WhatsApp
    Familierecht • 2026

    Zo berekenen wij kinderalimentatie

    Deze pagina legt uit hoe wij een onderhoudsbijdrage voor kinderen berekenen volgens de methode Hobin, en welke wetsartikelen daarachter zitten: art. 203, § 1 oud BW (bijdragen naar evenredigheid van de middelen), art. 203bis, § 1 oud BW (de bijdrage van de niet-huisvestende ouder) en art. 203bis, § 3 oud BW (de buitengewone kosten). U leest welke inkomsten meetellen, hoe de kost van een kind wordt begroot en hoe die kost over beide ouders wordt verdeeld.

    • Methode Hobin als rekenwijze, wettelijk niet bindend
    • Art. 203, § 1 oud BW: bijdragen naar evenredigheid van de middelen
    • Art. 203bis, § 3 oud BW: buitengewone kosten apart
    • Art. 203quater, § 1 oud BW: indexcijfer van de consumptieprijzen

    Vrijblijvend · gratis kennismakingsgesprek

    • ★ 4.9/5 (405+ reviews)
    • 4.000+ dossiers beoordeeld
    • 6 kantoren
    Berekening van een onderhoudsbijdrage voor kinderen volgens de methode Hobin
    Methode Hobin
    Stap voor stap
    Dossiers beoordeeld
    4.000+
    405+ reviews
    4.9/5
    Kantoren
    6

    Wat de methode Hobin is

    De methode Hobin is de rekenwijze uit de Rekentool kinderalimentatie (methode Hobin), versie 2026/03 van de Orde van Vlaamse Balies. Ze zet de open wettelijke criteria om in een reeks controleerbare rekenstappen: welke middelen meetellen, hoeveel een kind indicatief kost, en hoe die kost over beide ouders wordt verdeeld.

    De methode is wettelijk niet bindend. In de praktijk is ze wel de referentie: familierechtbanken, advocaten en bemiddelaars gebruiken ze om art. 203 §1 oud BW (bijdragen naar evenredigheid van de middelen), art. 203bis §1 oud BW (de bijdrage van de niet-huisvestende ouder), art. 203bis §3 oud BW (buitengewone kosten) en art. 203quater §1 oud BW (indexering) concreet in te vullen. Onze calculator volgt deze methode; op deze pagina staat elke stap uitgeschreven zodat u de uitkomst kunt narekenen.

    De zeven stappen

    Stap 1 — Besteedbare middelen per ouder

    Van het netto maandinkomen van elke ouder, vermeerderd met de sociale toeslag die hij of zij ontvangt, worden de niet-samendrukbare kosten afgetrokken. Die bestaan uit het leefloonforfait — € 1.367,34 voor een alleenstaande ouder en € 683,67 voor een kostendelend samenwonende ouder (leefloon van een alleenstaande zoals geïndexeerd op 1 september 2026, de helft daarvan bij een samenwonende ouder) — plus de eigen opgegeven niet-samendrukbare kosten, zoals een afbetaling van de gezinswoning. De uitkomst wordt nooit lager dan nul gerekend. Let op: ligt het inkomen van een ouder dicht bij dat forfait — is het verschil minder dan veertig procent — dan raadt de officiële rekentool af om met dit forfait te werken.

    besteedbaar = netto-inkomen + sociale toeslag − niet-samendrukbare kosten

    Stap 2 — Het gezinsinkomen

    Voor de kost van het kind wordt niet met de besteedbare middelen gerekend, maar met het volledige gezinsinkomen. Het groeipakket telt hier wél mee, en dan inclusief de sociale toeslag: het kind heeft die middelen effectief ter beschikking. Het gezinsinkomen wordt begrensd op € 10.000,00 per maand; boven die grens stijgt de indicatieve kost van een kind niet verder mee.

    gezinsinkomen = inkomen ouder 1 + inkomen ouder 2 + groeipakket + sociale toeslagen

    Stap 3 — De kost van het kind (IGAK)

    De Indicatieve Gemiddelde Alimentatiekost drukt uit welk deel van het gezinsinkomen aan een kind wordt besteed. Het percentage hangt af van het aantal kinderen, van de inkomenscategorie waarin het gezin valt en van de leeftijd van het kind. De leeftijdscorrectie werkt proportioneel en niet optellend: ze wordt omgerekend naar de referentiebasis van 17,0 (één kind, inkomenscategorie 3) en als verhouding op het basispercentage toegepast. Per kind wordt afzonderlijk gerekend en de bedragen worden opgeteld.

