- Er is geen wettelijk standaardschema. De rechter onderzoekt een gelijkmatig verdeeld verblijf wanneer een ouder daarom vraagt (art. 374 §2 oud BW, bilocatiewet 18/07/2006), maar toetst altijd aan het belang van het kind.
- Gelijkmatig verdeeld in de praktijk: week-om-week, 2-2-3 en 3-4-4-3.
- Meer stabiliteit, minder wissels: het 5-9 schema (ook 9-5 genoemd) en de doordeweeks/weekend-split.
- Klassiek: de weekendregeling om de veertien dagen, eventueel uitgebreid met een vaste doordeweekse overnachting.
- Voor baby's en peuters wordt vaak met een opbouwschema gewerkt: kort en frequent, geleidelijk uitgebreid met overnachtingen.
- Afstand tussen de woningen en de werkroosters van beide ouders bepalen in de praktijk vaak méér dan de leeftijd van het kind.
De negen modellen in één tabel
Dit zijn de negen verblijfsmodellen die u in de tool kunt kiezen. De omschrijving hieronder is dezelfde als in de tool, zodat wat u leest ook is wat u aanklikt.
| Model | Verdeling | Vaak gekozen bij |
|---|---|---|
| Co-ouderschap (1 week / 1 week) | Gelijkmatig | Schoolgaande kinderen, ouders dicht bij elkaar |
| 2-2-3 schema | Gelijkmatig | Jonge kinderen die beide ouders niet lang willen missen |
| 3-4-4-3 patroon | Gelijkmatig | Wie gelijk wil delen met minder wissels dan 2-2-3 |
| 5-9 schema (9-5) | Asymmetrisch | Meer rust en stabiliteit dan een strikte 50/50 |
| Doordeweeks/weekend-split | Ongelijk | Stabiele schoolweek, wekelijks contact |
| Klassieke weekendregeling | Ongelijk | Grote afstand of zeer jonge kinderen |
| Uitgebreide weekendregeling | Ongelijk | Meer regelmaat dan de klassieke weekendregeling |
| Opbouwschema baby/peuter | Groeit mee | Baby's en peuters, contact wordt geleidelijk opgebouwd |
| Maatwerkregeling | Vrij | Ploegenarbeid, verre verplaatsingen, bijzondere situaties |
1. Co-ouderschap: week-om-week (7/7)
Het kind verblijft een volledige week bij de ene ouder, de week daarop bij de andere. Eén wisselmoment per week, meestal op vrijdag na school of op zondagavond.
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | A | A | A | A | A |
| Week 2 | B | B | B | B | B | B | B |
- Voor welke leeftijd: doorgaans vanaf de lagere school, wanneer een kind een week zonder de andere ouder goed verdraagt. Voor kleuters en peuters is een week vaak lang.
- Praktisch: het minste aantal wissels en de eenvoudigste planning; vraagt wel twee volwaardige leefomgevingen en een school die vanuit beide adressen bereikbaar is.
- Let op: spreek af hoe het contact met de andere ouder tijdens de week verloopt.
2. Het 2-2-3 schema
Maandag en dinsdag bij ouder A, woensdag en donderdag bij ouder B, en de weekenden afwisselend. Over twee weken komt dat neer op een gelijke verdeling. Dit is ook het schema dat onze documenten in die bewoordingen omschrijven.
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | B | B | A | A | A |
| Week 2 | A | A | B | B | B | B | B |
- Voor welke leeftijd: vaak gekozen voor jonge kinderen — het kind mist geen van beide ouders langer dan drie dagen.
- Praktisch: veel wisselmomenten. Het werkt vooral wanneer beide woningen dicht bij elkaar en bij de school liggen.
- Let op: leg vast wie de boekentas, sportkledij en medicatie meegeeft; bij vier wissels per week is dat geen detail.
3. Het 3-4-4-3 patroon
Week 1: maandag tot woensdag (3 dagen) bij ouder A, donderdag tot zondag (4 dagen) bij ouder B. Week 2: omgedraaid. Een gelijke verdeling met vaste weekdagen.
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | A | B | B | B | B |
| Week 2 | B | B | B | A | A | A | A |
- Voor welke leeftijd: een middenweg voor kinderen die een volle week te lang vinden maar het ritme van 2-2-3 te druk.
- Praktisch: meer stabiliteit dan 2-2-3, minder frequente wisselmomenten, en elke ouder heeft om de twee weken een volledig weekend.
