Zo indexeren wij onderhoudsgeld
Geschreven door mr. Peter-Jan De Meulenaere, advocaat familierecht — Balie Brugge · Laatst juridisch nagekeken op 8 september 2026
Onderhoudsgeld wordt in België niet elk jaar opnieuw onderhandeld: het wordt aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Wat dat concreet oplevert, hangt af van één cijfer — de aanvangsindex — en daarvoor bestaan twee verschillende wettelijke regels.
Hieronder staat precies hoe onze calculator rekent, wat de wet daarover zegt, en wat de tool bewust niet doet.
Kort antwoord
Er zijn twee aanvangsindexregels: voor de bijdrage voor de kinderen het indexcijfer van de maand vóór de uitspraak (art. 203quater, § 1, tweede lid oud BW), voor persoonlijk onderhoudsgeld toegekend bij vonnis het indexcijfer van de maand waarin de beslissing kracht van gewijsde kreeg (art. 301, § 6, tweede lid oud BW).
De formule is eenvoudig: basisbedrag maal het nieuwe indexcijfer, gedeeld door de aanvangsindex. Er wordt nooit geketend.
De juiste reeks is het indexcijfer van de consumptieprijzen, niet de gezondheidsindex. Die laatste hoort bij de huurprijs (art. 1728bis, § 1 oud BW).
Elke vervallen maandtermijn verjaart afzonderlijk na vijf jaar (art. 2277 oud BW); moratoire intrest loopt pas vanaf de ingebrekestelling (art. 5.240 BW).
Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming ontstaat de indexering van persoonlijk onderhoudsgeld niet van rechtswege: de formule moet in de akte staan (art. 1288, eerste lid, 4° Ger.W.).
Hieronder staat elk van die punten uitgewerkt, met de databron en twee doorgerekende voorbeelden.
Wat is indexering van onderhoudsgeld?
Indexering is het aanpassen van een vast bedrag aan de evolutie van de levensduurte. Het bedrag blijft in koopkracht gelijk terwijl het in euro stijgt. Het is dus geen herziening: er wordt niet opnieuw gekeken naar de inkomsten van de ouders of naar de behoeften van het kind.
In de volksmond leeft de gedachte dat onderhoudsgeld «elk jaar in januari omhooggaat», zoals sommige uitkeringen. Dat klopt niet. De aanpassing gebeurt op de verjaardag van de beslissing of van de overeenkomst, niet op een vaste kalenderdatum. Twee gezinnen met eenzelfde bedrag kunnen dus op verschillende momenten in het jaar een aanpassing zien.
Een tweede misvatting is dat men het bedrag van vorig jaar opnieuw indexeert. Dat heet ketening, en het geeft na enkele jaren een ander resultaat dan de wettelijke berekening, omdat elke tussenstap opnieuw wordt afgerond.
Een derde misvatting betreft de reeks. Veel mensen grijpen naar de gezondheidsindex, omdat die in het nieuws komt bij lonen en huurprijzen. Voor onderhoudsgeld is dat de verkeerde reeks, en het verschil is niet verwaarloosbaar: de gezondheidsindex sluit een aantal producten uit en evolueert daardoor anders.
De drie onderdelen van een correcte indexering
De aanvangsindex
Het vertrekpunt. Dit is het cijfer waarop het basisbedrag is vastgesteld. Kiest u hier het verkeerde cijfer, dan is elke verdere berekening fout, hoe correct de formule ook wordt toegepast.
Het nieuwe indexcijfer
Het cijfer van de overeenstemmende maand in het jaar waarvoor u rekent. Op de verjaardag van de beslissing wordt het bedrag aangepast in verhouding tot dat cijfer.
Het basisbedrag
Het oorspronkelijke bedrag uit de beslissing of de overeenkomst — niet het bedrag dat u vorig jaar betaalde. Dat onderscheid is wat ketening voorkomt.
