Cookie Instellingen

    Wij gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren en om onze diensten te optimaliseren. U kunt uw voorkeuren hieronder aanpassen.

    Noodzakelijke Cookies

    Deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website en kunnen niet worden uitgeschakeld.

    U kunt uw cookie-instellingen op elk moment aanpassen via de footer van onze website.

    WhatsApp
    Familierecht • 2026

    Alimentatie in België 2026: berekenen, rechten en kosten

    Concrete regels, bedragen en antwoorden over kinder- en partneralimentatie in België. Kinderalimentatie via de Methode Hobin, partneralimentatie op basis van behoefte en draagkracht, en in 2026 nog slechts 60% fiscaal aftrekbaar.

    • Berekening volgens Methode Hobin
    • Indexatieclausule inbegrepen
    • Vast tarief vanaf €499 + 21% BTW
    • Advies binnen 48u

    Vrijblijvend · gratis kennismakingsgesprek · antwoord binnen 1 werkdag

    • ★ 4,9/5 (167+ reviews)
    • 4.000+ dossiers beoordeeld
    • 6 kantoren
    Mr. Chanel Ribas Colomar — advocaat familierecht, Balie van Brugge
    EOT vanaf
    €499 + 21% BTW
    Dossiers beoordeeld
    4.000+
    167+ reviews (Google + Trustlocal)
    4,9/5
    Doorlooptijd EOT
    2–4 mnd
    Kantoren
    6
    In het kort
    • Kinderalimentatie wordt in 2026 doorgaans berekend via de Methode Hobin (officiële rekentool van de Hoven en Rechtbanken).
    • Bij co-ouderschap (50/50) kan er nog steeds alimentatie verschuldigd zijn — afhankelijk van inkomen, kosten en groeipakket.
    • Partneralimentatie vereist staat van behoefte én voldoende draagkracht (art. 301 B.W.); duur ≤ duur huwelijk; max. 1/3 netto-inkomen.
    • Voor betalingen in 2026 is onderhoudsgeld nog 60% fiscaal aftrekbaar, in 2027 nog 50%.
    • Alimentatie wordt automatisch geïndexeerd via de gezondheidsindex (art. 203quater §1 B.W.).
    • Bij niet-betaling kunt u DAVO inschakelen: voorschot tot €175 per kind per maand.
    • Onze EOT vanaf €499 excl. BTW legt al uw alimentatieafspraken juridisch sluitend vast (+ €100 excl. BTW module bij kinderen).

    Wat is alimentatie? Twee soorten in België

    Met “alimentatie” bedoelt men in de praktijk twee verschillende verplichtingen.

    Kinderalimentatie of onderhoudsbijdrage is de bijdrage van ouders in de kosten van hun kind. De wettelijke basis ligt in art. 203 §1 B.W.: ouders moeten naar evenredigheid van hun middelen zorgen voor huisvesting, levensonderhoud, gezondheid, toezicht, opvoeding, opleiding en ontplooiing van hun kind. Voor gescheiden ouders wordt die bijdrage verder uitgewerkt in art. 203bis §1 B.W..

    Partneralimentatie is een persoonlijke onderhoudsuitkering tussen ex-echtgenoten na echtscheiding. De basis daarvoor ligt in art. 301 B.W.. Hier gaat het niet over de kosten van een kind, maar over de vraag of de ene ex-partner financieel moet bijdragen in het levensonderhoud van de andere.

    Belangrijk: kinderalimentatie en partneralimentatie volgen dus andere regels. Bij kinderen kijkt men in de eerste plaats naar de noden van het kind en de middelen van beide ouders. Bij partneralimentatie kijkt men naar de staat van behoefte van de onderhoudsgerechtigde en de draagkracht van de andere ex-partner.

    Zoekt u vooral de berekening? Bekijk dan verder op deze pagina de Methode Hobin, het voorbeeld met cijfers, de regels bij co-ouderschap, de indexering en de fiscale aftrek.

    Methode Hobin: hoe Belgische rechters kinderalimentatie berekenen

    De term die u in 2026 moet kennen, is niet “Grotman”, maar Methode Hobin. Dat is vandaag de bekendste en meest gebruikte rekenmethode om kinderalimentatie of onderhoudsbijdragen te objectiveren.