- Let op: het patroon loopt over twee weken; zet het in de overeenkomst met een concrete startweek.
4. Het 5-9 schema (ook 9-5 genoemd)
Vijf dagen bij de ene ouder, daarna negen dagen bij de andere, afwisselend. Een asymmetrische vorm van co-ouderschap: de verdeling is niet exact gelijk, maar beide ouders hebben een substantieel en voorspelbaar verblijf.
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | A | A | A | B | B |
| Week 2 | B | B | B | B | B | B | B |
- Voor welke leeftijd: schoolgaande kinderen en tieners voor wie rust en minder verplaatsingen zwaarder wegen dan een strikte 50/50.
- Praktisch: gekozen wanneer één ouder onregelmatig of ver werkt, of wanneer de afstand tot de school wisselen door de week bemoeilijkt.
- Let op: een asymmetrisch verblijf werkt door in de verdeling van de kosten. Bekijk de bijdrage samen met de verblijfsregeling.
5. Doordeweeks/weekend-split
De schooldagen van maandag tot vrijdag bij ouder A, elk weekend bij ouder B.
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Elke week | A | A | A | A | A | B | B |
- Voor welke leeftijd: schoolgaande kinderen bij wie de schoolweek stabiel moet blijven.
- Praktisch: wekelijks contact met beide ouders, met een heel duidelijk ritme.
- Let op: ouder B ziet het kind nooit op een schooldag. Voorzie desgewenst een vaste doordeweekse afspraak of overnachting.
6. Klassieke weekendregeling
Het kind woont bij één ouder en verblijft om de veertien dagen een weekend bij de andere ouder.
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | A | A | A | A | A |
| Week 2 | A | A | A | A | B | B | B |
- Voor welke leeftijd: vaak bij zeer jonge kinderen of wanneer de afstand tussen de woningen groot is.
- Praktisch: eenvoudig te plannen en weinig verplaatsingen.
- Let op: spreek nauwkeurig af wanneer het weekend begint en eindigt — vrijdag na school of zaterdagochtend maakt een groot verschil.
7. Uitgebreide weekendregeling
De weekendregeling, aangevuld met elke woensdag of donderdag met overnachting bij de andere ouder.
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | B | A | A | A | A |
| Week 2 | A | A | B | A | B | B | B |
- Voor welke leeftijd: kinderen voor wie veertien dagen zonder de andere ouder te lang is.
- Praktisch: meer regelmatig contact dan de standaard weekendregeling, zonder de logistiek van een gelijkmatig verdeeld verblijf.
- Let op: leg vast of de woensdag met of zonder overnachting is, en wie 's ochtends naar school brengt.
8. Opbouwschema voor baby's en peuters
Geen vast rooster, maar een schema dat meegroeit: korte en frequente contactmomenten, die geleidelijk langer worden en pas daarna overnachtingen bevatten.
- Voor welke leeftijd: baby's en peuters, waar continuïteit in de dagelijkse zorg en de vertrouwde omgeving centraal staan.
- Praktisch: leg per fase vast wat de regeling is en op welk moment u naar de volgende fase overgaat.
- Let op: schrijf ook op wat er gebeurt als de overgang naar een volgende fase niet vlot verloopt, en wanneer u samen evalueert.
9. Maatwerkregeling
Ploegenarbeid, een variabel uurrooster, werk in het buitenland, een kind met een specifieke zorgbehoefte: soms past geen enkel standaardmodel. In de tool beschrijft u dan zelf het schema en de wisselmomenten.
Birdnesting: het model waarbij de ouders wisselen
Bij birdnesting of nestregeling blijven de kinderen in de gezinswoning wonen en wisselen de ouders elkaar daar af. Het staat los van de negen schema's hierboven, omdat het niet de kinderen maar de ouders zijn die verhuizen; het onderliggende ritme is meestal week-om-week.
Het voordeel is continuïteit: dezelfde kamer, dezelfde schoolroute, dezelfde buurt. Het nadeel is de kostprijs en de organisatie, want in de praktijk zijn er vaak drie woonplekken nodig — de gezinswoning en een verblijfplaats voor elke ouder — en moet u ook afspraken maken over onderhoud, boodschappen, privacy en nieuwe relaties.
Voor de meeste gezinnen is dit geen duurzame eindoplossing, wel een bruikbare overgangsregeling zolang de woning nog niet verdeeld of verkocht is.