Wettelijk kader: de twee aanvangsindexregels
Dit is het onderscheid dat in de praktijk het vaakst fout loopt: voor de bijdrage voor de kinderen en voor het persoonlijk onderhoudsgeld tussen ex-echtgenoten geldt een andere aanvangsindex.
| Soort onderhoudsgeld | Aanvangsindex | Grondslag |
|---|---|---|
| Bijdrage voor de kinderen | Het indexcijfer van de maand vóór de uitspraak | Art. 203quater, § 1, tweede lid oud BW |
| Onderhoudsgeld tussen ex-echtgenoten | Het indexcijfer van de maand waarin de beslissing kracht van gewijsde kreeg | Art. 301, § 6, tweede lid oud BW |
Art. 203quater, § 1 oud BW — de kinderen
De bijdrage wordt van rechtswege aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De aanvangsindex is die van de maand die voorafgaat aan de maand waarin het vonnis wordt uitgesproken, en de aanpassing gebeurt om de twaalf maanden, in verhouding tot het indexcijfer van de overeenstemmende maand. De rechter of de partijen kunnen een andere formule bedingen.
Art. 301, § 6 oud BW — tussen ex-echtgenoten
Hier is de aanvangsindex die van de maand waarin de beslissing kracht van gewijsde kreeg. Dat is een ander moment dan de uitspraak: tussen beide zit de beroepstermijn. Wie hier het cijfer van de uitspraakmaand gebruikt, rekent structureel met een verkeerd vertrekpunt.
Art. 1288, eerste lid, 4° Ger.W. — de EOT-akte
Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming vermeldt de overeenkomst het bedrag van de eventuele uitkering tussen de echtgenoten én de formule voor de eventuele aanpassing van die uitkering aan de kosten van levensonderhoud. Zonder die formule blijft het bedrag nominaal gelijk, hoe lang de uitkering ook loopt. Wat er verder in die akte hoort, staat op wat er in een regelingsakte moet staan.
Art. 1321, § 1, 7° Ger.W. — de modaliteiten in de akte
Voor de bijdrage voor de kinderen vraagt de wet uitdrukkelijk dat de beslissing of de overeenkomst het aandeel van elke ouder vermeldt en de modaliteiten voor de aanpassing ervan op grond van art. 203quater oud BW. De indexeringsclausule is dus geen luxe maar een wettelijk gevraagd onderdeel. De volledige uitleg daarvan staat op wat er in een ouderschapsovereenkomst moet staan.
Art. 1728bis, § 1 oud BW — het contrast met de huur
Bij huurovereenkomsten schrijft de wetgever wél uitdrukkelijk de gezondheidsindex voor. Dat is het beslissende argument: waar hij de gezondheidsindex bedoelt, benoemt hij ze. Art. 203quater, § 1 oud BW doet dat niet en verwijst naar het indexcijfer van de consumptieprijzen. Rekenen met de gezondheidsindex geeft dus een ander en juridisch niet het juiste bedrag.
Art. 2277 oud BW en art. 5.240 BW — achterstal en intrest
Elke vervallen maandtermijn verjaart afzonderlijk na vijf jaar. Op het openstaande saldo is moratoire intrest verschuldigd vanaf de ingebrekestelling.
Art. 203ter oud BW en art. 1412 Ger.W. — de invordering
De loonmachtiging laat toe de inkomsten van de schuldenaar of iedere andere hem door een derde verschuldigde som rechtstreeks te ontvangen. Art. 1412 Ger.W. voegt daaraan toe dat de gewone beperkingen op het loonbeslag niet gelden voor de invordering van onderhoudsgeld. Onderhoudsgeld geniet dus een sterker invorderingsregime dan een gewone schuldvordering.
Waarom de consumptieprijsindex en niet de gezondheidsindex
Art. 203quater, § 1 oud BW verwijst naar het indexcijfer van de consumptieprijzen. De gezondheidsindex is een afgeleide reeks waaruit een aantal producten geweerd is, en die wordt gebruikt voor lonen, huurprijzen en sociale uitkeringen — niet voor onderhoudsgeld. Rekenen met de gezondheidsindex geeft dus een ander, en juridisch niet het juiste, bedrag.
Partijen mogen wel uitdrukkelijk iets anders bedingen. Staat er in uw akte een andere formule, dan primeert die afspraak. Dat is ook de reden waarom de calculator u laat kiezen: zij dwingt de wettelijke reeks niet op wanneer uw akte iets anders zegt.
Merk op dat het verschil tussen beide reeksen over een lange periode oploopt. Over één jaar gaat het vaak om een paar euro; over tien jaar kan het om een merkbaar bedrag per maand gaan, en dat cumuleert.
Hoe rekent de calculator? De formule stap voor stap
Stap 1. Het basisbedrag en de aanvangsindex vaststellen
U geeft het oorspronkelijke bedrag in en de datum van de beslissing of de ondertekening. De indexatiecalculator zoekt daar zelf het juiste indexcijfer bij, volgens de regel die op uw soort onderhoudsgeld van toepassing is.
