Wat er in een regelingsakte moet staan
Geschreven door mr. Peter-Jan De Meulenaere, advocaat familierecht — Balie Brugge · Laatst juridisch nagekeken op 8 september 2026
De echtscheiding door onderlinge toestemming steunt op art. 230 oud BW. Dat artikel zegt letterlijk: «De echtgenoten kunnen ook door onderlinge toestemming uit de echt scheiden volgens de voorwaarden die vastgesteld zijn in deel IV, boek IV, hoofdstuk XI, afdeling 2, van het Gerechtelijk Wetboek.»
De hele regeling staat dus in het Gerechtelijk Wetboek, niet in het Burgerlijk Wetboek. Deze pagina behandelt wat er in de akte moet staan en hoe de procedure verloopt, punt per punt en met de wettekst erbij.
Kort antwoord
De regelingsakte regelt uw vermogen: wie wat krijgt, wat er met de woning gebeurt, hoe de schulden verdeeld worden en wat er gebeurt als een van u overlijdt vóór het vonnis in kracht van gewijsde gaat (art. 1287 Ger.W.).
De familierechtelijke overeenkomst regelt de mensen: het gezag en het recht op persoonlijk contact, de bijdrage in de kosten van de kinderen en de eventuele uitkering tussen u beiden. Sinds de opheffing van 1° zijn dat drie punten, geen vier (art. 1288 Ger.W.).
Beide overeenkomsten moeten volledig zijn vóór de neerlegging. Het verzoekschrift verwijst er op straffe van nietigheid naar (art. 1288bis Ger.W.).
De procedure verloopt schriftelijk zolang de rechtbank geen persoonlijke verschijning beveelt (art. 1289 Ger.W.).
De gevolgen treden niet op één moment in: ten aanzien van uw goederen vanaf de neerlegging, ten aanzien van uw persoon vanaf het in kracht van gewijsde gaan, ten aanzien van derden pas vanaf de melding op de huwelijksakte (art. 1304 Ger.W.).
Hieronder staat elk van die punten volledig uitgewerkt, met de wettekst en met wat er in de praktijk misgaat.
Wat is een regelingsakte?
Een regelingsakte is de schriftelijke overeenkomst waarin twee echtgenoten die door onderlinge toestemming uit de echt willen scheiden, hun vermogensrechtelijke verhoudingen vooraf vastleggen. Zij vormt samen met de familierechtelijke overeenkomst het geheel dat als bijlage bij het verzoekschrift gaat.
In de volksmond heet dat geheel een «echtscheidingsconvenant». Dat woord komt uit het Nederlandse recht en staat nergens in de Belgische wet. Belgische rechtbanken en griffies werken met twee onderscheiden stukken: de overeenkomst van art. 1287 Ger.W. over de wederzijdse rechten en de overeenkomst van art. 1288 Ger.W. over de kinderen en de onderlinge uitkering. Wie één ongedeeld «convenant» neerlegt, mist het onderscheid dat de wet zelf maakt en riskeert dat een van beide luiken onvolledig blijft.
Een tweede misvatting is dat de rechtbank de akte «goedkeurt» in de zin dat zij fouten rechtzet. Dat doet zij niet. De familierechtbank spreekt de echtscheiding uit op grond van wat er in de neergelegde overeenkomsten staat. Zij vult niets aan en verbetert niets. Wat vergeten is, blijft vergeten, en moet nadien opnieuw geregeld worden, in het beste geval bij aanvullende overeenkomst en in het slechtste geval via een nieuwe procedure.
Een derde misvatting betreft de woning. Veel modellen bevatten de zin dat de echtgenoot die de woning overneemt, daarvan «vanaf heden eigenaar» wordt. Dat kan een onderhandse akte niet bewerkstelligen. Zakelijke rechten op onroerende goederen worden pas overgedragen door een authentieke akte; art. 3.31, § 1 BW neemt enkel vonnissen, authentieke akten en erkende onderhandse akten ter overschrijving aan. Tot aan het verlijden van de notariële akte blijft het goed in onverdeeldheid.