Acht punten die u bij élk model nog moet vastleggen
Het model kiezen is het makkelijke deel. Wat een regeling in de praktijk doet werken of stuklopen, zijn de acht punten hieronder. Ze staan los van het schema en komen bij elk van de negen modellen terug.
1. De wisseldag en het wisseluur
Niet “het weekend” maar: vrijdag bij het einde van de school, of om 18 uur indien er geen school is. Twee ouders die elk hun eigen lezing van hetzelfde woord hanteren, staan binnen de maand tegenover elkaar.
2. De plaats van de overdracht
Aan de schoolpoort, aan de voordeur, op een neutrale plaats. Wanneer de verstandhouding gespannen is, is een overdracht via de school of de opvang vaak rustiger voor iedereen — het kind ziet dan geen twee ouders die elkaar op de stoep kruisen.
3. Wie brengt en wie haalt
Leg de vervoerregeling vast, inclusief wie de kost van de verplaatsing draagt. Bij grotere afstanden is dat geen detail maar een terugkerende uitgave.
4. Wat er meegaat
Boekentas, sportkledij, medicatie, laadkabels, het knuffeldier. Hoe meer wissels een model telt, hoe belangrijker deze afspraak wordt. Sommige ouders kiezen bewust voor dubbele basisspullen op beide adressen om die discussie helemaal weg te nemen.
5. Ziekte en overmacht
Wie vangt op wanneer het kind ziek is op een schooldag? Blijft het kind waar het is, of gaat het naar de ouder die die dag kan vrijnemen? En wat gebeurt er wanneer een geplande beurt niet doorgaat: vervalt ze, of wordt ze ingehaald?
6. Contact tijdens het verblijf bij de andere ouder
Een vast belmoment werkt bij jonge kinderen vaak beter dan onbeperkt contact op elk uur. Bij tieners is het omgekeerde meestal realistischer: zij bellen wanneer zij willen, en dat hoeft niet in een schema.
7. Het startpunt van het schema
Bij elk patroon dat over twee weken loopt — 2-2-3, 3-4-4-3, 5-9, de weekendregeling — moet in de overeenkomst staan welke week de eerste is en bij wie ze begint. Zonder startdatum is het patroon niet te reconstrueren.
8. Afwijken zonder precedent
Voorzie uitdrukkelijk dat u in onderling overleg schriftelijk kunt afwijken en dat een afwijking geen precedent schept. Zo kunt u soepel zijn voor een sportkamp of een familiefeest zonder dat de soepelheid uw regeling vervangt.
Vakanties en feestdagen: het tweede schema
De negen modellen hierboven beschrijven het gewone schooljaarritme. Daarnaast maakt u een keuze voor de schoolvakanties, en dat is een aparte beslissing.
| Keuze | Wat het betekent | Waar u op let |
|---|---|---|
| Het gewone schema loopt door | Ook tijdens krokus-, paas-, herfst-, kerst- en zomervakantie geldt hetzelfde patroon | Eenvoudig, maar bij een week-om-week schema kan één ouder structureel de eerste helft van elke vakantie krijgen |
| Aparte vakantieregeling | Per vakantie wordt de periode afzonderlijk verdeeld | Vraagt meer schrijfwerk: per vakantie de dag én het uur van elke wissel |
| Combinatie | Doorlopen tijdens de korte vakanties, aparte verdeling in de zomer | De meest gekozen middenweg; zet dan uitdrukkelijk welke vakanties onder welke regel vallen |
Daarnaast lopen er dagen die zich niet aan een schema houden: Moederdag en Vaderdag, de verjaardag van het kind, de verjaardagen van de ouders, familiefeesten. Een gangbare oplossing is een alternering in even en oneven jaren, met een vast begin- en einduur. Wat u ook kiest: schrijf het op, want het zijn precies de dagen waarop emoties het hoogst oplopen.
Van model naar tekst: hoe een schema in de overeenkomst wordt geschreven
Een schema in uw hoofd of op een keukenkalender is iets anders dan een schema in een overeenkomst. De tekst moet leesbaar zijn voor iemand die uw gezin niet kent — een griffie, een rechter, later misschien een gerechtsdeurwaarder.
Stel dat u kiest voor week-om-week. In de overeenkomst wordt dat dan niet “om de week”, maar: de kinderen verblijven beurtelings een volledige week bij elke ouder; de regeling vangt aan op een genoemde datum bij een genoemde ouder; de wissel gebeurt telkens op vrijdag bij het einde van de school, dan wel om 18 uur indien er geen school is; de overdracht gebeurt op een genoemde plaats; de ouder die haalt of brengt draagt de kost van dat vervoer.