    kinderkost = Σ per kind (gezinsinkomen × IGAK-percentage)
    IGAK-percentage = basispercentage × (1 + leeftijdscorrectie / 17,0)

    Stap 4 — De nettokost

    Van de kost van het kind gaat het groeipakket af, want dat is al beschikbaar om die kost te dekken. Hier wordt het groeipakket exclusief sociale toeslag gebruikt, terwijl het in stap 2 inclusief sociale toeslag meetelde. Dat verschil is bewust: de sociale toeslag hoort thuis bij de draagkracht van de ouder die hem ontvangt en is geen algemeen gezinsmiddel dat van de kinderkost mag worden afgetrokken. Wat overblijft, moeten de ouders samen dragen.

    nettokinderkost = kinderkost − groeipakket

    Stap 5 — Verdeling naar draagkracht

    De nettokost wordt verdeeld in verhouding tot de besteedbare middelen uit stap 1. Dat is de vertaling van art. 203 §1 oud BW: beide ouders dragen bij naar evenredigheid van hun middelen. Wie tweemaal zoveel besteedbaar heeft, draagt tweemaal zoveel van de kost.

    aandeel ouder = besteedbaar ouder / totaal besteedbaar
    bijdrage ouder = nettokinderkost × aandeel ouder

    Stap 6 — De bijdrage in natura

    De helft van de kinderkost (50%) is verblijfsgebonden: eten, verwarming, dagelijkse uitgaven. Die volgt de verblijfsregeling — wie het kind meer dagen huisvest, draagt daar meer van. De andere helft is verblijfsoverstijgend: kleding, school, hobby's, verzekeringen. Die volgt een eigen sleutel, die per verblijfsregeling verschilt. Wie het groeipakket ontvangt, ziet dat bedrag van zijn bijdrage in natura afgetrokken, omdat het al in zijn handen zit.

    in natura = verblijfsgebonden × verblijfs% + verblijfsoverstijgend × overstijgend% − ontvangen groeipakket

    Stap 7 — De onderhoudsbijdrage

    Elke ouder draagt via de verblijfsregeling al een stuk van de kost. Het verschil tussen wat een ouder volgens zijn draagkracht moet dragen en wat hij feitelijk in natura draagt, is zijn tekort. De ouder met het grootste tekort betaalt dat tekort als maandelijkse onderhoudsbijdrage aan de andere ouder. Er geldt één beschermingsregel: de betalende ouder mag door de betaling niet onder zijn eigen leefloon zakken. Gebeurt dat, dan wordt het bedrag begrensd tot wat wél mogelijk is en wordt die begrenzing uitdrukkelijk bij het resultaat gemeld.

    tekort ouder = draagkrachtaandeel − bijdrage in natura
    onderhoudsbijdrage = grootste tekort

    De controleproef (Cass. 23 juni 2017)

    Het Hof van Cassatie oordeelde op 23 juni 2017 dat de uitkomst van de berekening moet worden nagerekend. Na verrekening van de onderhoudsbijdrage moet elke ouder uiteindelijk exact zijn draagkrachtaandeel van de nettokost dragen — niet meer en niet minder. Klopt die proef niet, dan is er ergens dubbel of onvolledig geteld.

    effectief gedragen ouder = bijdrage in natura ± onderhoudsbijdrage
    aandeel % = effectief gedragen / nettokinderkost × 100
    (moet gelijk zijn aan het draagkrachtaandeel uit stap 5)

    Onze calculator toont die proef zichtbaar op het scherm, in de pdf en in de e-mail met het resultaat.

    Buitengewone kosten

    Buitengewone kosten (art. 203bis §3 oud BW) zijn uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorziene uitgaven: niet-terugbetaalde medische kosten, orthodontie, schoolreizen, een studieverblijf. Zij zitten per definitie niet in de IGAK, want de IGAK meet de gewone maandelijkse kost. Daarom worden ze apart verdeeld — naar draagkracht, half om half of volgens een eigen afgesproken sleutel — en telt onze tool ze afzonderlijk mee, omgerekend naar een maandbedrag. Wij passen géén forfait toe: een forfaitair percentage voor buitengewone kosten komt in de methode Hobin niet voor.