    De Methode Hobin werd ontwikkeld in 2017 door Rob Hobin, familierechter bij het Hof van Beroep Antwerpen. Nadien werd de tool verder verfijnd door een werkgroep van familierechters. In een cassatiearrest van 5 december 2022 werd bevestigd dat een rechter die deze methode gebruikt, zijn beslissing juridisch kan verantwoorden. Dat maakt Hobin geen verplichte formule, maar wel een sterk gelegitimeerde standaard. Op het officiële platform van de Hoven en Rechtbanken vindt u de officiële Hobin rekentool en handleiding: rechtbanken-tribunaux.be/nl/node/3520

    De methode werkt met vier grote parametergroepen.

    1. Inkomen en middelen van beide ouders — Niet alleen het nettoloon telt mee. Ook voordelen in natura, roerende en onroerende inkomsten, huurinkomsten en andere middelen kunnen relevant zijn, in lijn met art. 203 §2 B.W.. Bij zelfstandigen wordt vaak ook gekeken naar niet-uitgekeerde winst, vennootschapsstructuren en het reële verdienvermogen. Een rechter kijkt dus niet alleen naar wat op de loonfiche staat, maar ook naar wat iemand financieel effectief kan dragen.

    2. Kost van het kind — De Hobin-tool gebruikt daarvoor de IGAK-tabel: de *Indicatieve Gemiddelde Alimentatiekost*-tabel. Die schat de gemiddelde kost van een kind op basis van het samengevoegde inkomen van de ouders, het aantal kinderen en hun leeftijd. Oudere kinderen kosten gemiddeld meer dan jongere kinderen. Twee kinderen kosten samen niet exact dubbel zoveel als één kind, omdat sommige gezinskosten gedeeld zijn.

    3. Verblijfsregeling — De onderhoudsbijdrage hangt niet alleen af van inkomen, maar ook van waar het kind verblijft. Een ouder die het kind vaker bij zich heeft, draagt rechtstreeks al meer dagelijkse kosten. Daarom corrigeert de Methode Hobin voor de verblijfsregeling: klassiek weekendverblijf, uitgebreide verblijfsregeling of week-weekregeling leiden niet tot hetzelfde eindresultaat.

    4. Het groeipakket — Het groeipakket (vroeger kinderbijslag) wordt mee in rekening genomen. Als één ouder het volledige groeipakket ontvangt, kan dat de finale berekening beïnvloeden. Zeker bij verblijfsco-ouderschap is dat vaak een discussiepunt.

    De grote sterkte van Hobin is dat de methode transparant is: ze vertrekt van objectieve parameters in plaats van losse indrukken. Maar er is ook een belangrijke disclaimer: geen enkele familierechter is wettelijk verplicht om de Methode Hobin toe te passen. De rechter mag ook een andere redenering volgen, zolang de beslissing voldoende gemotiveerd is.

    Wat is nieuw in de Hobin 2025-update?

    De officiële actualisatie van 2025 bracht volgens de Hoven en Rechtbanken enkele belangrijke vernieuwingen mee. De tool ondersteunt nu dossiers met tot 8 kinderen, de IGAK-tabel werd geactualiseerd en de berekening houdt beter rekening met niet-gemeenschappelijke kinderen in nieuw samengestelde gezinnen. Dat is vooral belangrijk in complexere familiesituaties waar één ouder nog onderhoudsplichten heeft tegenover kinderen uit een andere relatie.

    Bron
    TFR 2025/05, p. 148-173

    Methode Hobin, Pareto en Renard: wat is het verschil?

    Methode Ontwikkelaar Gebruikt door Complexiteit Beschikbaarheid
    Methode Hobin Rob Hobin + werkgroep familierechters Vaak gebruikt in Belgische familierechtbanken Middelmatig tot hoog Gratis via Hoven en Rechtbanken
    Pareto Simulator Pareto Group, mee ontwikkeld met Gezinsbond Vaak als billijke indicatie in bemiddeling of overleg Middelmatig Online simulator
    Methode Renard Historische rekenmethode Vandaag minder toegepast Hoog Niet de actuele rechtbankstandaard

    Voor wie wil verdiepen: lees ook onze pagina over de Hobin-methode in detail.

