfde in versterkte mate: hoe vrijer het schema, hoe preciezer de tekst moet zijn.

    Hoe zo'n clausule er integraal uitziet, leest u in de modelovereenkomst kinderen, waar het volledige artikel over de verblijfsregeling met toelichting staat.

    Wat uw keuze verder beïnvloedt

    Het verblijfsmodel staat niet op zichzelf. Drie andere onderdelen van uw regeling bewegen mee — en het is beter ze samen te bekijken dan achteraf te merken dat ze niet op elkaar aansluiten.

    • De onderhoudsbijdrage. De kosten van het kind worden tussen de ouders verdeeld in verhouding tot hun aandeel in de samengevoegde middelen (art. 203bis, § 1 oud BW). Hoeveel dagen het kind bij elke ouder verblijft, is één van de gegevens die daarbij meespelen — het bepaalt de bijdrage niet in zijn eentje.
    • De inschrijving in de bevolkingsregisters. Ook bij een gelijkmatig verdeeld verblijf wordt het kind administratief op één adres ingeschreven. Dat is een aparte beslissing die u uitdrukkelijk vastlegt.
    • De praktische haalbaarheid. Werkroosters, schooluren, opvang en de afstand tussen beide woningen bepalen in de praktijk vaak meer dan de theoretische voorkeur voor een model.

    De bijdrage werken wij uit op kinderalimentatie binnen de kindregeling, de inschrijving op domicilie van het kind.

    Hebt u een model gekozen, dan schrijft u het uit met de tool voor de ouderschapsovereenkomst: u doorloopt verblijf, vakanties, gezag en kosten en ontvangt de overeenkomst als document.

    Waarom een schema vastloopt

    Wanneer een verblijfsregeling stukloopt, ligt dat zelden aan het model. Dit zijn de terugkerende oorzaken.

    Het schema is te ambitieus voor de afstand

    Een 2-2-3 regeling met dertig kilometer tussen beide woningen betekent vier verplaatsingen per week door de spits. Dat houdt niemand maanden vol, en het kind zit in de auto in plaats van bij een ouder.

    De ouders spreken over verschillende dingen

    De ene ouder ziet het verblijf als een verdeling van tijd, de andere als een verdeling van verantwoordelijkheid. Wie enkel over dagen onderhandelt, laat de helft van het gesprek onbesproken.

    Het schema past niet meer bij de leeftijd

    Een regeling die voor een kleuter perfect was, kan voor een twaalfjarige met een sportclub en vrienden knellen. Voorzie daarom een evaluatiemoment in plaats van te wachten tot de spanning oploopt.

    De uitzondering wordt de regel

    Elke soepelheid is nuttig, tot ze het schema vervangt. Wanneer u structureel iets anders doet dan wat er staat, leg dan een nieuwe overeenkomst vast.

    Het kind wordt boodschapper

    Afspraken die via het kind lopen, belasten het kind en leveren onduidelijkheid op. Spreek af langs welk kanaal u met elkaar communiceert — e-mail of een toepassing met een leesbaar overzicht — en houd het kind erbuiten.

    Hoe kiest u?

    Situatie Modellen die vaak passen
    Woningen op wandel- of fietsafstand, beide ouders flexibel Week-om-week, 2-2-3, 3-4-4-3
    Grote afstand tussen de woningen Weekendregeling, uitgebreide weekendregeling, 5-9
    Zeer jong kind Opbouwschema, 2-2-3
    Schoolgaand kind, rust gewenst Week-om-week, 5-9, doordeweeks/weekend-split
    Onregelmatig of wisselend werkrooster Maatwerkregeling

    Welk model u ook kiest: het is het belang van het kind dat de toets vormt, niet de mathematische verdeling. De juridische achtergrond daarvan staat op verblijfsregeling en co-ouderschap. Een kind beslist zelf niet: zie mag een kind kiezen bij welke ouder het woont.

    Uw schema vastleggen

    Kies uw model in de tool, vul de wisselmomenten aan en laat de overeenkomst bekrachtigen door de familierechtbank: €499 excl. BTW (€603,79 incl. 21% BTW).

    Veelgestelde vragen

    Maandag en dinsdag bij de ene ouder, woensdag en donderdag bij de andere, en de weekenden afwisselend. Over twee weken is de verdeling gelijk. Het kind mist geen van beide ouders langer dan drie dagen.

    Een asymmetrische vorm van co-ouderschap: vijf dagen bij de ene ouder en negen dagen bij de andere, afwisselend. In onze tool heet dat het 5-9 schema. Het geeft meer rust en minder wisselmomenten dan een strikte 50/50.

    Er bestaat geen wettelijke leeftijdsgrens. In de praktijk wordt week-om-week vooral gekozen vanaf de lagere school, wanneer een kind een volle week zonder de andere ouder goed verdraagt. Voor peuters en kleuters wordt vaker met kortere blokken gewerkt.

    Nee. Wanneer een ouder erom vraagt, onderzoekt de rechter bij voorrang de mogelijkheid van een gelijkmatig verdeeld verblijf (art. 374 §2 oud BW, bilocatiewet van 18 juli 2006), maar hij toetst dat altijd aan het belang van het kind. Er is geen automatisme.

    Ja. Bent u het samen eens, dan legt u een nieuwe overeenkomst vast. Bent u het niet eens, dan wordt een verzoek ingediend bij de familierechtbank.

    Dat is een aparte keuze. Ofwel loopt het gewone schema gewoon door tijdens alle schoolvakanties, ofwel geldt per vakantie een afzonderlijke verdeling met een uitgeschreven dag en uur van elke wissel. Veel ouders combineren: doorlopen tijdens de korte vakanties, aparte verdeling in de zomer.

    Dat is geen voorwaarde, maar de afstand tussen beide woningen en de bereikbaarheid van de school bepalen in de praktijk vaak of een schema met veel wissels haalbaar is.

    Regel dat op voorhand. Spreek af of een gemiste beurt vervalt dan wel wordt ingehaald, en binnen welke periode. Zonder afspraak wordt elke gemiste beurt een discussie op zich.

    Dat komt voor, bijvoorbeeld wanneer een baby en een tiener heel verschillende noden hebben. Weeg dan wel af wat het betekent dat de kinderen elkaar minder zien; schrijf de keuze en de reden uitdrukkelijk in de overeenkomst.

    Dat legt u zelf vast. Een gangbare formulering is dat de ouder die de kinderen ophaalt of brengt de kost van dat vervoer draagt. Bij grote afstanden loont het om die afspraak expliciet te maken.

    Lees verder

    Ouderschapsovereenkomst €499 + BTW
    Start