- Een verblijfsregeling legt vast wanneer uw kind bij welke ouder verblijft — losstaand van ouderlijk gezag.
- Art. 374 §1 en §2 BW: bij onenigheid onderzoekt de rechter eerst of een gelijkmatig verdeelde huisvesting mogelijk is.
- Art. 1253ter/3 Ger.W. verplicht de familierechter om afwijkingen van 50/50 concreet te motiveren.
- Er zijn 6 veelvoorkomende modellen: week-week (7/7), 2-2-3, 5-2-2-5, 9-5 weekend, 3-4-4-3 en nestregeling.
- Voor zeer jonge kinderen werken korte, frequente blokken vaak beter dan week-week.
- Een EOT met kindregeling kost €599 + 21% BTW (= €724,79 incl.), +€100 module kinderen excl. BTW.
- Bemiddeling is niet inbegrepen — indicatief €1.000 tot €2.500 totaal (±€100–150/uur).
Wat is een verblijfsregeling?
Een verblijfsregeling bepaalt wanneer uw kind bij welke ouder verblijft: op weekdagen, in weekends, tijdens schoolweken en vaak ook tijdens vakanties. Het gaat dus over de concrete verdeling van de tijd van het kind tussen beide ouders.
Dat is iets anders dan ouderlijk gezag. Ouderlijk gezag gaat over beslissingen nemen over opvoeding, school, gezondheid en belangrijke levenskeuzes. Een kind kan dus hoofdverblijf hebben bij één ouder, terwijl beide ouders samen het gezag behouden. Voor de volledige uitleg leest u verder op ouderlijk gezag of op de verdiepende pagina ouderlijk gezag.
In België vertrekt de wet van het belang van het kind. Artikel 374 §1 en §2 BW bepaalt dat de rechtbank bij onenigheid in principe onderzoekt of een gelijkmatig verdeelde huisvesting mogelijk is, als minstens één ouder dat vraagt. Artikel 1253ter/3 Ger.W. verplicht de familierechtbank om haar beslissing daarover concreet te motiveren. Dat betekent niet dat 50/50 altijd de norm is, wel dat de rechter bewust moet afwegen wat voor uw kind werkt.
Zo'n regeling kunt u onderling afspreken in een EOT, of laten opleggen in een procedure bij de familierechtbank. Voor de bredere context rond kindafspraken kunt u ook naar de kindregeling-pagina.
6 veelvoorkomende verblijfsregelingen
1. Week-week regeling (7/7)
Bij een week-week regeling verblijft het kind de ene week volledig bij ouder A en de volgende week volledig bij ouder B. Dit is de bekendste 50/50 verblijfsregeling.
- Voordeel: duidelijk, weinig wissels, administratief eenvoudig.
- Nadeel: voor jonge kinderen soms te lang weg van één hechtingsfiguur.
2. 2-2-3 regeling
Hier verblijft het kind twee dagen bij ouder A, twee dagen bij ouder B en daarna drie dagen opnieuw bij ouder A. De week erna draait dat om. Zo ziet het kind beide ouders heel frequent.
- Voordeel: geschikt voor jongere kinderen die korte blokken nodig hebben.
- Nadeel: meer wissels, meer logistiek, meer kans op spanning bij conflict.
3. 5-2-2-5 regeling
Een ouder heeft bijvoorbeeld altijd maandag en dinsdag, de andere altijd woensdag en donderdag. Vrijdag tot zondag wisselt om de twee weken door. Zo behoudt elk kind vaste weekdagen bij elke ouder.
- Voordeel: voorspelbaar, sterke routine, vaak goed werkbaar voor kleuters en lagere schoolkinderen.
- Nadeel: iets complexer om uit te tekenen dan week-week.
4. 9-5 of weekendregeling met midweekcontact
In deze regeling woont het kind vooral bij één ouder, met een weekend om de twee weken of elk weekend bij de andere ouder, vaak aangevuld met een woensdagmiddag of overnachting.
- Voordeel: veel stabiliteit, beperkt heen-en-weer, vaak passend bij grote afstand of hoge conflictgraad.
- Nadeel: minder evenwichtige tijdsverdeling.
5. 3-4-4-3 regeling
Een variant op gedeelde huisvesting waarbij het kind in week 1 drie dagen bij ouder A en vier dagen bij ouder B verblijft, en in week 2 omgekeerd. Zo blijft de verdeling evenwichtig maar met iets langere blokken dan 2-2-3.
- Voordeel: meer afwisseling dan week-week, maar minder wissels dan 2-2-3.
- Nadeel: vergt een goede kalenderdiscipline.
6. Nestregeling of birdnesting
Bij een nestregeling blijven de kinderen in de gezinswoning wonen. De ouders wisselen zelf af in die woning volgens een schema.
- Voordeel: maximale stabiliteit voor de kinderen.
- Nadeel: financieel en praktisch zwaar, meestal slechts tijdelijk haalbaar.