    Indexering

    Art. 203quater §1 oud BW bepaalt dat de onderhoudsbijdrage van rechtswege wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen — dus niet aan de gezondheidsindex. Dat onderscheid telt: de gezondheidsindex laat tabak, alcohol en motorbrandstoffen buiten beschouwing, waardoor beide reeksen uit elkaar lopen over een bijdrage die vaak twintig jaar loopt.

    “[De basisbijdrage] wordt van rechtswege aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze basisbijdrage is gebonden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de maand waarin het vonnis dat de bijdrage van elk van de ouders bepaalt, wordt uitgesproken, tenzij de rechtbank er anders over beslist. Om de twaalf maanden wordt het bedrag van de bijdrage van rechtswege aangepast in verhouding tot de verhoging of de verlaging van het indexcijfer van de consumptieprijzen van de overeenstemmende maand.”
    — Art. 203quater §1 oud BW
    • Basisindex. Het vertrekpunt is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de maand van het vonnis — niet de maand vóór de verjaardag.
    • Ritme. De aanpassing gebeurt om de twaalf maanden, in verhouding tot het indexcijfer van de overeenstemmende maand, en wordt toegepast vanaf de vervaldag die volgt op de bekendmaking van het nieuwe indexcijfer in het Belgisch Staatsblad.
    • Afwijking mogelijk. Zowel de rechtbank als de partijen mogen een andere aanpassingsformule afspreken. In de praktijk doen veel regelingsaktes dat ook, bijvoorbeeld met de gezondheidsindex of een vaste jaarlijkse verhoging. Wat in uw akte of vonnis staat, primeert dan.

    De rekenregel blijft: nieuw bedrag = basisbedrag × nieuw indexcijfer / basisindexcijfer.

    U hoeft dat niet zelf uit te rekenen. Onze indexatiecalculator doet het met de officiële indexcijfers van Statbel, en berekent er meteen bij hoeveel achterstal er openstaat.

    De tabellen

    IGAK-basispercentages per kind, naar aantal kinderen en inkomenscategorie van het gezinsinkomen.
    Aantal kinderen ≤ € 2.000 ≤ € 4.000 ≤ € 6.000 ≤ € 8.000 > € 8.000
    1 16,5% 16,75% 17% 16,75% 16,5%
    2 11,85% 12,03% 12,21% 12,03% 11,85%
    3 10,24% 10,4% 10,55% 10,4% 10,24%
    4 9,53% 9,67% 9,82% 9,67% 9,53%
    5 9,03% 9,16% 9,3% 9,16% 9,03%
    6 8,63% 8,77% 8,9% 8,77% 8,63%
    7 8,33% 8,45% 8,58% 8,45% 8,33%
    8 8,07% 8,2% 8,32% 8,2% 8,07%
    Leeftijdscorrecties van 0 tot 24 jaar, proportioneel toegepast op de referentiebasis 17,0.
    Leeftijd kind Correctie (procentpunt)
    0 jaar -1,86
    1 jaar -1,86
    2 jaar -1,86
    3 jaar -1,86
    4 jaar -1,86
    5 jaar -1,86
    6 jaar -1,62
    7 jaar -1,37
    8 jaar -1,11
    9 jaar -0,85
    10 jaar -0,57
    11 jaar -0,29
    12 jaar 0,00
    13 jaar 0,28
    14 jaar 0,57
    15 jaar 0,85
    16 jaar 1,14
    17 jaar 1,42
    18 jaar 1,70
    19 jaar 1,98
    20 jaar 2,27
    21 jaar 2,55
    22 jaar 2,83
    23 jaar 3,12
    24 jaar 3,40
    Verblijfsregelingen met hun verblijfsgebonden en verblijfsoverstijgende aandeel. Het verblijfsgebonden deel bedraagt 50% van de kinderkost, het verblijfsoverstijgende deel de andere helft. Bij de aangepaste regeling komen alle percentages uit de invoer van de gebruiker; de methode Hobin legt daar geen tabelwaarde voor vast.
    Regeling Verblijf hoofdouder Verblijf andere ouder Overstijgend hoofdouder Overstijgend andere ouder
    Co-ouderschap (50/50)Week om week of gelijkwaardige verdeling 50% 50% 50% 50%
    8/6-regeling8 dagen bij de ene ouder, 6 bij de andere 55,35% 44,65% 50% 50%
    9/5-regeling9 dagen bij de ene ouder, 5 bij de andere 60,42% 39,58% 85% 15%
    10/4-regeling10 dagen bij de ene ouder, 4 bij de andere 65,48% 34,52% 85% 15%
    11/3-regeling11 dagen bij de ene ouder, 3 bij de andere 70,55% 29,45% 95% 5%
    Klassiek weekendverblijfOm de veertien dagen een weekend + helft van de vakanties 75,62% 24,38% 95% 5%
    Beperkt bezoekrechtMinder dan om de veertien dagen een weekend. Deze regeling staat niet in de officiële tabel van de methode Hobin; de percentages zijn een eigen inschatting van dit kantoor. 85% 15% 100% 0%
    Aangepaste regelingStel zelf het verblijfsgebonden én het verblijfsoverstijgende aandeel in door de gebruiker in te stellen