    Hoeveel alimentatie moet u betalen — concreet voorbeeld

    Hieronder ziet u hoe een indicatieve berekening werkt. Dit is precies het soort voorbeeld dat mensen zoeken, maar zelden duidelijk uitgelegd vinden.

    Situatie

    • Ouder A: €3.200 netto per maand
    • Ouder B: €2.400 netto per maand
    • 2 kinderen: 8 en 12 jaar
    • Verblijfsregeling: week-week (50/50)
    1. 1

      Samengevoegde middelen

      De gezamenlijke netto-inkomsten bedragen: €3.200 + €2.400 = €5.600 per maand.
    2. 2

      Geraamde kost van de kinderen via IGAK

      De Hobin-tool zoekt dan in de IGAK-tabel de gemiddelde kindkost voor twee kinderen in deze leeftijdscategorie bij een gezamenlijk netto-inkomen van €5.600. Die geraamde kost wordt vervolgens over beide ouders verdeeld naar draagkracht.
    3. 3

      Verdeling volgens draagkracht

      Op basis van de inkomens en de overige parameters bepaalt de tool hoeveel elke ouder van die kost draagt. In dit dossier komt de officiële rekentool uit op een kostenverdeling van ongeveer 63% voor ouder A en 37% voor ouder B — ouder A verdient meer en draagt dus een groter aandeel.
    4. 4

      Correctie voor de verblijfsregeling

      Bij een week-weekregeling dragen beide ouders al rechtstreeks een groot deel van de dagelijkse kosten tijdens hun eigen verblijfsweek: voeding, verplaatsingen, gewone uitgaven, energie, kleine hobbykosten. Daarom wordt de te betalen onderhoudsbijdrage niet simpelweg gelijk aan de pro-ratabijdrage. De Hobin-methode corrigeert voor: de feitelijke verblijfsverdeling, de rechtstreekse kosten die elke ouder al maakt, het groeipakket, en eventuele bijkomende afspraken over buitengewone kosten.
    5. 5

      Netto-resultaat

      Omdat ouder A duidelijk meer verdient dan ouder B, blijft bij 50/50 vaak toch een netto-betaling van ouder A aan ouder B over. Dat bedrag compenseert het inkomensverschil zodat de kinderen in beide huishoudens in vergelijkbare omstandigheden kunnen leven. Voor deze situatie geeft de officiële rekentool een netto onderhoudsbijdrage van ongeveer €86 per maand van ouder A aan ouder B, naast een aparte regeling voor buitengewone kosten.

    Dit voorbeeld is indicatief. In een echt dossier maken details vaak een groot verschil: bedrijfswagen, bonus, huurinkomsten, wie het groeipakket ontvangt, schoolkosten, sportkosten, niet-gemeenschappelijke kinderen of een kindrekening. Gebruik daarom altijd de officiële Hobin rekentool of laat de berekening juridisch valideren. U kunt ook meteen uw situatie laten beoordelen via Bereken uw alimentatie →.

    Alimentatie bij co-ouderschap (week-week regeling)

    Een hardnekkige mythe is dat bij 50/50 verblijf automatisch geen alimentatie meer verschuldigd is. Dat is onjuist.

    Bij verblijfsco-ouderschap delen ouders de tijd met de kinderen, maar daarom delen zij nog niet automatisch de financiële draagkracht. Als één ouder aanzienlijk meer verdient dan de andere, kan een onderhoudsbijdrage nog altijd aangewezen zijn. Dat volgt rechtstreeks uit het principe van evenredigheid van middelen in art. 203 §1 B.W. en art. 203bis §1 B.W.

    Wanneer is er wél alimentatie bij co-ouderschap?

    Alimentatie blijft vaak aan de orde in drie situaties:

    • groot inkomensverschil tussen beide ouders;
    • ongelijke verdeling van kosten, bijvoorbeeld wanneer één ouder schoolfacturen, kledij of hobby's structureel voorschiet;
    • ongelijke toewijzing van het groeipakket, als dat volledig aan één ouder wordt betaald.