Stap 2. De formule toepassen
geïndexeerd bedrag = basisbedrag × nieuw indexcijfer / aanvangsindex
Er wordt telkens vertrokken van het oorspronkelijke basisbedrag uit de beslissing of de overeenkomst, nooit van het bedrag van vorig jaar. Dat is geen detail: bij ketening stapelen afrondingen zich op en loopt het resultaat na een aantal jaren zichtbaar uit de pas met de wettelijke berekening.
Stap 3. Per verjaardag herhalen
De aanpassing gebeurt om de twaalf maanden, telkens met het indexcijfer van de overeenstemmende maand. Zo ontstaat een reeks jaarbedragen, die de calculator in een tabel toont.
Stap 4. Het verschuldigde afzetten tegen het betaalde
Per jaar wordt getoond wat verschuldigd was en wat effectief betaald is. Het saldo is de achterstal voor dat jaar.
Stap 5. De verjaring toepassen
Termijnen ouder dan vijf jaar worden apart aangeduid (art. 2277 oud BW). Zij verdwijnen niet uit het overzicht, maar worden als verjaard gemarkeerd, zodat u ziet welk deel u nog kunt opeisen.
Stap 6. De stukken opmaken
De tool levert de berekening, een aanmaningsbrief die als ingebrekestelling dienstdoet, en modelclausules die u in een akte kunt opnemen.
Waarom er nooit tussen basisjaren wordt omgerekend
Statbel publiceert de reeks in opeenvolgende basisjaren: 1996, 2004, 2013 en sinds januari 2026 basis 2025 = 100. Onze calculator rekent binnen één reeks en zet nooit om tussen basisjaren. De reden is dat een omzetting een extra afronding invoert die niets toevoegt.
Concreet: dezelfde casus geeft € 380,47 in basis 2013 = 100 en € 380,45 in basis 2025 = 100. Die twee cent verschil komt volledig uit de afronding van de door Statbel gepubliceerde cijfers. Door binnen één reeks te blijven, stemt uw resultaat exact overeen met wat op statbel.fgov.be staat.
Wordt uw akte betwist en legt de tegenpartij een berekening voor met een ander basisjaar, dan verklaart dit het centenverschil. Het is zelden een reden om de hele berekening in vraag te stellen.
Uitgewerkt voorbeeld
Voorbeeld: de aanvangsindex die één maand verschoof, in Mechelen
Dit is een uitgewerkt voorbeeld. De namen zijn fictief; de cijfers en de wetsartikelen zijn dat niet. Het gaat niet om een dossier van het kantoor.
- De situatie
- Ellen (41) en Tom (43) uit Mechelen zijn uit de echt gescheiden. Het vonnis kent een bijdrage voor hun dochter toe van € 300 per maand. Vier jaar later past Tom de bijdrage voor het eerst aan.
- De vraag
- Tom neemt als aanvangsindex het indexcijfer van de maand waarin het vonnis werd uitgesproken. Ellen houdt het op de maand daarvóór. Wie heeft gelijk, en maakt dat verschil uit?
- Het antwoord
- Ellen. Voor de bijdrage voor de kinderen is de aanvangsindex die van de maand die voorafgaat aan de maand van de uitspraak (art. 203quater, § 1, tweede lid oud BW). Het effect is klein per maand maar structureel: een aanvangsindex die één maand te hoog ligt, drukt elk toekomstig geïndexeerd bedrag. Bij een basisbedrag van € 300 en een indexverschil van 0,3 procent scheelt dat ongeveer € 0,90 per maand — over tien jaar meer dan € 100, en het verschil groeit mee met elke verdere indexering.
- De les
- Neem de aanvangsindex letterlijk over uit de wet die op uw soort onderhoudsgeld slaat, en schrijf het gebruikte cijfer in de akte zelf. Dan is er later geen discussie over het vertrekpunt.
Achterstal, verjaring en intrest
Elke vervallen maandtermijn verjaart afzonderlijk na vijf jaar (art. 2277 oud BW). De calculator toont daarom per jaar wat verschuldigd was, wat betaald is en welk deel intussen verjaard is.