Voor thema's zoals vakantieverdeling verwijzen we bewust door naar de vakantieregeling. Voor kinderalimentatie leest u verder op kinderalimentatie in de kindregeling.
Visuele week-schema's per regeling
Onderstaande schema's zijn voorbeelden. In de praktijk kunt u wisselmomenten koppelen aan school, opvang of zondagavond.
1. Week-week 7/7
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | A | A | A | A | A |
| Week 2 | B | B | B | B | B | B | B |
Dit is de eenvoudigste kalender. Vaak gebeurt de wissel op vrijdag na school of maandag aan schoolpoort.
2. 2-2-3 regeling
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | B | B | A | A | A |
| Week 2 | B | B | A | A | B | B | B |
Hier ziet het kind beide ouders meerdere keren per week. Dit model wordt vaak gekozen voor jonge kinderen, omdat de periodes zonder de andere ouder kort blijven.
3. 5-2-2-5 regeling
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | B | B | A | A | A |
| Week 2 | A | A | B | B | B | B | B |
Ouder A heeft altijd maandag en dinsdag, ouder B altijd woensdag en donderdag. Het verlengde weekend wisselt. Kinderen weten zo snel: “maandag en dinsdag ben ik altijd daar”.
4. 9-5 weekendregeling met woensdagcontact
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | B* | A | B | B | B |
| Week 2 | A | A | B* | A | A | A | A |
B\* = bijvoorbeeld woensdagmiddag of woensdag met overnachting bij ouder B. Dit model wordt vaak gebruikt als één ouder de dagelijkse schoolorganisatie opneemt en de andere ouder een ruimer contactrecht heeft, maar geen volwaardige 50/50-verdeling.
5. 3-4-4-3 regeling
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Week 1 | A | A | A | B | B | B | B |
| Week 2 | A | A | A | A | B | B | B |
In de praktijk zijn meerdere varianten mogelijk, zolang de totale verdeling over twee weken in balans blijft. Deze regeling kan interessant zijn voor ouders die week-week nog te lang vinden, maar 2-2-3 te onrustig.
6. Birdnesting / nestregeling
| Week | Ma | Di | Wo | Do | Vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kinderen | N | N | N | N | N | N | N |
| Ouder wk 1 | A | A | A | B | B | B | B |
| Ouder wk 2 | B | B | B | A | A | A | A |
N = kinderen blijven in de gezinswoning (“nest”). Niet de kinderen, maar de ouders wisselen. Dit schema werkt alleen als er zeer duidelijke afspraken zijn over kosten, huishouding, privacy, nieuwe partners en duur van de regeling.
Welke regeling past bij welke leeftijd?
Er bestaat geen perfecte regeling voor elke leeftijd. De beste regeling hangt af van hechting, school, afstand tussen woningen, communicatie tussen ouders en de draagkracht van het kind.
| Leeftijd | Wat werkt vaak beter? | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| 0-3 jaar | 2-2-3 of weekendregeling met extra doordeweeks contact | Vermijd te lange afwezigheid van primaire hechtingsfiguur; vaak max. 2-3 dagen aaneengesloten |
| 3-6 jaar | 5-2 of stapsgewijs opbouw naar week-week | Voorspelbaarheid en vaste ritmes zijn cruciaal |
| 6-12 jaar | Week-week of 5-2-2-5 vaak haalbaar | School, hobby's en afstand moeten praktisch werkbaar zijn |
| 12+ jaar | Meer inspraak, vaak vaste thuisbasis met flexibele bezoeken | Hoorrecht speelt sneller mee |
0 tot 3 jaar
Bij baby's en peuters ligt de nadruk meestal op hechting, ritme en korte afstanden tussen contacten. Daarom werkt een klassieke week-week regeling vaak minder goed. Korte, frequente contacten zijn meestal beter dan lange blokken. In de praktijk wordt dan vaak gekozen voor 2-2-3 of een hoofdverblijf met extra midweekcontact.
3 tot 6 jaar
Kleuters kunnen vaak al iets langere blokken aan, zolang de regeling voorspelbaar is. Een 5-2-2-5 regeling is dan voor veel gezinnen een goed tussenmodel. Sommige kinderen groeien daarna door naar week-week.
6 tot 12 jaar
Lagere schoolkinderen kunnen een week-week regeling vaak goed aan, op voorwaarde dat beide ouders op vergelijkbare wijze school, huiswerk, hobby's en bedtijden organiseren. Een korte afstand tussen de woningen helpt enorm.
12 jaar en ouder
Tieners willen vaak meer inspraak. In theorie kan een strak schema blijven bestaan, maar in de praktijk ziet u vaker een vaste thuisbasis met soepelere afspraken bij de andere ouder. Over het formele hoorrecht en de procedure leest u apart op het hoorrecht van uw kind.
Bronkader: praktijkrichtlijnen van scheidingsconsulenten en ontwikkelingspsychologisch onderzoek.
