Verdeling van Schulden bij Scheiding
Praktische gids voor een eerlijke verdeling van schulden bij scheiding: hypotheek, leningen en meer.
Wat deze pagina wel en niet behandelt
Hieronder gaat het over de afspraak tussen u beiden: welke schulden er zijn, aan wie u ze toewijst, hoe u dat verrekent met de rest van de verdeling en welke waarde die afspraak heeft. Wat die afspraak waard is tegenover de bank of een andere schuldeiser is een tweede vraag, met een eigen antwoord: uw overeenkomst regelt uw onderlinge verhouding, niet de verhouding met wie geld van u tegoed heeft. Wie enkel op zoek is naar de manier om uit een gemeenschappelijke lening te geraken, leest beter meteen de pagina over desolidarisering.
Praktische afwikkeling
Na de inventaris volgt de verdeling. U kunt schulden toewijzen aan één partner (die dan een compensatie krijgt), schulden omzetten op één naam, of schulden aflossen met de opbrengst van verkochte goederen. Vergeet niet de schuldeisers te informeren.
Eerst het stelsel, dan de verdeling
Of een schuld gemeenschappelijk is, hangt in de eerste plaats af van de vorm die uw relatie had. Bent u gehuwd zonder huwelijkscontract, dan geldt het wettelijk stelsel: naast het eigen vermogen van elk van u bestaat er een gemeenschap (art. 2.3.12 BW). Wat elk van u al bezat voor het huwelijk of tijdens het huwelijk kreeg door schenking of erfenis, blijft eigen (art. 2.3.17 BW). Hebt u een huwelijkscontract met scheiding van goederen, dan is er in beginsel geen gemeenschap en draagt elk zijn eigen verbintenissen (art. 2.3.61 BW). Bent u wettelijk samenwonend, dan geldt de regeling van de artikelen 1475 tot 1479 oud BW en zijn goederen die u samen aankocht onverdeeld, elk voor de helft, tenzij uit de stukken iets anders blijkt. Bent u feitelijk samenwonend, dan bestaat er geen vermogensrechtelijk stelsel en telt uitsluitend wie waarvoor getekend heeft en wie wat betaald heeft.
- Gehuwd zonder contract: eigen vermogens naast een gemeenschap
- Gehuwd met scheiding van goederen: in beginsel elk zijn eigen verbintenissen
- Wettelijk samenwonend: samen aangekochte goederen onverdeeld, elk voor de helft
- Feitelijk samenwonend: geen stelsel, enkel de contracten en de betalingen tellen
De inventaris die u eerst maakt
Zonder volledige inventaris valt er niets eerlijk te verdelen. Neem per schuld op wie de kredietnemer is, wie eventueel mee ondertekend heeft, wat het openstaande saldo is op een afgesproken datum, welke maandlast eraan hangt en waarvoor het geld gediend heeft. Die laatste vraag is de moeilijkste en tegelijk de belangrijkste: een lening voor de gezinswagen ligt anders dan een krediet dat één van u alleen aanging voor een uitgave die met het gezin niets te maken had. Vraag ook een overzicht op bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank; daarmee vermijdt u dat er later een krediet opduikt waarvan de ander niet op de hoogte was.
De datum waarop u de stand opneemt
Spreek uitdrukkelijk af op welke datum u de saldi vastklikt. Een lening lost intussen af, een kredietopening kan intussen verder worden opgenomen, en zonder afgesproken datum discussieert u later over cijfers die intussen veranderd zijn. Bij gehuwden hangt daar bovendien het ogenblik van de ontbinding van het stelsel aan vast (art. 2.3.41 BW): vanaf dat ogenblik gaat elk zijn eigen weg en verandert de aard van wat er nadien wordt aangegaan. Neem in de overeenkomst dus zowel de peildatum als de saldi op die datum op, met vermelding van het stuk waaruit die saldi blijken.
Toewijzen, compenseren of aflossen
Voor elke schuld hebt u in wezen drie mogelijkheden. U wijst ze toe aan één van beiden, waarbij die persoon meestal een tegenprestatie krijgt in de rest van de verdeling. U lost ze af met de opbrengst van een goed dat toch verkocht wordt, wat de eenvoudigste oplossing is en de meeste latere discussie vermijdt. Of u laat ze samen doorlopen, wat enkel verstandig is voor een korte, overzienbare periode en dan best met een uitdrukkelijke afspraak over wie welk deel stort. Verlies daarbij niet uit het oog dat een toewijzing zonder aflossing u niet losmaakt van de schuldeiser.
- Toewijzen aan één partner, met verrekening in de rest van de verdeling
- Aflossen met de opbrengst van een goed dat verkocht wordt
- Samen laten doorlopen, met een uitdrukkelijke betaalafspraak en een einddatum
- Overzetten op één naam, mits de kredietgever daarmee instemt
Schulden verrekenen met de rest van de verdeling
Schulden staan niet los van de goederen. Wie de woning overneemt en daarbij de woonlening op zich neemt, neemt zowel een goed als een last over; de verrekening moet daar rekening mee houden. Hetzelfde geldt voor een wagen met een lopende financiering of voor een verbouwing die met een krediet betaald is. Zet daarom in de overeenkomst niet enkel wie wat krijgt, maar ook welke schuld daar tegenover staat, zodat de eindafrekening op één plaats leesbaar is. Zo vermijdt u dat één van beiden achteraf vaststelt dat hij het actief zonder het passief heeft gelezen.
