Zo berekenen wij kinderalimentatie
Wat de methode Hobin is
De methode Hobin is de rekenwijze uit de Handleiding voor de rekentool kinderalimentatie (methode Hobin), versie 2025/05 van de Orde van Vlaamse Balies. Ze zet de open wettelijke criteria om in een reeks controleerbare rekenstappen: welke middelen meetellen, hoeveel een kind indicatief kost, en hoe die kost over beide ouders wordt verdeeld.
De methode is wettelijk niet bindend. In de praktijk is ze wel de referentie: familierechtbanken, advocaten en bemiddelaars gebruiken ze om art. 203 §1 BW (bijdragen naar evenredigheid van de middelen), art. 203bis §1 BW (de bijdrage van de niet-huisvestende ouder), art. 203bis §3 BW (buitengewone kosten) en art. 203quater §1 BW (indexering) concreet in te vullen. Onze calculator volgt deze methode; op deze pagina staat elke stap uitgeschreven zodat u de uitkomst kunt narekenen.
De zeven stappen
Stap 1 — Besteedbare middelen per ouder
Van het netto maandinkomen van elke ouder, vermeerderd met de sociale toeslag die hij of zij ontvangt, worden de niet-samendrukbare kosten afgetrokken. Die bestaan uit het leefloonforfait — € 1.314,20 voor een alleenstaande ouder en € 657,10 voor een samenwonende ouder — plus de eigen opgegeven niet-samendrukbare kosten, zoals een afbetaling van de gezinswoning. De uitkomst wordt nooit lager dan nul gerekend.
besteedbaar = netto-inkomen + sociale toeslag − niet-samendrukbare kosten
Stap 2 — Het gezinsinkomen
Voor de kost van het kind wordt niet met de besteedbare middelen gerekend, maar met het volledige gezinsinkomen. Het groeipakket telt hier wél mee, en dan inclusief de sociale toeslag: het kind heeft die middelen effectief ter beschikking. Het gezinsinkomen wordt begrensd op € 10.000,00 per maand; boven die grens stijgt de indicatieve kost van een kind niet verder mee.
gezinsinkomen = inkomen ouder 1 + inkomen ouder 2 + groeipakket + sociale toeslagen
Stap 3 — De kost van het kind (IGAK)
De Indicatieve Gemiddelde Alimentatiekost drukt uit welk deel van het gezinsinkomen aan een kind wordt besteed. Het percentage hangt af van het aantal kinderen, van de inkomenscategorie waarin het gezin valt en van de leeftijd van het kind. De leeftijdscorrectie werkt proportioneel en niet optellend: ze wordt omgerekend naar de referentiebasis van 17,0 (één kind, inkomenscategorie 3) en als verhouding op het basispercentage toegepast. Per kind wordt afzonderlijk gerekend en de bedragen worden opgeteld.
kinderkost = Σ per kind (gezinsinkomen × IGAK-percentage)
IGAK-percentage = basispercentage × (1 + leeftijdscorrectie / 17,0)
Stap 4 — De nettokost
Van de kost van het kind gaat het groeipakket af, want dat is al beschikbaar om die kost te dekken. Hier wordt het groeipakket exclusief sociale toeslag gebruikt, terwijl het in stap 2 inclusief sociale toeslag meetelde. Dat verschil is bewust: de sociale toeslag hoort thuis bij de draagkracht van de ouder die hem ontvangt en is geen algemeen gezinsmiddel dat van de kinderkost mag worden afgetrokken. Wat overblijft, moeten de ouders samen dragen.
nettokinderkost = kinderkost − groeipakket
Stap 5 — Verdeling naar draagkracht
De nettokost wordt verdeeld in verhouding tot de besteedbare middelen uit stap 1. Dat is de vertaling van art. 203 §1 BW: beide ouders dragen bij naar evenredigheid van hun middelen. Wie tweemaal zoveel besteedbaar heeft, draagt tweemaal zoveel van de kost.
aandeel ouder = besteedbaar ouder / totaal besteedbaar
bijdrage ouder = nettokinderkost × aandeel ouder
Stap 6 — De bijdrage in natura
De helft van de kinderkost (50%) is verblijfsgebonden: eten, verwarming, dagelijkse uitgaven. Die volgt de verblijfsregeling — wie het kind meer dagen huisvest, draagt daar meer van. De andere helft is verblijfsoverstijgend: kleding, school, hobby's, verzekeringen. Die volgt een eigen sleutel, die per verblijfsregeling verschilt. Wie het groeipakket ontvangt, ziet dat bedrag van zijn bijdrage in natura afgetrokken, omdat het al in zijn handen zit.