De drie pijlers van het dossier
De regelingsakte: uw vermogen
Hier komen de onroerende goederen, de banktegoeden, de voertuigen, de inboedel, de levensverzekeringen, de groepsverzekering, de openstaande leningen en de belastingschulden aan bod. Art. 1287 Ger.W. draagt de echtgenoten op hun wederzijdse rechten «waaromtrent zij vrijelijk een vergelijk kunnen treffen» te regelen vóór de neerlegging. De akte legt ook vast wat er gebeurt bij overlijden hangende de procedure.
De familierechtelijke overeenkomst: de kinderen en de uitkering
Art. 1288 Ger.W. somt drie punten op. Het gezag en het recht op persoonlijk contact, zowel tijdens de procedure als na de echtscheiding. De bijdrage van elke ouder in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van de kinderen. En het bedrag van de eventuele uitkering tussen de echtgenoten, met de formule voor de aanpassing daarvan.
Het verzoekschrift: de sleutel naar de rechtbank
Art. 1288bis Ger.W. beschrijft het gezamenlijke verzoekschrift dat ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg wordt neergelegd. Het verzoekschrift verwijst op straffe van nietigheid naar de bijgevoegde overeenkomsten, bevat een origineel én een afschrift, en gaat vergezeld van de stukken per echtgenoot en per kind voor zover die niet uit de DABS of het bevolkings- of vreemdelingenregister blijken.
Wettelijk kader: wat zegt de Belgische wet?
Art. 230 oud BW — de grondslag
De echtgenoten kunnen door onderlinge toestemming uit de echt scheiden volgens de voorwaarden van deel IV, boek IV, hoofdstuk XI, afdeling 2 Ger.W. Het artikel doet zelf niets meer dan doorverwijzen. Wie op zoek gaat naar de inhoudelijke regels in het Burgerlijk Wetboek, vindt ze daar niet.
Art. 1287 Ger.W. — de voorafgaande regeling
De echtgenoten regelen vooraf hun wederzijdse rechten. Vooraf betekent hier: vóór de neerlegging, niet tijdens de procedure. Zij kunnen een boedelbeschrijving laten opmaken; de wet gebruikt «kunnen», niet «moeten».
In dezelfde akte moeten zij vaststellen wat zij zijn overeengekomen over de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 4.17, 4.18, eerste en tweede lid, 4.20 en 4.147 BW, voor het geval één van hen overlijdt vóórdat het vonnis of arrest dat de echtscheiding uitspreekt in kracht van gewijsde is gegaan. Die opsomming is limitatief. Een clausule waarin partijen «alle rechten krachtens Boek 4 BW» afstaan, gaat verder dan de wet toelaat.
Gaat het over onroerende goederen, dan moet een letterlijk uittreksel van de akte worden overgeschreven op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van het rechtsgebied waar de goederen liggen, op de wijze en binnen de termijnen van art. 3.31 BW.
Art. 1288 Ger.W. — de drie punten over de personen
Het oorspronkelijke 1° is opgeheven. Er blijven dus drie verplichte punten over, geen vier.
2° — het gezag over de persoon en het beheer van de goederen van de kinderen en het recht op persoonlijk contact zoals bedoeld in art. 374, § 1, vierde lid oud BW, voor de minderjarige, ongehuwde en niet-ontvoogde gemeenschappelijke kinderen, de kinderen die zij samen hebben geadopteerd en de kinderen van de een die de ander heeft geadopteerd, zowel tijdens de procedure als na de echtscheiding. Beide periodes moeten dus geregeld zijn.
3° — de bijdrage van elk van beide echtgenoten in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van die kinderen.
4° — het bedrag van de eventuele uitkering tussen de echtgenoten, tijdens de procedure en na de echtscheiding, de formule voor de eventuele aanpassing van die uitkering aan de kosten van levensonderhoud, de omstandigheden waaronder dat bedrag na de echtscheiding kan worden herzien en de nadere bepalingen ter zake — dan wel het feit dat men van die uitkering afstand doet.
Sinds 8 april 2024 geldt daarnaast dat een overeenkomst die betrekking heeft op een minderjarig kind aangeeft op welke wijze rekening is gehouden met het belang van het kind. Een generieke zin dat «het belang van het kind vooropstaat» voldoet niet: de akte moet aangeven op welke wijze, dus met de concrete elementen die tot de gekozen regeling hebben geleid.