Op het openstaande saldo is moratoire intrest verschuldigd vanaf de ingebrekestelling (art. 5.240 BW). Zonder ingebrekestelling begint die intrest niet te lopen; de aanmaningsbrief die de tool oplevert, dient precies daarvoor.
Loopt de achterstal op, dan zijn er twee wegen. De loonmachtiging van art. 203ter oud BW laat u toe het loon van de schuldenaar rechtstreeks te ontvangen. Art. 1412 Ger.W. bepaalt dat de gewone grenzen van het loonbeslag daar niet gelden. Daarnaast kan de Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën voorschotten toekennen en invorderen.
De databron en de financiële parameters
Wij gebruiken de open data van Statbel: de maandelijkse reeks van het indexcijfer van de consumptieprijzen, in de basisjaren 1996, 2004, 2013 en 2025. De reeks gaat terug tot 1920.
In die reeks zit één echt gat: tussen april 1940 en december 1946 zijn er geen cijfers. Dat is geen fout in onze databank maar een onderbreking in de publicatie zelf.
De cijfers worden maandelijks automatisch bijgewerkt zodra Statbel de nieuwe maand publiceert.
De volledige maandelijkse reeks staat op /indexcijfers, ook als JSON en CSV om vrij te hergebruiken.
De parameters die uw resultaat bepalen, zijn beperkt in aantal: het basisbedrag, de maand en het jaar van de aanvangsindex, de maand van de jaarlijkse herziening, en de reeks waarin gerekend wordt. Alle vier staan zij zichtbaar bij het resultaat, zodat u ze kunt overnemen in een brief of een akte.
Wilt u dit voor uw eigen situatie?
De indexatiecalculator levert u vier zaken op.
Een berekening per jaar, met de gebruikte indexcijfers en het verschuldigde bedrag per maand.
Een overzicht van de achterstal, met aanduiding van het deel dat op grond van art. 2277 oud BW verjaard is.
Een aanmaningsbrief die als ingebrekestelling dienstdoet en de intrest doet lopen (art. 5.240 BW).
Modelclausules om de aanpassingsformule correct in een akte op te nemen.
De calculator zelf is gratis. Wilt u de clausule laten opnemen in een ouderschapsovereenkomst met bekrachtiging, dan kost die €499,00 excl. btw (€603,79 incl. btw). In een regelingsakte bij een echtscheiding door onderlinge toestemming bedraagt de prijs €599,00 excl. btw (€724,79 incl. btw).
Het aanverwante onderwerp: het bedrag zelf
Indexering past een bestaand bedrag aan. Zij zegt niets over de vraag of dat bedrag nog past bij de huidige inkomsten van de ouders en de kosten van het kind. Dat is een aparte oefening, met een eigen rekenwijze.
Het bedrag berekent u met de alimentatiecalculator. De volledige rekenregel, met de zeven stappen van de methode Hobin, staat op zo berekenen wij de onderhoudsbijdrage.
Een bestaande indexeringsclausule wijzigen
Een clausule die niet werkt, kunt u vervangen. Bent u het eens, dan volstaat een aanvullende overeenkomst waarin u het basisbedrag, de aanvangsindex en de herzieningsmaand uitdrukkelijk vastlegt. Was de oorspronkelijke regeling bekrachtigd of in een vonnis opgenomen, leg dan ook de nieuwe voor, zodat de uitvoerbare titel overeenstemt met wat u werkelijk toepast.
Bent u het niet eens, dan is de vraag of u een aanpassing van de formule wil, dan wel een wijziging van het bedrag zelf. Dat laatste verloopt via art. 209 oud BW en art. 1253ter/7 Ger.W. en veronderstelt nieuwe omstandigheden; voor maatregelen betreffende de persoon van het kind geldt art. 387bis oud BW.
Let bij een EOT-akte op de keuze die u destijds maakte: hebt u de herziening van de uitkering uitdrukkelijk uitgesloten, dan kan de rechter die afstand niet herzien.
Wanneer het niet vlot verloopt: vijf situaties
1. De akte vermeldt geen aanvangsindex
Voor de kinderen geldt de wettelijke regel ook zonder vermelding. Voor persoonlijk onderhoudsgeld in een EOT is er zonder formule niets bijgekomen.
2. Er is jarenlang niet geïndexeerd
Dan berekent u de achterstal per jaar en gaat u na welk deel verjaard is. Stuur een ingebrekestelling: de intrest loopt pas daarna.