in natura = verblijfsgebonden × verblijfs% + verblijfsoverstijgend × overstijgend% − ontvangen groeipakket
Stap 7 — De onderhoudsbijdrage
Elke ouder draagt via de verblijfsregeling al een stuk van de kost. Het verschil tussen wat een ouder volgens zijn draagkracht moet dragen en wat hij feitelijk in natura draagt, is zijn tekort. De ouder met het grootste tekort betaalt dat tekort als maandelijkse onderhoudsbijdrage aan de andere ouder. Er geldt één beschermingsregel: de betalende ouder mag door de betaling niet onder zijn eigen leefloon zakken. Gebeurt dat, dan wordt het bedrag begrensd tot wat wél mogelijk is en wordt die begrenzing uitdrukkelijk bij het resultaat gemeld.
tekort ouder = draagkrachtaandeel − bijdrage in natura
onderhoudsbijdrage = grootste tekort
De controleproef (Cass. 23 juni 2017)
Het Hof van Cassatie oordeelde op 23 juni 2017 dat de uitkomst van de berekening moet worden nagerekend. Na verrekening van de onderhoudsbijdrage moet elke ouder uiteindelijk exact zijn draagkrachtaandeel van de nettokost dragen — niet meer en niet minder. Klopt die proef niet, dan is er ergens dubbel of onvolledig geteld.
effectief gedragen ouder = bijdrage in natura ± onderhoudsbijdrage
aandeel % = effectief gedragen / nettokinderkost × 100
(moet gelijk zijn aan het draagkrachtaandeel uit stap 5)
Onze calculator toont die proef zichtbaar op het scherm, in de pdf en in de e-mail met het resultaat.
Buitengewone kosten
Buitengewone kosten (art. 203bis §3 BW) zijn uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorziene uitgaven: niet-terugbetaalde medische kosten, orthodontie, schoolreizen, een studieverblijf. Zij zitten per definitie niet in de IGAK, want de IGAK meet de gewone maandelijkse kost. Daarom worden ze apart verdeeld — naar draagkracht, half om half of volgens een eigen afgesproken sleutel — en telt onze tool ze afzonderlijk mee, omgerekend naar een maandbedrag. Wij passen géén forfait toe: een forfaitair percentage voor buitengewone kosten komt in de methode Hobin niet voor.
Indexering
Art. 203quater §1 BW voorziet dat de onderhoudsbijdrage jaarlijks van rechtswege wordt aangepast aan de gezondheidsindex, op de verjaardag van de overeenkomst of van het vonnis. Het bedrag wordt vermenigvuldigd met de nieuwe index en gedeeld door de aanvangsindex van de maand waarin de overeenkomst werd gesloten of het vonnis werd uitgesproken.