Art. 1288bis Ger.W. — de neerlegging
Een gezamenlijk verzoekschrift, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg, dat op straffe van nietigheid verwijst naar de als bijlage opgenomen overeenkomsten van art. 1287 en 1288 en in voorkomend geval naar de boedelbeschrijving van art. 1287, tweede lid.
Een origineel én een afschrift. Het origineel wordt ondertekend door beide echtgenoten of door ten minste één advocaat of notaris.
Voor zover de gegevens niet beschikbaar zijn in de DABS of in het bevolkings- of vreemdelingenregister, voegt de verzoekende partij per echtgenoot en per kind toe: een bewijs van identiteit, een bewijs van nationaliteit, een bewijs van de actuele verblijfplaats indien die afwijkt van het register en in voorkomend geval van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan drie maanden, uittreksels van de geboorteakten van de kinderen, en een uittreksel van de laatste huwelijksakte.
Art. 1289 Ger.W. — schriftelijk, tenzij
De procedure verloopt schriftelijk wanneer de persoonlijke verschijning niet wordt bevolen. De familierechtbank kan die verschijning steeds bevelen, ambtshalve of op vraag van het openbaar ministerie of van een partij. Wordt zij bevolen en verschijnt een partij niet, dan wordt de zaak naar de algemene rol verwezen. De vroegere bevestigingszitting van art. 1294 bestaat niet meer; modellen die daar nog naar verwijzen, zijn achterhaald.
Art. 1304 Ger.W. — drie verschillende momenten
Dit artikel wordt zelden uitgelegd, en het is precies waar in de praktijk misverstanden over ontstaan. De echtscheiding werkt niet op één datum door.
Ten aanzien van de goederen heeft zij gevolg vanaf de dag van de neerlegging van het verzoekschrift. Wat een van beiden ná de neerlegging verwerft of verliest, valt dus buiten de te verdelen massa.
Ten aanzien van de persoon heeft zij gevolg vanaf de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde gaat. Pas dan bent u niet langer gehuwd en kunt u opnieuw huwen.
Ten aanzien van derden heeft zij pas gevolg vanaf de melding op de huwelijksakte. Zolang die melding niet gebeurd is, mag een bank, een verzekeraar of een verhuurder u nog als gehuwd beschouwen.
Art. 1321 Ger.W. — het luik kinderen
Bevat uw akte een bijdrage in de kosten van de kinderen, dan gelden daarbovenop de vereisten van art. 1321 Ger.W.: het bedrag moet verantwoord worden en de akte moet de loonmachtiging en DAVO vermelden. Die regeling staat volledig uitgewerkt op wat er in een ouderschapsovereenkomst moet staan.
Hoe stelt u het op en hoe verloopt de procedure?
Stap 1. De inventaris van uw situatie
Alles begint met een volledig beeld: welke goederen zijn er, onder welk huwelijksvermogensstelsel bent u gehuwd, welke schulden lopen er, en zijn er minderjarige of behoeftige meerderjarige kinderen. De EOT-tool loopt die inventaris met u door in een reeks vragen en zet uw antwoorden meteen om in de juiste clausules; het ontwerp nalezen kost niets.
Stap 2. Het huwelijksvermogensstelsel vaststellen
Zonder huwelijksovereenkomst bent u gehuwd onder het wettelijk stelsel. Bestaat er een notariële huwelijksovereenkomst, dan bepaalt die het stelsel. Dat onderscheid stuurt de hele akte: bij scheiding van goederen is er geen gemeenschap te verdelen maar wel mogelijk een onverdeeldheid, en dan zijn andere formuleringen nodig.
Stap 3. De regelingsakte opstellen
Goed voor goed en schuld voor schuld. Bij een onroerend goed hoort daar altijd de vaststelling bij dat het goed in onverdeeldheid blijft tot aan de overdracht of de afstand van de zakelijke rechten bij notariële akte.
Stap 4. De familierechtelijke overeenkomst opstellen
Verblijf, gezag, contact, bijdrage in de kosten en buitengewone kosten, telkens voor de periode tijdens de procedure én voor de periode nadien. Daarbij hoort de motivering over het belang van het kind.