3. De partijen bedongen een andere formule
Die afspraak primeert. Reken dan volgens uw akte en niet volgens de wettelijke standaardregel.
4. Een indexcijfer ontbreekt
Voor de maanden tussen april 1940 en december 1946 bestaat er geen cijfer. De calculator meldt dat en rekent niet verder met een geschat cijfer.
5. Het bedrag is eigenlijk te laag geworden
Indexering lost dat niet op. Zij houdt de koopkracht gelijk, meer niet. Wie een hoger bedrag wil, moet een wijziging vragen op grond van nieuwe omstandigheden.
Tweede uitgewerkt voorbeeld
Voorbeeld: acht jaar geketend gerekend, in Aalst
Dit is een uitgewerkt voorbeeld. De namen zijn fictief; de cijfers en de wetsartikelen zijn dat niet. Het gaat niet om een dossier van het kantoor.
- De situatie
- Peter (49) uit Aalst betaalt sinds acht jaar een bijdrage voor zijn twee kinderen. Het basisbedrag in het vonnis was € 420 per maand. Elk jaar berekende hij de nieuwe bijdrage door het bedrag van het voorgaande jaar met de jaarlijkse indexstijging te vermenigvuldigen en telkens af te ronden op hele euro's.
- De verkeerde reactie
- Wanneer de andere ouder een verschil van ruim € 200 over acht jaar aankaart, houdt Peter vol dat zijn berekening klopt omdat hij «elk jaar correct heeft geïndexeerd».
- De juiste aanpak
- De wettelijke berekening vertrekt telkens van het basisbedrag van € 420 en past daarop de verhouding tussen het nieuwe indexcijfer en de aanvangsindex toe. Ketening met een afronding op hele euro's per jaar geeft een ander resultaat: elke afronding naar beneden werkt door in alle volgende jaren. Peter herrekent alle acht jaren opnieuw vanaf het basisbedrag, betaalt het verschil dat niet verjaard is, en past voortaan de juiste formule toe.
- De les
- Reken nooit verder op het bedrag van vorig jaar en rond niet tussentijds af. Eén formule, telkens toegepast op het oorspronkelijke basisbedrag.
Wat als …
Wat als het onderhoudsgeld uit het buitenland komt?
Dan hangt de indexering af van de beslissing die het bedrag heeft vastgesteld en van het recht dat daarop van toepassing is. Een Belgische index toepassen op een buitenlandse titel die een eigen aanpassingsregel bevat, leidt tot betwisting. Laat dit nakijken vóór u aanmaant.
Wat als er zowel een bijdrage voor de kinderen als een uitkering tussen ex-partners is?
Dan rekent u met twee verschillende aanvangsindexen: die van art. 203quater, § 1 oud BW voor de kinderen en die van art. 301, § 6 oud BW voor de uitkering. Doe de berekeningen apart en zet ze apart in de brief.
Wat als de schuldenaar de aanpassing betwist?
Voeg de gebruikte indexcijfers en de bron bij uw aanmaning. Omdat de reeks van Statbel openbaar is, valt de berekening na te rekenen; dat maakt een betwisting op de cijfers zelf moeilijk. Blijft de betaling uit, dan staan de loonmachtiging (art. 203ter oud BW), art. 1412 Ger.W. en DAVO ter beschikking.
Wat de tool niet doet
Geen benadering bij een ontbrekende maand. Ontbreekt een indexcijfer, dan meldt de calculator dat en rekent ze niet door met een geschat cijfer.
Geen advies over de vraag of het bedrag zélf moet wijzigen. Indexering past een bestaand bedrag aan de levensduurte aan; een herziening van het bedrag zelf is een andere vraag, met andere voorwaarden.
Geen omrekening tussen basisjaren, om de reden die hierboven staat: dat voegt enkel een extra afronding toe.
Liever persoonlijk advies?
Een videogesprek met een advocaat familierecht kost €50,00 excl. btw. Dat volstaat meestal om een achterstal en de verjaring ervan te overlopen.
Een gesprek op kantoor kost €75,00 excl. btw en is aangewezen wanneer er een buitenlandse titel is of wanneer u tot gedwongen uitvoering wil overgaan.
Verwante onderwerpen
- De indexatiecalculator: bereken uw geïndexeerde onderhoudsgeld
- De volledige maandelijkse reeks indexcijfers van Statbel
- Zo berekenen wij de onderhoudsbijdrage voor de kinderen
- Wat er in een ouderschapsovereenkomst moet staan (art. 1321 Ger.W.)