    Zelf verder met uw dossier

    Wilt u het bedrag voor uw eigen gezin kennen? Reken het gratis zelf uit, of vraag een berekening op maat die een advocaat onderbouwt.

    Het voorbeeld uit de handleiding, doorgerekend

    Tom en Lies hebben twee kinderen, Eva van 16 en Jan van 14. Tom verdient netto € 3.764,20 per maand en heeft daarnaast een bedrijfswagen met tankkaart en maaltijdcheques, samen begroot op € 4.314,20. Hij woont alleen en betaalt nog een onderhoudsbijdrage voor een meerderjarig kind uit een eerdere relatie. Lies werkt 13 uur per week, verdient € 1.207,03 en verhuurt daarnaast een geërfd appartement; haar inkomen wordt begroot op € 1.840,36. Zij woont kostendelend samen en ontvangt het groeipakket. De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij Lies en zijn om de veertien dagen een weekend en de helft van de vakanties bij Tom.

    Het voorbeelddossier Tom en Lies: onze uitkomst naast die van de handleiding.
    Stap Onze uitkomst Handleiding
    Besteedbare middelen Tom € 2.700,00
    Besteedbare middelen Lies € 1.300,00
    Draagkrachtverhouding Tom / Lies 67,5% / 32,5%
    Gezinsinkomen € 6.666,66
    Kost van de kinderen (IGAK) € 1.684,67 € 1.684,72
    Nettokinderkost € 1.289,31 € 1.289,36
    Draagkrachtaandeel Tom € 870,28 € 870,32
    Draagkrachtaandeel Lies € 419,03 € 419,04
    Bijdrage in natura Tom € 252,70 € 252,71
    Onderhoudsbijdrage per maand € 617,58 € 617,61

    Dit voorbeeld wordt bij elke bouw opnieuw door de rekenmotor gerekend en er staat een aanvaardingstest op, zodat het niet kan verouderen.

    Dit dossier komt uit de handleiding versie 2025/05 en wordt daarom doorgerekend met de leefloonbedragen van toen (€ 1.314,20 voor een alleenstaande ouder), wat € 617,58 per maand oplevert; met de leefloonbedragen van 1 september 2026 (€ 1.367,34) geeft hetzelfde dossier € 617,80 per maand.

    Onze uitkomst is € 617,58 tegenover € 617,61 in de handleiding: drie cent verschil. Dat ontstaat doordat de officiële rekentool op meerdere tussenstappen afrondt en wij pas op het eind. Het werkt in beide richtingen en is voor de praktijk zonder betekenis. Merk ook op dat de handleiding het verblijfspercentage van 24,38% in dit voorbeeld afrondt naar 25%; wij hebben die afronding voor deze doorrekening overgenomen om exact hetzelfde dossier te tonen.

    Wat de calculator niet doet

    • Het resultaat is indicatief en is geen juridisch advies. Het vervangt geen beoordeling van uw concrete dossier door een advocaat.
    • Het groeipakket in de tool is gebaseerd op de Vlaamse bedragen. Voor gezinnen in Brussel of Wallonië wijken de bedragen af en moet u het werkelijke bedrag zelf invullen.
    • De regeling “Beperkt bezoekrecht” staat niet in de officiële tabel van de methode Hobin; de gehanteerde percentages zijn een eigen inschatting van dit kantoor.
    • Een rechter kan altijd van de indicatieve uitkomst afwijken op grond van de omstandigheden van het dossier.