Stap 5. Het verzoekschrift en de stukken
Het verzoekschrift verwijst uitdrukkelijk naar de bijlagen. De stukkeninventaris wordt opgebouwd per echtgenoot en per kind, en beperkt zich tot wat niet uit de registers blijkt.
Stap 6. Ondertekenen en neerleggen
Het origineel wordt ondertekend, het afschrift gaat mee. De neerlegging gebeurt ter griffie van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg. Vanaf die dag lopen de vermogensrechtelijke gevolgen (art. 1304 Ger.W.).
Stap 7. De uitspraak en de melding
De rechtbank behandelt de zaak schriftelijk, tenzij zij de verschijning beveelt. Na het vonnis volgt de melding op de huwelijksakte. Pas dan werkt de echtscheiding tegenover derden.
De verplichte onderdelen van de akte
De identificatie van de partijen en het huwelijk
Naam, geboortedatum en -plaats, woonplaats, de datum en plaats van het huwelijk en het toepasselijke huwelijksvermogensstelsel. Dit lijkt een formaliteit, maar de griffie controleert het tegen de huwelijksakte.
De vermogensregeling
De verdeling van roerende en onroerende goederen, met per goed de gekozen oplossing: verkoop aan een derde, overname door een van beiden, of voortgezette onverdeeldheid. Telkens met de vermelding dat de overdracht van zakelijke rechten via de notaris verloopt.
De schulden
Wie welke schuld draagt, en of de bank daarmee instemt. Een interne verdeelafspraak bindt de kredietinstelling niet: die blijft beide kredietnemers aanspreken zolang er geen ontslag uit hoofdelijkheid is.
De regeling bij overlijden hangende de procedure
De uitdrukkelijke regeling van art. 1287, derde lid Ger.W. over de rechten van art. 4.17, 4.18 eerste en tweede lid, 4.20 en 4.147 BW. Vergeet daarbij art. 4.147, § 4, derde lid niet: dat bepaalt dat de afspraak uitwerking heeft vanaf de ondertekening en niet pas vanaf de neerlegging.
Het gezag en het verblijf van de kinderen
Voor de periode tijdens de procedure en voor de periode nadien, met de vakantieregeling en de regeling voor feestdagen.
De bijdrage in de kosten van de kinderen
Het bedrag, de indexeringsformule, de verdeelsleutel voor buitengewone kosten en de overlegtermijn daarvoor. Bij minderjarige kinderen komen daar de vermeldingen over loonmachtiging en DAVO bij.
De uitkering tussen de echtgenoten
Het bedrag tijdens en na de procedure, de aanpassingsformule, de herzieningsmogelijkheden — of de uitdrukkelijke afstand, met de vermelding dat de rechter die afstand niet kan herzien.
De fiscale afspraken
Wie de gezamenlijke aanslagen draagt of de teruggaven ontvangt, en hoe u omgaat met een invordering die de administratie lastens beide echtgenoten kan doen (art. 10 WMGI) of lastens de feitelijk gescheiden echtgenoot (art. 9 WMGI).
Voordelen en nadelen van de onderlinge toestemming
Voordelen
De procedure verloopt schriftelijk zolang de rechtbank geen verschijning beveelt, wat tijd bespaart.
U bepaalt zelf de inhoud: de rechtbank beoordeelt geen schuldvraag en herverdeelt niets op eigen initiatief.
De kosten liggen aanzienlijk lager dan bij een betwiste procedure, omdat er geen conclusierondes zijn.
De afspraken over de kinderen zijn door de ouders zelf gemaakt en worden daardoor beter nageleefd.
De vermogensrechtelijke gevolgen lopen al vanaf de neerlegging, zodat er snel duidelijkheid is (art. 1304 Ger.W.).
Nadelen
Alles moet volledig zijn vóór de neerlegging; de rechtbank vult niets aan.
Een verzoekschrift dat niet naar de bijlagen verwijst, is nietig (art. 1288bis Ger.W.).
Een vergeten aanpassingsformule bevriest de uitkering voorgoed op het oorspronkelijke bedrag.