    De Methode Hobin modelleert dit via de combinatie van:

    1. de gezamenlijke kindkost,
    2. de inkomensverhouding,
    3. de verblijfsregeling,
    4. en de verdeling van het groeipakket.

    Daardoor kan de uitkomst bij week-week nog altijd een maandelijkse bijdrage zijn. Niet omdat de andere ouder “minder zorgt”, maar omdat het kind in beide huizen in evenwichtige omstandigheden moet kunnen leven.

    Een vaak onderschat element is het groeipakket (vroeger de kinderbijslag). Bij verblijfsco-ouderschap kan het volledige bedrag naar één ouder gaan, of in onderling akkoord worden gesplitst tussen beide ouders. Wie het groeipakket ontvangt, weegt mee in de berekening: als één ouder het volledige bedrag krijgt, kan de onderhoudsbijdrage van die ouder hoger uitvallen om het evenwicht te herstellen. Leg daarom in uw overeenkomst duidelijk vast wie het groeipakket ontvangt en hoe het wordt aangewend — dat voorkomt dat een ogenschijnlijk “gelijke” regeling in de praktijk toch scheef zit.

    De kindrekening als praktische oplossing

    Bij week-weekregelingen werkt een kindrekening vaak beter dan discussies over elk kasticket. Beide ouders storten maandelijks een afgesproken bedrag op een aparte rekening waaruit verblijfsoverstijgende en buitengewone kosten worden betaald. Dat geeft overzicht en voorkomt discussies over wie wat al betaald heeft. Spreek daarbij ook af wie de rekening beheert, hoe u de uitgaven opvolgt en wat er met een eventueel saldo gebeurt.

    Belangrijk voor de inhoudelijke afbakening: deze pagina gaat over de financiële regeling bij co-ouderschap. Wilt u weten hoe een week-weekregeling praktisch wordt opgesteld, hoe ouderlijk gezag werkt of hoe een vakantieschema eruitziet, lees dan meer over co-ouderschap als verblijfsregeling → en over de concrete verblijfsregeling.

    Gewone vs. buitengewone kosten (KB 22 april 2019)

    Een onderhoudsbijdrage dekt niet automatisch elke kost van een kind. In de praktijk moet u altijd het onderscheid maken tussen gewone kosten en buitengewone kosten.

    Volgens art. 203bis §3 B.W. zijn gewone kosten de gebruikelijke dagelijkse kosten van het kind: voeding, basisverzorging, gewone kledij, huisvesting, courante schoolkosten en normale ontspanning. Die zitten in principe vervat in de gewone onderhoudsbijdrage.

    Buitengewone kosten zijn uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die niet in de gewone maandelijkse bijdrage vervat zitten. Denk aan:

    • niet-terugbetaalde medische of orthodontische kosten,
    • brillen of gespecialiseerde behandelingen,
    • schoolreizen, buitenlandse meerdaagse uitstappen en kampen,
    • dure eenmalige aankopen zoals een laptop of fiets,
    • specialistische sport- of muziekactiviteiten met hogere kosten.

    Het Koninklijk Besluit van 22 april 2019 heeft dit verder verduidelijkt. In principe is voorafgaand overleg vereist voor buitengewone kosten, behalve in gevallen van hoogdringendheid of wanneer de noodzakelijkheid duidelijk bewezen is. De andere ouder krijgt normaal:

    • 8 dagen om te reageren,
    • of 30 dagen tijdens vakantieperiodes.

    Reageert de andere ouder niet tijdig, dan kan dat gelden als stilzwijgend akkoord, met als gevolg dat die ouder verplicht is bij te dragen volgens de afgesproken verdeelsleutel.

    Die verdeelsleutel moet u best expliciet vastleggen:

    • 50/50, of
    • pro rata volgens inkomen.

    Voor koppels met een groot inkomensverschil is een pro-rataverdeling vaak eerlijker en juridisch beter verdedigbaar. Voor koppels met gelijkaardige inkomens en een strakke week-weekregeling is 50/50 soms praktischer.