Wat een schuld persoonlijk maakt
De stelling dat een schuld persoonlijk is, moet u kunnen onderbouwen. Dat doet u met stukken over het ontstaan en de bestemming ervan: de kredietaanvraag, de facturen die met het geld betaald zijn, de rekening waarop het geld terechtkwam. Een loutere bewering dat u van niets wist, volstaat niet, en omgekeerd volstaat het niet dat een krediet op één naam staat om er een persoonlijke schuld van te maken wanneer het geld het gezin ten goede is gekomen. Verzamel die stukken voor u onderhandelt; nadien liggen de standpunten vast en wordt elk bewijsstuk een strijdpunt.
Meer schulden dan bezittingen
Soms is de uitkomst van de inventaris negatief. Dan verdeelt u geen vermogen maar een tekort, en verandert de vraag: niet wie wat krijgt, maar wie welk deel draagt en of dat draagbaar is. Blijkt de last voor één van beiden niet houdbaar, dan hoort de vraag naar schuldbemiddeling of een collectieve schuldenregeling in het gesprek thuis, en bespreekt u dat beter vóór u een overeenkomst tekent waarvan op voorhand vaststaat dat ze niet uitgevoerd zal worden. Een afspraak die niemand kan nakomen, brengt u geen stap verder.
Een voorbeeld
Voorbeeld: twee gehuwden zonder huwelijkscontract hebben een woonlening en een autofinanciering. De woning wordt verkocht en de opbrengst gaat eerst naar de woonlening; het saldo wordt verdeeld. De wagen gaat naar de partner die hem dagelijks gebruikt, samen met de resterende financiering, en dat wordt verrekend bij de verdeling van de rest. Beide partners nemen in de overeenkomst op welke saldi op de peildatum golden en uit welk stuk die blijken. Er staan in dit voorbeeld bewust geen bedragen: de methode is wat telt, de cijfers komen uit uw eigen dossier.
Wat er misloopt en hoe u het voorkomt
De klassieke fouten zijn telkens dezelfde. Een krediet dat pas na de ondertekening opduikt, omdat niemand de kredietcentrale raadpleegde. Een toewijzing zonder afgesproken datum, waardoor de saldi niet meer kloppen. Een woonlening die aan één partner wordt toegewezen zonder dat er ooit aan de bank ontslag uit de verbintenis is gevraagd. Een borgstelling die iedereen vergeten was. En de afspraak die enkel mondeling gemaakt is, zodat er bij de eerste betalingsachterstand geen stuk voorligt waarmee u iets kunt terugvorderen.
- Vraag het overzicht bij de kredietcentrale op vóór u tekent
- Leg de peildatum en de saldi op die datum schriftelijk vast
- Vraag ontslag uit elke gezamenlijke verbintenis die u niet zelf voortzet
- Ga na of er borgstellingen lopen en regel ook die uitdrukkelijk
- Neem een terugvorderingsclausule op voor het geval de ander niet betaalt
Waar u verder leest
Deze pagina gaat over de verdeling tussen u beiden. Wat die verdeling waard is tegenover de bank en hoe u zich uit een gemeenschappelijke lening loskoppelt, is een aparte vraag.
Daarover leest u op schuldeisers en desolidarisering.
Als u er onderling niet uit raakt
Blijft u het oneens over de aard of de verdeling van de schulden, dan hoeft dat niet meteen tot een procedure te leiden. Een bemiddeling kan een uitweg bieden; wat daar gezegd wordt, is vertrouwelijk (art. 1728 Ger. W.) en het akkoord dat eruit voortkomt kan worden vastgelegd. Raakt u er ook zo niet uit, dan blijft de gerechtelijke vereffening-verdeling over: de rechtbank stelt een notaris aan die de boedel samenstelt en de verdeling voorbereidt (art. 1207 e.v. Ger. W.). Dat is de traagste en duurste weg, en precies daarom loont het om eerst alles te doen om er onderling uit te komen.
Juridische bronnen
- • Art. 2.3.12 BW - het wettelijk stelsel: eigen goederen en gemeenschap
- • Art. 2.3.17 BW - eigen goederen van elke echtgenoot
- • Art. 2.3.41 BW - ontbinding van het wettelijk stelsel
- • Art. 2.3.61 BW - stelsel van scheiding van goederen
- • Art. 1475-1479 oud BW - wettelijke samenwoning en onverdeeldheid
- • Art. 1207 e.v. Ger. W. - gerechtelijke vereffening-verdeling
Klaar om te starten?
Gebruik onze gratis tool of laat uw overeenkomst bekrachtigen voor €599 excl. BTW.