Sluit u de herziening van de uitkering uit, dan kan de rechter later niet meer bijsturen, ook niet bij ziekte of werkloosheid.
Bij een onroerend goed volgt er hoe dan ook een notariële akte, met eigen kosten en een eigen tijdlijn.
Uitgewerkt voorbeeld
Voorbeeld: de woning in Roeselare die pas bij de notaris overgaat
Dit is een uitgewerkt voorbeeld. De namen zijn fictief; de cijfers en de wetsartikelen zijn dat niet. Het gaat niet om een dossier van het kantoor.
- De situatie
- Karel (44) en Sofie (41) wonen in Roeselare en zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel. Zij hebben één kind van negen. De gezinswoning is tijdens het huwelijk gekocht en wordt geschat op € 340.000; er staat nog € 118.000 krediet open. Sofie wil de woning overnemen.
- De vraag
- Zij willen in de regelingsakte schrijven dat Sofie «vanaf de ondertekening enige eigenaar is» en dat Karel «geen rechten meer laat gelden». Volstaat dat?
- Het antwoord
- Nee. Een onderhandse regelingsakte draagt geen zakelijke rechten over: art. 3.31, § 1 BW neemt enkel vonnissen, authentieke akten en erkende onderhandse akten ter overschrijving aan. De akte legt wél de verbintenis vast: de woning blijft in onverdeeldheid, elk voor de onverdeelde helft, tot aan de notariële akte waarbij Karel zijn onverdeelde helft afstaat tegen een opleg van € 111.000 (de helft van de nettowaarde van € 222.000). De akte bepaalt daarnaast wie tot dan de kredietlasten draagt, en dat Karel uit de hoofdelijkheid wordt ontslagen bij het verlijden van de notariële akte, mits akkoord van de bank.
- De les
- Schrijf in de akte wat u zich verbindt te doen, niet wat u niet kunt bewerkstelligen. De rechtbank neemt akte van de verbintenissen; de eigendomsoverdracht gebeurt bij de notaris. Zonder die formulering weigert de griffie de neerlegging of blijft de kadastrale toestand ongewijzigd.
De financiële parameters in detail
Een regelingsakte bevat vier soorten geldstromen, en het loont om ze uit elkaar te houden.
De vermogensverdeling
Dit is een eenmalige afrekening: de opleg bij een overname, de opbrengst bij een verkoop, de verdeling van spaargelden. Deze bedragen zijn geen onderhoudsgeld en volgen geen index.
De bijdrage in de kosten van de kinderen
Een maandelijks bedrag, dat van rechtswege wordt aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (art. 203quater, § 1 oud BW). Daarnaast staan de buitengewone kosten, die per definitie niet in het maandbedrag zitten en volgens een afgesproken sleutel worden verdeeld.
De uitkering tussen de echtgenoten
Hier ontstaat de indexering niet van rechtswege. De formule moet uitdrukkelijk in de akte staan (art. 1288, eerste lid, 4° Ger.W.). Neemt u er geen op, dan blijft het bedrag nominaal gelijk, hoe lang de uitkering ook loopt.
De kosten van de procedure
Het rolrecht en de bijdrage aan het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand betaalt u rechtstreeks aan de rechtbank. Bij een onroerend goed komt het ereloon en het verdeelrecht van de notaris daarbij. Die bedragen staan los van het opstellen van de akte.
Wilt u dit voor uw eigen situatie?
De EOT-tool levert u vier concrete stukken op.
Een regelingsakte met uw goederen, schulden en de correcte onverdeeldheidsclausule bij een onroerend goed.
Een familierechtelijke overeenkomst met de drie punten van art. 1288 Ger.W., inclusief de aanpassingsformule en de motivering over het belang van het kind.
Een gezamenlijk verzoekschrift dat uitdrukkelijk naar de bijlagen verwijst, met de stukkeninventaris per echtgenoot en per kind.
Dezelfde stukken in Word en in pdf, zodat u ze kunt ondertekenen en neerleggen.
De prijs bedraagt €599,00 excl. btw (€724,79 incl. btw), verhoogd met 100 euro excl. btw (€121,00 incl. btw) wanneer er een onroerend goed in het dossier zit, en met eenzelfde module wanneer er kinderen zijn. Het ontwerp nalezen vóór betaling kost niets.