    Ter indicatie schommelen buitengewone kosten in de praktijk gemiddeld tussen €30 en €100 per maand per kind, sterk afhankelijk van de leeftijd, de noden en de gezinssituatie. Omdat het om onvoorspelbare uitgaven gaat, is het belangrijker om een duidelijke procedure vast te leggen dan een exact bedrag: wie beslist, binnen welke termijn de andere ouder moet reageren, en welke uitgaven sowieso als buitengewoon gelden. Een limitatieve lijst in uw overeenkomst — met categorieën als orthodontie, meerdaagse schooluitstappen, een eerste laptop of een duurdere sport — voorkomt de meeste latere discussies en maakt de afrekening achteraf eenvoudiger.

    Voor de bredere context van afspraken over kinderen leest u best ook hoe u een complete kindregeling opstelt.

    De kindrekening — art. 203bis §4 B.W.

    De kindrekening heeft een duidelijke wettelijke basis in art. 203bis §4 B.W. De familierechter kan bevelen dat er een afzonderlijke rekening wordt geopend op naam van de ouders of binnen een afgesproken regeling, specifiek om kosten van het kind te beheren.

    De rechter moet daarbij minstens bepalen:

    1. welke bijdrage elke ouder stort,
    2. op welk maandelijks tijdstip dat gebeurt,
    3. waarvoor de rekening mag worden gebruikt,
    4. welke kosten ervan betaald worden,
    5. hoe het toezicht wordt georganiseerd,
    6. hoe tekorten worden aangevuld,
    7. wat er gebeurt met eventuele overschotten.

    Typisch worden op een kindrekening betaald:

    • verblijfsoverstijgende kosten,
    • schoolfacturen,
    • medische kosten,
    • hobby's die beide ouders hebben goedgekeurd,
    • en buitengewone kosten.

    Vaak komt ook het groeipakket of een andere uitkering ten voordele van het kind op die rekening terecht. Vooral bij week-weekregelingen is dit een nuttig instrument, omdat beide ouders dan rechtstreeks kosten dragen en niemand achteraf alle bonnetjes moet reconstrueren.

    Partneralimentatie: wanneer heeft u recht?

    U heeft recht op partneralimentatie na echtscheiding als u zich in een staat van behoefte bevindt en uw ex-partner over voldoende draagkracht beschikt. Dat volgt uit art. 301 B.W., meer bepaald art. 301 §2 B.W. voor de staat van behoefte. Met andere woorden: partneralimentatie is niet automatisch verschuldigd omdat u gescheiden bent. U moet aantonen dat u redelijkerwijze niet in uw eigen levensonderhoud kunt voorzien, terwijl de andere ex-partner wel de middelen heeft om bij te dragen.

    De rechter kijkt daarbij onder meer naar:

    • uw inkomsten en kosten,
    • uw leeftijd en gezondheid,
    • uw kansen op de arbeidsmarkt,
    • de levensstandaard tijdens het huwelijk,
    • en de concrete gevolgen van de rolverdeling binnen het huwelijk.

    De 5/9-regeling: nuttige vuistregel, geen wet

    In de praktijk hoort u vaak over de 5/9-regeling. Dat is geen wettelijke formule, maar een vuistregel die soms wordt gebruikt om een bovengrens te benaderen. Men neemt dan het verschil tussen de netto-inkomens van beide ex-partners en vermenigvuldigt dat met 5/9.

    Voorbeeld:

    • ex-partner A verdient netto €3.000
    • ex-partner B verdient netto €1.500
    • verschil = €1.500
    • 5/9 van €1.500 = €833,33

    Dat bedrag is dus hoogstens een indicatief plafond, geen automatisch verschuldigde som. De rechter kan lager uitkomen, of zelfs geen partneralimentatie toekennen als er geen staat van behoefte is.

    Hoe lang loopt partneralimentatie?