Vier elementen dus, telkens opnieuw: wie, wanneer (dag én uur), waar en vanaf welke datum. Kiest u een maatwerkregeling, dan geldt hetzelfde in versterkte mate: hoe vrijer het schema, hoe preciezer de tekst moet zijn.
Hoe zo'n clausule er integraal uitziet, leest u in de modelovereenkomst kinderen, waar het volledige artikel over de verblijfsregeling met toelichting staat.
Wat uw keuze verder beïnvloedt
Het verblijfsmodel staat niet op zichzelf. Drie andere onderdelen van uw regeling bewegen mee — en het is beter ze samen te bekijken dan achteraf te merken dat ze niet op elkaar aansluiten.
- De onderhoudsbijdrage. De kosten van het kind worden tussen de ouders verdeeld in verhouding tot hun aandeel in de samengevoegde middelen (art. 203bis, § 1 oud BW). Hoeveel dagen het kind bij elke ouder verblijft, is één van de gegevens die daarbij meespelen — het bepaalt de bijdrage niet in zijn eentje.
- De inschrijving in de bevolkingsregisters. Ook bij een gelijkmatig verdeeld verblijf wordt het kind administratief op één adres ingeschreven. Dat is een aparte beslissing die u uitdrukkelijk vastlegt.
- De praktische haalbaarheid. Werkroosters, schooluren, opvang en de afstand tussen beide woningen bepalen in de praktijk vaak meer dan de theoretische voorkeur voor een model.
De bijdrage werken wij uit op kinderalimentatie binnen de kindregeling, de inschrijving op domicilie van het kind.
Hebt u een model gekozen, dan schrijft u het uit met de tool voor de ouderschapsovereenkomst: u doorloopt verblijf, vakanties, gezag en kosten en ontvangt de overeenkomst als document.
Waarom een schema vastloopt
Wanneer een verblijfsregeling stukloopt, ligt dat zelden aan het model. Dit zijn de terugkerende oorzaken.
Het schema is te ambitieus voor de afstand
Een 2-2-3 regeling met dertig kilometer tussen beide woningen betekent vier verplaatsingen per week door de spits. Dat houdt niemand maanden vol, en het kind zit in de auto in plaats van bij een ouder.
De ouders spreken over verschillende dingen
De ene ouder ziet het verblijf als een verdeling van tijd, de andere als een verdeling van verantwoordelijkheid. Wie enkel over dagen onderhandelt, laat de helft van het gesprek onbesproken.
Het schema past niet meer bij de leeftijd
Een regeling die voor een kleuter perfect was, kan voor een twaalfjarige met een sportclub en vrienden knellen. Voorzie daarom een evaluatiemoment in plaats van te wachten tot de spanning oploopt.
De uitzondering wordt de regel
Elke soepelheid is nuttig, tot ze het schema vervangt. Wanneer u structureel iets anders doet dan wat er staat, leg dan een nieuwe overeenkomst vast.
Het kind wordt boodschapper
Afspraken die via het kind lopen, belasten het kind en leveren onduidelijkheid op. Spreek af langs welk kanaal u met elkaar communiceert — e-mail of een toepassing met een leesbaar overzicht — en houd het kind erbuiten.
Hoe kiest u?
| Situatie | Modellen die vaak passen |
|---|---|
| Woningen op wandel- of fietsafstand, beide ouders flexibel | Week-om-week, 2-2-3, 3-4-4-3 |
| Grote afstand tussen de woningen | Weekendregeling, uitgebreide weekendregeling, 5-9 |
| Zeer jong kind | Opbouwschema, 2-2-3 |
| Schoolgaand kind, rust gewenst | Week-om-week, 5-9, doordeweeks/weekend-split |
| Onregelmatig of wisselend werkrooster | Maatwerkregeling |
Welk model u ook kiest: het is het belang van het kind dat de toets vormt, niet de mathematische verdeling. De juridische achtergrond daarvan staat op verblijfsregeling en co-ouderschap. Een kind beslist zelf niet: zie mag een kind kiezen bij welke ouder het woont.
Uw schema vastleggen
Kies uw model in de tool, vul de wisselmomenten aan en laat de overeenkomst bekrachtigen door de familierechtbank: €499 excl. BTW (€603,79 incl. 21% BTW).