De tabellen
| Aantal kinderen | ≤ € 2.000 | ≤ € 4.000 | ≤ € 6.000 | ≤ € 8.000 | > € 8.000 |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 16,5% | 16,75% | 17% | 16,75% | 16,5% |
| 2 | 11,85% | 12,03% | 12,21% | 12,03% | 11,85% |
| 3 | 10,24% | 10,4% | 10,55% | 10,4% | 10,24% |
| 4 | 9,53% | 9,67% | 9,82% | 9,67% | 9,53% |
| 5 | 9,03% | 9,16% | 9,3% | 9,16% | 9,03% |
| 6 | 8,63% | 8,77% | 8,9% | 8,77% | 8,63% |
| 7 | 8,33% | 8,45% | 8,58% | 8,45% | 8,33% |
| 8 | 8,07% | 8,2% | 8,32% | 8,2% | 8,07% |
| Leeftijd kind | Correctie (procentpunt) |
|---|---|
| 0 jaar | -1,86 |
| 1 jaar | -1,86 |
| 2 jaar | -1,86 |
| 3 jaar | -1,86 |
| 4 jaar | -1,86 |
| 5 jaar | -1,86 |
| 6 jaar | -1,62 |
| 7 jaar | -1,37 |
| 8 jaar | -1,11 |
| 9 jaar | -0,85 |
| 10 jaar | -0,57 |
| 11 jaar | -0,29 |
| 12 jaar | 0,00 |
| 13 jaar | 0,28 |
| 14 jaar | 0,57 |
| 15 jaar | 0,85 |
| 16 jaar | 1,14 |
| 17 jaar | 1,42 |
| 18 jaar | 1,70 |
| 19 jaar | 1,98 |
| 20 jaar | 2,27 |
| 21 jaar | 2,55 |
| 22 jaar | 2,83 |
| 23 jaar | 3,12 |
| 24 jaar | 3,40 |
| Regeling | Verblijf hoofdouder | Verblijf andere ouder | Overstijgend hoofdouder | Overstijgend andere ouder |
|---|---|---|---|---|
| Co-ouderschap (50/50)Week om week of gelijkwaardige verdeling | 50% | 50% | 50% | 50% |
| 8/6-regeling8 dagen bij de ene ouder, 6 bij de andere | 55,35% | 44,65% | 50% | 50% |
| 9/5-regeling9 dagen bij de ene ouder, 5 bij de andere | 60,42% | 39,58% | 85% | 15% |
| 10/4-regeling10 dagen bij de ene ouder, 4 bij de andere | 65,48% | 34,52% | 85% | 15% |
| 11/3-regeling11 dagen bij de ene ouder, 3 bij de andere | 70,55% | 29,45% | 95% | 5% |
| Klassiek weekendverblijfOm de veertien dagen een weekend + helft van de vakanties | 75,62% | 24,38% | 95% | 5% |
| Beperkt bezoekrechtMinder dan om de veertien dagen een weekend. Deze regeling staat niet in de officiële tabel van de methode Hobin; de percentages zijn een eigen inschatting van dit kantoor. | 85% | 15% | 100% | 0% |
| Aangepaste regelingStel zelf het verblijfsgebonden én het verblijfsoverstijgende aandeel in | door de gebruiker in te stellen | |||
Het voorbeeld uit de handleiding, doorgerekend
Tom en Lies hebben twee kinderen, Eva van 16 en Jan van 14. Tom verdient netto € 3.764,20 per maand en heeft daarnaast een bedrijfswagen met tankkaart en maaltijdcheques, samen begroot op € 4.314,20. Hij woont alleen en betaalt nog een onderhoudsbijdrage voor een meerderjarig kind uit een eerdere relatie. Lies werkt 13 uur per week, verdient € 1.207,03 en verhuurt daarnaast een geërfd appartement; haar inkomen wordt begroot op € 1.840,36. Zij woont kostendelend samen en ontvangt het groeipakket. De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij Lies en zijn om de veertien dagen een weekend en de helft van de vakanties bij Tom.
| Stap | Onze uitkomst | Handleiding |
|---|---|---|
| Besteedbare middelen Tom | € 2.700,00 | |
| Besteedbare middelen Lies | € 1.300,00 | |
| Draagkrachtverhouding Tom / Lies | 67,5% / 32,5% | |
| Gezinsinkomen | € 6.666,66 | |
| Kost van de kinderen (IGAK) | € 1.684,67 | € 1.684,72 |
| Nettokinderkost | € 1.289,31 | € 1.289,36 |
| Draagkrachtaandeel Tom | € 870,28 | € 870,32 |
| Draagkrachtaandeel Lies | € 419,03 | € 419,04 |
| Bijdrage in natura Tom | € 252,70 | € 252,71 |
| Onderhoudsbijdrage per maand | € 617,58 | € 617,61 |
Dit voorbeeld wordt bij elke bouw opnieuw door de rekenmotor gerekend en er staat een aanvaardingstest op, zodat het niet kan verouderen.
Onze uitkomst is € 617,58 tegenover € 617,61 in de handleiding: drie cent verschil. Dat ontstaat doordat de officiële rekentool op meerdere tussenstappen afrondt en wij pas op het eind. Het werkt in beide richtingen en is voor de praktijk zonder betekenis. Merk ook op dat de handleiding het verblijfspercentage van 24,38% in dit voorbeeld afrondt naar 25%; wij hebben die afronding voor deze doorrekening overgenomen om exact hetzelfde dossier te tonen.
Wat de calculator niet doet
- Het resultaat is indicatief en is geen juridisch advies. Het vervangt geen beoordeling van uw concrete dossier door een advocaat.