Parallel ouderschap: wanneer overleg niet werkt
Niet elk gezin kan functioneren met klassiek co-ouderschap en voortdurend overleg. Bij hoogconflict-scheidingen zorgt elk extra contactmoment tussen ouders soms voor nieuwe escalatie. In die situaties kan parallel ouderschap werkbaarder zijn.
Parallel ouderschap betekent: zo weinig mogelijk direct overleg, zeer duidelijke grenzen, een gedetailleerde regeling en zo weinig mogelijk interpretatieruimte. Elke ouder organiseert zijn tijd met de kinderen grotendeels zelfstandig, zonder voortdurende afstemming met de andere ouder.
Dat is geen ideaalmodel. Maar bij aanhoudend conflict is het soms het enige model dat rust brengt voor de kinderen. Denk aan:
- vaste wisselmomenten aan school;
- communicatie alleen per e-mail of via een app;
- strikte afspraken over medische info, schooldocumenten en hobby's;
- geen discussies aan de deur.
Sommige ouders gebruiken daarvoor communicatieplatformen zoals OurFamilyWizard, Cozi of 2houses. Wilt u dieper lezen over conflict, niet-naleving en procedures? Ga dan naar ouderschap na scheiding.
Birdnesting: alternatief waarbij kinderen blijven
Bij birdnesting of nestregeling blijven de kinderen in de gezinswoning wonen en wisselen de ouders af. Dat geeft kinderen maximale continuïteit: dezelfde kamer, schoolroute, buren en spullen.
Het grote voordeel is dus stabiliteit. Het grote nadeel is de kost en de complexiteit. In de praktijk zijn er vaak drie woonoplossingen nodig: de gezinswoning én twee verblijfsplekken voor de ouders. Daarbovenop komen afspraken over poetsen, voeding, privacy en nieuwe relaties.
Voor de meeste gezinnen is dit geen duurzame eindoplossing, maar soms wel een bruikbare overgangsregeling van enkele maanden, bijvoorbeeld 3 tot 12 maanden.
Wisselmomenten: praktische tips
Een goede verblijfsregeling mislukt vaak niet op papier, maar bij de overdracht. Daarom zijn wisselmomenten belangrijker dan veel ouders denken.
-
1
Kies een neutrale locatie
De schoolpoort is vaak de gouden standaard. Het kind vertrekt bij de ene ouder en wordt na school door de andere ouder opgehaald. Zo hoeft het kind geen gespannen overdracht mee te maken. -
2
Hou een vast tijdstip aan
Vaste uren zorgen voor voorspelbaarheid. “Vrijdag na school” of “zondag 18 uur” werkt beter dan telkens improviseren. -
3
Beperk de info-overdracht
Als de communicatie moeilijk loopt, is een kort schriftje, gedeelde notitie of e-mail vaak beter dan een gesprek aan de voordeur. Hou het feitelijk: medicatie, huiswerk, slaap, schoolbrief. -
4
Spreek feestdagen vooraf uit
Verjaardagen, Moederdag, Vaderdag en communie- of lentefeestmomenten geven vaak discussie als ze niet expliciet geregeld zijn. Neem ze dus op in uw regeling. -
5
Escaleert elk wisselmoment? Gebruik een stappenplan
1) wijzig de locatie naar school of opvang; 2) verminder direct contact; 3) werk met schriftelijke communicatie; 4) schakel een bemiddelaar in bij herhaling; 5) lukt dat niet, dan kan de familierechtbank tussenkomen.
Domicilie en administratie
Ook bij een 50/50 verblijfsregeling moet een kind administratief meestal één officieel domicilieadres hebben. Dat betekent niet dat die ouder “meer ouder” is, wel dat de administratie één referentiepunt nodig heeft.
Die domiciliekeuze kan impact hebben op:
- schoolinschrijving;
- uitbetaling van het Groeipakket;
- mutualiteit;
- fiscale verwerking, onder meer in vak II A en bepaalde codes zoals 1002/1018.
Bij een gelijkmatig verdeelde huisvesting zegt domicilie dus niet alles over de echte zorgverdeling. Voor fiscale uitwerking en fiscaal co-ouderschap verwijzen we naar de fiscale gevolgen van een scheiding.
De verblijfsregeling wijzigen
Een verblijfsregeling is niet voor altijd in steen gebeiteld. Ze kan veranderen door:
- een verhuis;
- een andere school;
- nieuwe werkuren;
- de leeftijd van het kind;
- een nieuwe partner met kinderen;
- aanhoudende praktische problemen.
Wijzigen kan minnelijk, via een nieuwe overeenkomst, of via de familierechtbank wanneer overleg niet lukt. Vaak wordt daarbij verwezen naar gewijzigde omstandigheden en het belang van het kind. **Artikel 387bis BW** wordt daarbij geregeld genoemd, maar vergt juridische verificatie in deze context. Voor de volledige procedure leest u op de kindregeling wijzigen.