    In principe is de duur van partneralimentatie beperkt tot de duur van het huwelijk (art. 301 §4 B.W.). Heeft uw huwelijk bijvoorbeeld tien jaar geduurd, dan kan de uitkering in principe niet langer dan tien jaar lopen. Enkel in uitzonderlijke omstandigheden — zoals blijvende behoefte door leeftijd of gezondheid — kan de rechter die termijn verlengen.

    Het bedrag is bovendien geplafonneerd: de onderhoudsuitkering mag in de regel niet meer dan één derde van het netto-inkomen van de onderhoudsplichtige ex-partner bedragen (art. 301 §3 B.W.).

    Partneralimentatie stopt in elk geval wanneer de onderhoudsgerechtigde hertrouwt, en in bepaalde gevallen ook bij een nieuwe wettelijke of feitelijke samenwoning (art. 301 §10 B.W.). Daarnaast kan een belangrijke wijziging van de financiële situatie van één van beide ex-partners een herziening of stopzetting rechtvaardigen.

    Indexering van alimentatie in 2026

    Alimentatie wordt in België in principe automatisch geïndexeerd, tenzij de rechter of de overeenkomst daar uitdrukkelijk van afwijkt. Voor kinderalimentatie ligt de wettelijke basis in art. 203quater §1 B.W.

    Dat betekent concreet dat uw onderhoudsbijdrage elk jaar wordt aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. U hoeft daarvoor niet telkens opnieuw naar de rechtbank.

    Er is geen universeel jaarpercentage: de indexering hangt af van de basisindex-maand in uw vonnis of overeenkomst. Ter indicatie steeg de gezondheidsindex in 2025 met ±2,6%.

    Voorbeeld

    Stel dat in 2024 een onderhoudsbijdrage van €300 per maand werd vastgelegd. Die wordt niet met een vast jaarpercentage verhoogd, maar met de formule: nieuw bedrag = €300 × (nieuwe gezondheidsindex / basisindex van de maand vóór het vonnis). Het exacte resultaat hangt dus af van uw basisindex-maand; laat het narekenen met de officiële coëfficiënt.

    De aanpassing geldt vanaf de vervaldag na publicatie van het nieuwe indexcijfer in het Belgisch Staatsblad. Achterstallige indexering kunt u in principe nog tot 5 jaar terugvorderen.

    Wilt u dit exact laten narekenen? Gebruik onze pagina om indexering berekenen of raadpleeg de tool van het Vlaams familierechtportaal: familierecht.vlaanderen — online indexatie berekenen.

    Fiscale aspecten — wat is aftrekbaar in 2026?

    Veel pagina's op het internet vermelden nog steeds dat alimentatie 80% aftrekbaar is. Voor 2026 is dat fout.

    Volgens de FOD Financiën — betaald onderhoudsgeld geldt het volgende schema:

    Betalingsperiode Fiscaal aftrekbaar
    Tot en met 31 december 2024 80%
    1 januari 2025 – 31 december 2025 70%
    1 januari 2026 – 31 december 2026 60%
    Vanaf 1 januari 2027 50%

    Bron: fin.belgium.be — betaald onderhoudsgeld

    Wanneer is onderhoudsgeld aftrekbaar?

    De FOD Financiën legt vier klassieke voorwaarden op:

    1. er moet een wettelijke onderhoudsverplichting bestaan;
    2. de begunstigde mag geen deel uitmaken van uw gezin;
    3. de betalingen moeten regelmatig gebeuren;
    4. u moet de betaling kunnen bewijzen.

    Dat geldt zowel voor kinderalimentatie als partneralimentatie, voor zover aan de voorwaarden is voldaan.

    Belangrijke uitzonderingen

    • DAVO-kosten en interesten zijn nooit aftrekbaar. Alleen het onderhoudsgeld zelf komt in aanmerking.
    • Bij fiscaal co-ouderschap krijgt u een ander fiscaal voordeel via de kinderen ten laste, maar dan is het betaalde onderhoudsgeld niet aftrekbaar. Dat is een echte afweging die u best vooraf maakt.
    • Wie nog altijd plant op basis van 80% aftrekbaarheid, onderschat vandaag zijn netto-kost.

    Wilt u weten hoe u dat correct opneemt in uw regeling? Lees dan verder over fiscale aftrek aanvragen.