- Het groeipakket in de tool is gebaseerd op de Vlaamse bedragen. Voor gezinnen in Brussel of Wallonië wijken de bedragen af en moet u het werkelijke bedrag zelf invullen.
- De regeling “Beperkt bezoekrecht” staat niet in de officiële tabel van de methode Hobin; de gehanteerde percentages zijn een eigen inschatting van dit kantoor.
- Een rechter kan altijd van de indicatieve uitkomst afwijken op grond van de omstandigheden van het dossier.
Bronnen
- Orde van Vlaamse Balies, Handleiding voor de rekentool kinderalimentatie (methode Hobin), versie 2025/05.
- Art. 203 §1 Burgerlijk Wetboek — bijdrage naar evenredigheid van de middelen.
- Art. 203bis §1 Burgerlijk Wetboek — onderhoudsbijdrage van de niet-huisvestende ouder.
- Art. 203bis §3 Burgerlijk Wetboek — buitengewone kosten.
- Art. 203quater §1 Burgerlijk Wetboek — jaarlijkse indexering.
- Hof van Cassatie, arrest van 23 juni 2017 — de controleproef op de uitkomst.
Veelgestelde vragen
- Welke methode gebruikt België om kinderalimentatie te berekenen?
- In de praktijk is dat de methode Hobin, uitgewerkt in de Handleiding voor de rekentool kinderalimentatie van de Orde van Vlaamse Balies (versie 2025/05). Ze is wettelijk niet bindend, maar wordt door familierechtbanken en advocaten als referentie gehanteerd omdat ze de open criteria van art. 203 §1 BW concreet invult.
- Wat is de IGAK?
- De Indicatieve Gemiddelde Alimentatiekost: het deel van het gezinsinkomen dat gemiddeld aan een kind wordt besteed, uitgedrukt in een percentage. Dat percentage hangt af van het aantal kinderen, van de inkomenscategorie en van de leeftijd van het kind. De leeftijdscorrectie werkt proportioneel op het basispercentage, met 17,0 als referentiebasis.
- Telt het groeipakket mee als inkomen?
- Ja, maar op twee manieren. Bij de bepaling van het gezinsinkomen telt het groeipakket mee inclusief sociale toeslag. Bij de aftrek van de kinderkost wordt het groeipakket exclusief sociale toeslag gebruikt, omdat de sociale toeslag bij de draagkracht van de ontvangende ouder hoort.
- Wordt er een forfait toegepast voor buitengewone kosten?
- Nee. Een forfaitair percentage voor buitengewone kosten komt in de methode Hobin niet voor. Buitengewone kosten (art. 203bis §3 BW) zitten per definitie niet in de IGAK en worden apart verdeeld: naar draagkracht, half om half of volgens een eigen afgesproken sleutel.
- Wat is de controleproef van 23 juni 2017?
- Het Hof van Cassatie oordeelde op 23 juni 2017 dat de uitkomst van de berekening moet worden nagerekend: na verrekening van de onderhoudsbijdrage moet elke ouder exact zijn draagkrachtaandeel van de nettokost dragen. Onze calculator toont die proef op het scherm, in de pdf en in de e-mail.
- Kan de rechter afwijken van de berekening?
- Ja. De methode Hobin is een indicatieve rekenwijze, geen wet. De familierechtbank kan van de uitkomst afwijken op grond van de concrete omstandigheden van het dossier, zolang zij haar beslissing motiveert aan de hand van de wettelijke criteria.
- Reproduceert deze calculator de officiële rekentool?
- Ja. Het voorbeelddossier uit de Handleiding voor de rekentool kinderalimentatie (versie 2025/05) levert in onze motor een onderhoudsbijdrage van € 617,58 op, tegenover € 617,61 in de handleiding — een verschil van enkele centen door een ander afrondingsmoment. De volledige doorrekening met alle tussenstappen staat op deze pagina onder “Het voorbeeld uit de handleiding, doorgerekend”.
Zelf rekenen of laten rekenen
De calculator
Reken zelf een indicatief bedrag uit volgens de stappen hierboven. Gratis.
Naar de alimentatiecalculatorBerekening op maat
Een door een advocaat opgestelde en onderbouwde berekening voor uw dossier — € 250 excl. btw.
Berekening op maat