Het aanverwante onderwerp: de bijdrage voor de kinderen
De akte legt een bedrag vast, maar zegt niet hoe u aan dat bedrag komt. In de Belgische praktijk wordt de bijdrage voor de kinderen begroot volgens de methode Hobin, die de open criteria van art. 203, § 1 oud BW concreet invult op basis van de middelen van beide ouders, de kost van het kind en de verblijfsregeling.
U berekent dat bedrag met de alimentatiecalculator; de volledige rekenregel staat op zo berekenen wij de onderhoudsbijdrage. Neem het resultaat daarna over in punt 3° van uw familierechtelijke overeenkomst.
Voor de aanpassingsformule van de uitkering tussen echtgenoten gebruikt u de indexatiecalculator, die naast de berekening ook modelclausules oplevert.
Een bestaande regeling wijzigen
De punten 2° en 3° van art. 1288 Ger.W. — het gezag en het contact, en de bijdrage voor de kinderen — kunnen na de echtscheiding worden herzien door de bevoegde rechter wanneer nieuwe omstandigheden buiten de wil van de partijen hun toestand of die van de kinderen ingrijpend wijzigen.
De uitkering van 4° kan de rechter verhogen, verminderen of afschaffen bij nieuwe omstandigheden onafhankelijk van de wil van de partijen waardoor het bedrag niet meer is aangepast — tenzij de partijen uitdrukkelijk het tegenovergestelde zijn overeengekomen. Dat «tenzij» is een echte keuze die u bewust maakt bij het opstellen.
Bij overeenkomsten als bedoeld in art. 1288, eerste lid, 2° of 3° blijft de zaak op de rol ingeschreven na de uitspraak. Partijen kunnen bij nieuwe omstandigheden binnen vijftien dagen de zaak opnieuw voor dezelfde rechtbank brengen, bij schriftelijk verzoek neergelegd bij of gericht aan de griffie; die omstandigheden staan op straffe van nietigheid omschreven in de conclusies of in het verzoek.
Wilt u louter een detail bijstellen waarover u het eens bent, dan kunt u een aanvullende overeenkomst opstellen. Raakt die aan het gezag, het verblijf of de bijdrage voor de kinderen, dan legt u ze best ter bekrachtiging voor aan de familierechtbank, zodat zij een uitvoerbare titel oplevert.
Wanneer het niet vlot verloopt: vijf situaties
1. Het verzoekschrift verwijst niet naar de bijlagen
Dit is de meest voorkomende reden waarom een dossier terugkomt. Art. 1288bis Ger.W. sanctioneert het gebrek met nietigheid, en de griffie ziet het meteen.
2. De periode tijdens de procedure is niet geregeld
Art. 1288, 2° en 4° Ger.W. eist een regeling voor beide periodes. Wordt enkel de toestand na de echtscheiding geregeld, dan blijft er een gat tussen de neerlegging en het vonnis.
3. Een clausule gaat verder dan de wet toelaat
Een afstand van erfrechten die ruimer is dan art. 4.17, 4.18 eerste en tweede lid, 4.20 en 4.147 BW overschrijdt wat art. 1287, derde lid Ger.W. toestaat.
4. De onroerendgoedclausule veronderstelt een overdracht
Ontbreekt de vaststelling dat het goed in onverdeeldheid blijft tot aan de notariële akte, dan strookt de akte niet met art. 3.31, § 1 BW.
5. De rechtbank beveelt toch de verschijning
Art. 1289 Ger.W. laat dat steeds toe, ambtshalve of op vraag van het openbaar ministerie of van een partij. Verschijnt u dan niet, dan wordt de zaak naar de algemene rol verwezen en verliest u de winst van de schriftelijke behandeling.
Tweede uitgewerkt voorbeeld
Voorbeeld: de uitkering die nooit werd geïndexeerd
Dit is een uitgewerkt voorbeeld. De namen zijn fictief; de cijfers en de wetsartikelen zijn dat niet. Het gaat niet om een dossier van het kantoor.