    Niet-betaling van alimentatie en DAVO

    Betaalt uw ex-partner de alimentatie niet? Dan moet u niet blijven wachten. U heeft in België meerdere middelen om betaling af te dwingen.

    Eerst kunt u de achterstal formeel laten aanmanen. Blijft betaling uit, dan kunt u via een gerechtsdeurwaarder overgaan tot uitvoerend beslag, bijvoorbeeld op loon of rekening. Bij hardnekkige wanbetaling kan ook art. 391bis Strafwetboek spelen: dat artikel sanctioneert familiale verlating wanneer iemand zijn onderhoudsverplichtingen opzettelijk niet nakomt.

    Een belangrijke praktische stap is DAVO, de Dienst voor Alimentatievorderingen van de FOD Financiën. DAVO kan onder voorwaarden:

    • achterstallige alimentatie invorderen;
    • en in sommige gevallen ook een voorschot betalen aan de onderhoudsgerechtigde. Dat voorschot bedraagt maximaal €175 per kind per maand (DAVO betaalt het saldo boven dat plafond pas door zodra het op de schuldenaar is teruggevorderd).

    Om recht te hebben op een DAVO-voorschot moet u in de regel aan drie voorwaarden voldoen: u woont in België, de onderhoudsplichtige heeft in de afgelopen twaalf maanden minstens twee keer niet (volledig) betaald, en u beschikt over een uitvoerbare titel — een vonnis of een bekrachtigde EOT-overeenkomst. Het voorschot stopt automatisch zodra de schuldenaar zes opeenvolgende maanden correct heeft betaald. U vraagt DAVO aan via davo.belgium.be, telefonisch op 0800 12 302 of per e-mail op davo@minfin.fed.be. De dienst is gratis: DAVO rekent enkel een werkingsbijdrage aan de wanbetaler, niet aan u.

    Let op
    Kosten en interesten die via DAVO lopen, zijn niet aftrekbaar. Alleen het eigenlijke onderhoudsgeld kan fiscaal in aanmerking komen.

    Achterstallige alimentatie verjaart niet onmiddellijk; in de praktijk speelt vaak een terugvorderingsmogelijkheid van 5 jaar, maar laat dat altijd concreet nakijken op basis van uw titel en de aard van de achterstal.

    Meer weten? Bekijk de concrete stappen bij niet-betaling.

    Alimentatie wijzigen of herzien

    Een alimentatiebedrag ligt niet voor altijd vast. Als de omstandigheden aanzienlijk wijzigen, kunt u een aanpassing vragen. Dat geldt zowel voor kinderalimentatie als partneralimentatie.

    Typische redenen zijn:

    • inkomensdaling of inkomensstijging,
    • werkloosheid of langdurige ziekte,
    • wijziging van de verblijfsregeling,
    • belangrijke stijging van school- of medische kosten,
    • of nieuwe gezinsverplichtingen.

    Bij kinderen zijn ook de scharnierleeftijden 6, 12 en 18 jaar vaak natuurlijke evaluatiemomenten. Oudere kinderen brengen vaak hogere kosten mee: secundair onderwijs, laptop, vervoer, hobby's, studies. Ook een week-weekregeling die in de praktijk evolueert naar een andere verblijfsregeling kan een herberekening verantwoorden.

    Een wijziging gebeurt niet automatisch. U moet ze actief aanvragen, en de rechter past het bedrag enkel aan wanneer de omstandigheden buiten uw wil en op een voldoende ingrijpende manier zijn veranderd. Een licht hoger loon of een tijdelijke tegenslag volstaat doorgaans niet. Voor kinderalimentatie verloopt dat via art. 203bis B.W., voor partneralimentatie via art. 301 §7 B.W. U kunt de wijziging in onderling akkoord vastleggen — wat sneller en goedkoper is — of, bij onenigheid, voorleggen aan de familierechtbank. Wie betaalt, vraagt het best schriftelijk en tijdig een aanpassing aan; gewoon minder beginnen te storten zonder akkoord of vonnis levert een achterstal op die later kan worden ingevorderd.