    Bronnen

    • Orde van Vlaamse Balies, Rekentool kinderalimentatie (methode Hobin), versie 2026/03.
    • Art. 203 §1 oud Burgerlijk Wetboek — bijdrage naar evenredigheid van de middelen.
    • Art. 203bis §1 oud Burgerlijk Wetboek — onderhoudsbijdrage van de niet-huisvestende ouder.
    • Art. 203bis §3 oud Burgerlijk Wetboek — buitengewone kosten.
    • Art. 203quater §1 oud Burgerlijk Wetboek — jaarlijkse indexering.
    • Hof van Cassatie, arrest van 23 juni 2017 — de controleproef op de uitkomst.

    Voorbeeld: het inkomen daalt na twee jaar

    Dit is een uitgewerkt voorbeeld. De namen zijn fictief; de rekenregels en de wetsartikelen zijn dat niet. Het gaat niet om een dossier van het kantoor.

    De situatie
    Nele en Wouter wonen in Sint-Niklaas en hebben twee kinderen van 9 en 12 jaar. Twee jaar geleden legden zij een bijdrage van € 340 per maand vast, berekend op een netto-inkomen van € 2.600 voor Wouter en € 1.900 voor Nele, bij een gelijkmatig verdeeld verblijf. Wouter verliest zijn werk en valt gedurende meerdere maanden terug op een aanzienlijk lager inkomen.
    De verkeerde reactie
    Wouter vermindert op eigen initiatief zijn betaling tot € 200 per maand en laat dat per bericht weten. Dat is de klassieke fout. Een vastgelegd bedrag blijft verschuldigd zolang het niet gewijzigd is door een nieuw akkoord of door de rechter; wat hij minder betaalt, wordt gewoon achterstal, en de index blijft intussen op het volledige bedrag doorwerken.
    De juiste aanpak
    Wouter maakt een nieuwe berekening met zijn werkelijke inkomen, legt die samen met de bewijsstukken aan Nele voor en stelt een aangepast bedrag voor. Komen zij tot een akkoord, dan leggen zij dat schriftelijk vast en laten zij het, indien zij een uitvoerbare titel wensen, bekrachtigen. Komen zij er niet uit, dan legt hij de zaak voor aan de familierechtbank, die beoordeelt of de omstandigheden voldoende gewijzigd zijn. Zolang die beslissing er niet is, blijft het oude bedrag lopen.
    De les
    Een berekening overtuigt pas wanneer zij vertrekt van cijfers die de andere ouder kan nakijken. Wie eerst betaalt wat hij denkt te kunnen missen en pas daarna gaat praten, bouwt een achterstal op die nadien alsnog opeisbaar blijkt.