- De situatie
- Nadia (52) en Wim (55) uit Genk scheiden door onderlinge toestemming. Wim verbindt zich tot een uitkering van € 500 per maand gedurende acht jaar. In de akte staat enkel: «Deze uitkering bedraagt € 500 per maand.» Zes jaar later merkt Nadia dat er nooit iets bijgekomen is.
- De verkeerde reactie
- Nadia stuurt Wim een berekening met de indexcijfers van de voorbije zes jaar en vordert het verschil na, in de veronderstelling dat de indexering automatisch geldt zoals bij de bijdrage voor de kinderen.
- De juiste aanpak
- Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming ontstaat de indexering van de persoonlijke uitkering niet van rechtswege: art. 1288, eerste lid, 4° Ger.W. eist juist daarom dat de akte de aanpassingsformule zelf bevat. Zonder formule is er niets bijgekomen en valt er niets na te vorderen. Wat Nadia wél kan doen, is nagaan of de akte de herziening heeft uitgesloten. Is dat niet gebeurd, dan kan zij de rechter om een aanpassing verzoeken op grond van nieuwe omstandigheden onafhankelijk van haar wil.
- De les
- Neem de aanpassingsformule letterlijk in de akte op, met de aanvangsindex en de maand van herziening. Dat is één zin bij het opstellen en een verschil van duizenden euro's over acht jaar.
Wat als …
Wat als een van ons van gedacht verandert vóór het vonnis?
De onderlinge toestemming veronderstelt een blijvend akkoord. Valt dat akkoord weg vóór de uitspraak, dan kan de procedure niet worden voortgezet als een echtscheiding door onderlinge toestemming. Wie toch wil scheiden, moet dan de weg van de onherstelbare ontwrichting bewandelen, met een nieuwe procedure en een eigen tijdlijn.
Wat als wij in het buitenland wonen of een buitenlands goed hebben?
Dan komen de bevoegdheid en het toepasselijke recht apart aan bod. Let erop dat de Brussel Ibis-verordening het huwelijksvermogensrecht uitsluit: de bevoegdheidsregel voor onroerende goederen daaruit geldt niet voor de verdeling tussen echtgenoten. Laat dit nakijken vóór u neerlegt.
Wat als er meerderjarige kinderen zijn die nog studeren?
Art. 1288, 2° Ger.W. slaat op minderjarige, ongehuwde en niet-ontvoogde kinderen. Voor een meerderjarig kind dat nog een opleiding volgt, blijft de onderhoudsverplichting van art. 203, § 1 oud BW bestaan tot de opleiding voltooid is. U regelt dat dan als een afzonderlijke verbintenis in de akte, met vermelding aan wie betaald wordt.
Liever persoonlijk advies?
Een videogesprek met een advocaat familierecht kost €50,00 excl. btw. Daarin overloopt u uw ontwerp en de punten die in uw dossier aandacht vragen.
Een gesprek op kantoor kost €75,00 excl. btw en is aangewezen wanneer er een onroerend goed, een onderneming of een buitenlands element in het dossier zit.
Loopt het gesprek met uw ex-partner vast, dan is de onderlinge toestemming niet de juiste weg. Bekijk dan de echtscheiding zonder akkoord.
Verwante onderwerpen
- Echtscheiding door onderlinge toestemming: procedure en tijdlijn
- Wat een echtscheiding door onderlinge toestemming kost
- Wat er in een ouderschapsovereenkomst moet staan (art. 1321 Ger.W.)
- Zo berekenen wij de onderhoudsbijdrage voor de kinderen
- Zo indexeren wij onderhoudsgeld: de rekenregel en de aanvangsindex
- Alle gratis rekentools voor een Belgische scheiding
Veelgestelde vragen
- Is het verplicht?
- Een echtscheiding door onderlinge toestemming is niet verplicht: het is één van de twee wegen naast de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting. Kiest u wél voor de onderlinge toestemming, dan zijn de overeenkomsten van art. 1287 en 1288 Ger.W. wél verplicht. Zonder die overeenkomsten is het verzoekschrift op straffe van nietigheid onvolledig, want art. 1288bis Ger.W. eist dat het verzoekschrift ernaar verwijst.