    Wilt u dat juridisch correct aanpakken? Lees dan hoe u alimentatie wijzigen of een herberekening kunt vragen via uw dossier.

    Alimentatie bij EOT: samen bepalen, juridisch bindend

    Bij een EOT (Echtscheiding door Onderlinge Toestemming) bepaalt u samen de afspraken over kinderalimentatie, partneralimentatie, buitengewone kosten, indexering en eventueel een kindrekening. Die afspraken worden opgenomen in een juridisch sluitende overeenkomst en daarna ter bekrachtiging voorgelegd aan de familierechtbank.

    De familierechter toetst die overeenkomst aan art. 1321 Ger.W.: de regeling van de kinderbijdrage moet de gebruikte parameters vermelden — de middelen van beide ouders, de gewone kosten en de aard van de buitengewone kosten — en voldoende gemotiveerd zijn. Ontbreekt die motivering, dan kan de rechtbank weigeren de overeenkomst te homologeren.

    Ons EOT-pakket kost €499 excl. BTW per koppel totaal (= €603,79 incl. BTW). Dat is all-in: EOT-wizard, advocatencontrole, verzoekschrift, indiening bij de familierechtbank en opvolging tot bekrachtiging. Voor een dossier met kinderen is daarnaast een extra module van €100 excl. BTW vereist. Als er ook onroerend goed is, komt daar nog een tweede module van €100 excl. BTW bij. Bemiddeling is niet inbegrepen in €499 en kost apart indicatief €1.000 tot €2.500 totaal (±€100–150/uur, geen vast pakket).

    Klaar om uw alimentatie juridisch correct vast te leggen?

    Start uw EOT vanaf €499 excl. BTW of plan eerst een vrijblijvend gesprek met onze advocaten.

    Veelgemaakte fouten bij alimentatieafspraken

    1. Geen duidelijke indexeringsclausule opnemen

    Een onderhoudsbijdrage zonder correcte indexeringsregeling verliest elk jaar koopkracht. Bij een vaste bijdrage van €300 kan dat over enkele jaren een voelbaar verschil maken. In onze EOT-teksten wordt een juridisch bruikbare indexeringsclausule standaard correct opgenomen.

    2. Buitengewone kosten te vaag formuleren

    “Schoolkosten en medische kosten worden gedeeld” lijkt duidelijk, maar veroorzaakt in de praktijk discussies. Is een laptop inbegrepen? Een orthodontist? Een scoutskamp? Zonder duidelijke lijst en procedure volgens het KB van 22 april 2019 krijgt u later bijna zeker discussie.

    3. Denken dat bij co-ouderschap geen alimentatie meer mogelijk is

    Bij week-weekregelingen blijft een bijdrage perfect mogelijk als er een inkomensverschil is of als één ouder meer kosten draagt. Wie dat negeert, riskeert een regeling die op papier gelijk lijkt, maar in werkelijkheid financieel scheef zit.

    4. Geen afspraken maken over de kindrekening

    Bij gedeeld verblijf leidt het ontbreken van een kindrekening vaak tot eindeloze discussies over voorschotten en bonnetjes. Met een aparte rekening vermijdt u wantrouwen en kunt u verblijfsoverstijgende kosten veel eenvoudiger beheren.

    5. Stopzetting of herziening niet voorzien

    Veel ouders vergeten evaluatiemomenten te voorzien bij 6, 12 of 18 jaar, of bij het einde van studies. Daardoor blijft een achterhaald bedrag soms jaren doorlopen tot één van de partijen uiteindelijk opnieuw moet procederen.

    6. Verkeerd aftrekbaarheidspercentage in uw planning gebruiken

    Koppels die nog rekenen met 80% fiscale aftrekbaarheid onderschatten hun netto-belasting. Voor betalingen in 2026 is nog slechts 60% aftrekbaar, en vanaf 2027 nog 50%. Dat verschil beïnvloedt rechtstreeks wat een maandelijkse bijdrage u netto werkelijk kost.

    Veelgestelde vragen

    Lees verder

    EOT vanaf €499 + 21% BTW · Bereken uw alimentatie
    Start