    Veelgestelde vragen

    Welke methode gebruikt België om kinderalimentatie te berekenen?
    In de praktijk is dat de methode Hobin, uitgewerkt in de Rekentool kinderalimentatie (methode Hobin), versie 2026/03 van de Orde van Vlaamse Balies. Ze is wettelijk niet bindend, maar wordt door familierechtbanken en advocaten als referentie gehanteerd omdat ze de open criteria van art. 203 §1 oud BW concreet invult.
    Wat is de IGAK?
    De Indicatieve Gemiddelde Alimentatiekost: het deel van het gezinsinkomen dat gemiddeld aan een kind wordt besteed, uitgedrukt in een percentage. Dat percentage hangt af van het aantal kinderen, van de inkomenscategorie en van de leeftijd van het kind. De leeftijdscorrectie werkt proportioneel op het basispercentage, met 17,0 als referentiebasis.
    Telt het groeipakket mee als inkomen?
    Ja, maar op twee manieren. Bij de bepaling van het gezinsinkomen telt het groeipakket mee inclusief sociale toeslag. Bij de aftrek van de kinderkost wordt het groeipakket exclusief sociale toeslag gebruikt, omdat de sociale toeslag bij de draagkracht van de ontvangende ouder hoort.
    Wordt er een forfait toegepast voor buitengewone kosten?
    Nee. Een forfaitair percentage voor buitengewone kosten komt in de methode Hobin niet voor. Buitengewone kosten (art. 203bis §3 oud BW) zitten per definitie niet in de IGAK en worden apart verdeeld: naar draagkracht, half om half of volgens een eigen afgesproken sleutel.
    Wat is de controleproef van 23 juni 2017?
    Het Hof van Cassatie oordeelde op 23 juni 2017 dat de uitkomst van de berekening moet worden nagerekend: na verrekening van de onderhoudsbijdrage moet elke ouder exact zijn draagkrachtaandeel van de nettokost dragen. Onze calculator toont die proef op het scherm, in de pdf en in de e-mail.
    Kan de rechter afwijken van de berekening?
    Ja. De methode Hobin is een indicatieve rekenwijze, geen wet. De familierechtbank kan van de uitkomst afwijken op grond van de concrete omstandigheden van het dossier, zolang zij haar beslissing motiveert aan de hand van de wettelijke criteria.
    Aan welke index wordt de onderhoudsbijdrage aangepast?
    Aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, niet aan de gezondheidsindex. Art. 203quater §1 oud BW knoopt aan bij het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die voorafgaat aan de maand waarin het vonnis wordt uitgesproken, en past het bedrag om de twaalf maanden van rechtswege aan in verhouding tot het indexcijfer van de overeenstemmende maand, vanaf de vervaldag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Zowel de rechtbank als de partijen mogen een andere aanpassingsformule afspreken.
    Reproduceert deze calculator de officiële rekentool?
    Ja. Het voorbeelddossier uit de Handleiding voor de rekentool kinderalimentatie (versie 2025/05) levert in onze motor een onderhoudsbijdrage van € 617,58 op, tegenover € 617,61 in de handleiding — een verschil van enkele centen door een ander afrondingsmoment. De volledige doorrekening met alle tussenstappen staat op deze pagina onder “Het voorbeeld uit de handleiding, doorgerekend”.
    Is het verplicht?
    Nee. De methode Hobin is een begrotingsmethode, geen wet. Wat wél verplicht is, is de maatstaf zelf: art. 203 §1 oud BW verplicht beide ouders naar evenredigheid van hun middelen bij te dragen in de kosten van huisvesting, onderhoud, gezondheid, toezicht, opvoeding, opleiding en ontplooiing van hun kind. De methode is een gangbare manier om die evenredigheid in cijfers te vertalen; rechters gebruiken ze vaak, maar zijn er niet aan gebonden.
    Moeten we naar de rechtbank?
    Niet om het bedrag onderling af te spreken: een akkoord tussen de ouders volstaat om elkaar te binden. De rechtbank is nodig wanneer u een uitvoerbare titel wil — een stuk waarmee u het bedrag kan laten invorderen — of wanneer er geen akkoord is. Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming en bij een ouderschapsovereenkomst gaat het bedrag hoe dan ook mee in het dossier dat aan de familierechtbank wordt voorgelegd.
    Heb ik een advocaat nodig?
    Voor de berekening niet: de calculator doorloopt de zeven stappen en toont elke tussenstap. Een advocaat is aangewezen wanneer een inkomen moeilijk vast te stellen is, bijvoorbeeld bij een zelfstandige of een vennootschap, wanneer een van beide ouders in het buitenland werkt, of wanneer de verblijfsregeling in de feiten sterk afwijkt van wat op papier staat.
    Wat kost het?
    De calculator en de PDF van de berekening zijn gratis. Een door een advocaat opgestelde en onderbouwde berekening voor uw eigen dossier kost € 250 excl. btw. Een eerste telefonisch kennismakingsgesprek is kosteloos.

    Verder lezen over alimentatie

    Laat het door het kantoor doen

    Wilt u een door een advocaat onderbouwde alimentatieberekening voor uw gezin? U kunt het bedrag ook eerst zelf gratis berekenen via de alimentatiecalculator.
    Mr. Peter-Jan De Meulenaere en mr. Chanel Ribas Colomar, advocaten familierecht aan de balie Brugge

    Geschreven en nagelezen door advocaten

    Deze tekst is geschreven door het advocatenkantoor dat deze dossiers zelf voert, aan de balie Brugge. De rekentools zijn gemaakt voor de eigen praktijk en worden daarna vrij ter beschikking gesteld. Wat u hier leest, is dezelfde uitleg die wij aan onze cliënten geven.

    • Advocaten aan de balie Brugge
    • Vaste prijzen, vooraf gekend
    • Elk wetsartikel nagekeken in de geconsolideerde wettekst
    • Uw gegevens worden niet doorverkocht