- Moeten we naar de rechtbank?
- Meestal niet in persoon. Art. 1289 Ger.W. bepaalt dat de procedure schriftelijk verloopt wanneer de persoonlijke verschijning niet wordt bevolen. De familierechtbank kan die verschijning steeds bevelen, ambtshalve of op vraag van het openbaar ministerie of van een partij. Wordt zij bevolen en verschijnt u niet, dan wordt de zaak naar de algemene rol verwezen.
- Heb ik een advocaat nodig?
- De wet verplicht u niet om een advocaat aan te stellen: het origineel van het verzoekschrift wordt ondertekend door beide echtgenoten of door ten minste één advocaat of notaris (art. 1288bis Ger.W.). In de praktijk is de tussenkomst van een advocaat of notaris nuttig omdat de akte volledig moet zijn vóór de neerlegging: de rechtbank bekrachtigt wat er staat en vult niets aan.
- Wat kost het?
- Het opstellen van de regelingsakte, de familierechtelijke overeenkomst en het verzoekschrift via de tool kost €599,00 excl. btw (€724,79 incl. btw), met een module van 100 euro excl. btw (€121,00 incl. btw) bij een onroerend goed en dezelfde module bij kinderen. De rolrechten van de rechtbank en het ereloon van de notaris bij een onroerend goed komen daar bovenop en betaalt u rechtstreeks.
- Is een boedelbeschrijving verplicht?
- Nee. Art. 1287, tweede lid Ger.W. zegt dat de echtgenoten vooraf een boedelbeschrijving «kunnen» laten opmaken. Dat is een mogelijkheid, geen verplichting. Wat wél moet, is dat de wederzijdse rechten waarover men vrij een vergelijk kan treffen vooraf geregeld zijn.
- Vanaf wanneer zijn wij juridisch uit elkaar?
- Art. 1304 Ger.W. maakt daarin drie onderscheiden. Ten aanzien van de goederen werkt de echtscheiding terug tot de dag van de neerlegging van het verzoekschrift. Ten aanzien van de persoon geldt zij vanaf de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde gaat. Ten aanzien van derden krijgt zij pas gevolg vanaf de melding op de huwelijksakte.
- Kan de onderhoudsuitkering tussen ons later nog wijzigen?
- Ja, tenzij u het tegenovergestelde uitdrukkelijk bent overeengekomen. Art. 1288 Ger.W. laat de rechter toe de uitkering te verhogen, te verminderen of af te schaffen bij nieuwe omstandigheden onafhankelijk van de wil van de partijen. Sluit u die herziening uit, dan ligt het bedrag definitief vast en kan de rechter die afstand niet herzien.
- Wordt de uitkering tussen ons automatisch geïndexeerd?
- Nee. Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming ontstaat de indexering van de persoonlijke uitkering niet van rechtswege. Art. 1288, eerste lid, 4° Ger.W. eist daarom dat de akte de formule voor de aanpassing aan de kosten van levensonderhoud zelf bevat. Ontbreekt die formule, dan blijft het bedrag jaar na jaar identiek.
- Wat gebeurt er met onze woning?
- Een onderhandse akte draagt geen zakelijke rechten over. Art. 3.31, § 1 BW neemt enkel vonnissen, authentieke akten en erkende onderhandse akten ter overschrijving aan. De woning blijft dus in onverdeeldheid tot aan de overdracht of de afstand van de zakelijke rechten bij notariële akte; de rechtbank neemt enkel akte van uw verbintenissen.
- Wat als een van ons overlijdt tijdens de procedure?
- Daarvoor bestaat een uitdrukkelijke regeling. Art. 1287, derde lid Ger.W. verplicht de echtgenoten vast te stellen wat zij zijn overeengekomen over de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 4.17, 4.18, eerste en tweede lid, 4.20 en 4.147 BW, voor het geval één van hen overlijdt vóórdat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
Zelf aan de slag
De tool stelt de regelingsakte, de familierechtelijke overeenkomst en het verzoekschrift op volgens de punten op deze pagina. Het ontwerp nalezen is gratis.
Naar de EOT-toolEen overzicht van alle gratis tools staat op /rekentools.