- Wat er in een regelingsakte moet staan bij een echtscheiding
- Alle gratis rekentools voor een Belgische scheiding
Veelgestelde vragen
- Is het verplicht?
- Voor de bijdrage voor de kinderen wel: art. 203quater, § 1 oud BW past het bedrag van rechtswege aan aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, tenzij de rechter of de partijen uitdrukkelijk anders bepalen. Voor persoonlijk onderhoudsgeld bij een echtscheiding door onderlinge toestemming is er geen automatische aanpassing: art. 1288, eerste lid, 4° Ger.W. eist juist daarom dat de akte de formule zelf bevat.
- Moeten we naar de rechtbank?
- Voor het toepassen van de indexering niet: zij werkt van rechtswege of volgens de formule in uw akte. U hebt de rechtbank enkel nodig wanneer de andere partij de aangepaste bedragen betwist of niet betaalt, of wanneer u het bedrag zelf wil laten wijzigen — dat is een andere vordering, met andere voorwaarden.
- Heb ik een advocaat nodig?
- Voor de berekening niet: de calculator past de wettelijke formule toe en levert de tussenstappen. Een advocaat is nuttig wanneer er een achterstal over meerdere jaren is opgelopen, wanneer een deel daarvan mogelijk verjaard is, of wanneer u tot loonmachtiging of gedwongen uitvoering wil overgaan.
- Wat kost het?
- De indexatiecalculator zelf kost niets: de berekening, de aanmaningsbrief en de modelclausules zijn gratis. Wilt u de indexeringsformule laten opnemen in een ouderschapsovereenkomst, dan kost die €499,00 excl. btw (€603,79 incl. btw); in een regelingsakte bij echtscheiding bedraagt de prijs €599,00 excl. btw (€724,79 incl. btw).
- Waarom niet de gezondheidsindex?
- Omdat art. 203quater, § 1 oud BW naar het indexcijfer van de consumptieprijzen verwijst. Waar de wetgever de gezondheidsindex bedoelt, schrijft hij dat uitdrukkelijk: art. 1728bis, § 1 oud BW doet dat voor de huurprijs. Dat contrast is het argument. Partijen mogen wel uitdrukkelijk iets anders bedingen.
- Wordt er geketend, dus telkens verder gerekend op het bedrag van vorig jaar?
- Nee. Er wordt telkens vertrokken van het oorspronkelijke basisbedrag uit de beslissing of de overeenkomst. Bij ketening stapelen de afrondingen zich op en loopt het resultaat na een aantal jaren zichtbaar uit de pas met de wettelijke berekening.
- Hoe ver kan ik terugvorderen?
- Elke vervallen maandtermijn verjaart afzonderlijk na vijf jaar (art. 2277 oud BW). De calculator toont daarom per jaar wat verschuldigd was, wat betaald is, en welk deel intussen verjaard is.
- Krijg ik ook intrest op het achterstallige bedrag?
- Op het openstaande saldo is moratoire intrest verschuldigd vanaf de ingebrekestelling (art. 5.240 BW). Zonder ingebrekestelling begint die intrest niet te lopen. De aanmaningsbrief die de tool oplevert, dient precies daarvoor.
- Wat als de andere partij het aangepaste bedrag niet betaalt?
- Onderhoudsgeld kent een eigen invorderingsregime. Art. 203ter oud BW laat toe het loon of een andere door een derde verschuldigde som rechtstreeks te laten uitbetalen, en art. 1412 Ger.W. bepaalt dat de gewone grenzen van het loonbeslag niet gelden voor de invordering van onderhoudsgeld.
- Mijn akte vermeldt geen aanvangsindex. Wat nu?
- Gaat het om de bijdrage voor de kinderen, dan geldt de wettelijke regel van art. 203quater, § 1 oud BW ook zonder vermelding. Gaat het om persoonlijk onderhoudsgeld in een EOT, dan is er zonder formule niets bijgekomen. Punt 7 van art. 1321, § 1 Ger.W. vraagt daarom uitdrukkelijk naar de aanpassingsmodaliteiten in de akte.
Zelf aan de slag
De calculator past de regels hieronder toe op uw eigen bedrag en levert de berekening, een aanmaningsbrief en modelclausules. Gratis.
Naar de indexatiecalculatorEen overzicht van alle gratis tools staat op /rekentools.