- Een kindregeling is verplicht bij scheiding met minderjarige kinderen en moet 7 vaste onderdelen dekken.
- Sinds de Bilocatiewet (Wet 18 juli 2006) moet de rechter eerst onderzoeken of een gelijkmatig verblijf (50/50) mogelijk is (art. 374 §2 B.W.).
- Co-ouderschap is niet altijd de beste keuze — hoogconflict, grote afstand of zeer jonge kinderen vragen vaak een asymmetrisch model of parallel ouderschap.
- Ook bij 50/50 kan er nog alimentatie verschuldigd zijn (Methode Hobin) wanneer er een inkomensverschil bestaat.
- Vanaf 12 jaar krijgt uw kind automatisch een uitnodiging voor het hoorrecht (art. 1004/1 Ger.W.) — een kind kiest niet, het geeft enkel zijn mening.
- Een kindregeling kan later worden gewijzigd bij een nieuwe en doorslaggevende omstandigheid (art. 387bis oud B.W.).
- Bekrachtiging gebeurt via EOT of homologatie door de familierechtbank (art. 1253ter Ger.W.). Onze EOT vanaf €499 excl. BTW legt uw kindregeling juridisch sluitend vast.
Wat is een kindregeling?
Een kindregeling is de familierechtelijke overeenkomst waarin u vastlegt hoe u na de scheiding de zorg voor uw minderjarige kinderen organiseert. Ze is verplicht zodra er minderjarige kinderen betrokken zijn bij een scheiding of relatiebreuk. De regeling moet niet alleen praktisch werkbaar zijn, maar ook juridisch afdwingbaar.
In een goede kindregeling staan minstens afspraken over verblijf, ouderlijk gezag, vakanties, kosten en communicatie. Bij gehuwde ouders wordt de regeling doorgaans opgenomen in de EOT-regelingsakte. Bij niet-gehuwde ouders wordt de overeenkomst meestal ter homologatie aan de familierechtbank voorgelegd. Zodra de rechter de regelingsakte homologeert (bekrachtigt), heeft het document de waarde van een vonnis — het is dan integraal afdwingbaar. De familierechtbank is daarvoor bevoegd op basis van art. 1253ter Ger.W.
De 7 onderdelen van een complete kindregeling
Een juridisch sluitende kindregeling in België dekt altijd de volgende zeven pijlers. Ontbreekt er één, dan is de overeenkomst onvolledig en wordt ze door de familierechter doorgaans niet goedgekeurd:
- Ouderlijk gezag — wie neemt de belangrijke beslissingen over school, gezondheid en opvoeding?
- Hoofdverblijf en administratieve domiciliëring — waar is uw kind officieel ingeschreven? (Heeft fiscale en administratieve gevolgen.)
- Verblijfsregeling — wanneer verblijft uw kind bij welke ouder, inclusief wisselmomenten (wie brengt/haalt, hoe laat)?
- Vakantieregeling en feestdagen — zomer, kerst, Pasen, verjaardagen, Moederdag en Vaderdag.
- Onderhoudsbijdrage (kinderalimentatie) — wie betaalt wat voor de gewone, dagelijkse kosten?
- Buitengewone kosten — hoe worden schoolreizen, medische kosten of andere uitzonderlijke uitgaven verdeeld?
- Communicatie en praktische uitvoering — hoe wisselt u informatie uit, hoe regelt u halen en brengen, en wat gebeurt er bij een wijziging?
Hoe concreter uw afspraken, hoe kleiner de kans op conflict achteraf.
Verblijfsregelingen: 6 modellen met concrete weekschema's
De verblijfsregeling bepaalt hoe de tijd van uw kind tussen beide ouders wordt verdeeld. Er bestaat geen verplicht standaardmodel — wel moet de regeling passen bij school, afstand, leeftijd, werkritmes en de draagkracht van uw kind. Vermijd vage formuleringen als “in onderling overleg” — leg concrete uren en wisselmomenten vast, ook al kunt u in de praktijk flexibel zijn.
1. 7/7-regeling (klassiek week-week)
De klassieke vorm van verblijfsco-ouderschap met 50/50 verdeling en wissels om de 7 dagen.
- Voorbeeld (vrijdagwissel): Vrijdag 16:30 tot volgende vrijdag 16:30 bij Ouder A; daarna Vrijdag 16:30 tot volgende vrijdag 16:30 bij Ouder B.
- Tip: Een vrijdagwissel na school geeft het kind het weekend om te “landen” bij de andere ouder — beter dan een stressvolle wissel op zondagavond.
- Geschikt voor: schoolgaande kinderen vanaf ~5 jaar, ouders die dicht bij elkaar wonen, stabiele agenda's.
- Minder geschikt voor: zeer jonge kinderen of bij grote afstand.
2. 2-2-3-regeling
Een 50/50 verdeling, maar met kortere rotaties om te voorkomen dat het kind een ouder 7 opeenvolgende dagen mist.
- Voorbeeld (14-daagse cyclus): Week 1: Ma-Di Ouder A · Wo-Do Ouder B · Vr-Za-Zo Ouder A. Week 2: Ma-Di Ouder B · Wo-Do Ouder A · Vr-Za-Zo Ouder B.
- Geschikt voor: peuters, kleuters, jonge kinderen tot ca. 6–7 jaar voor wie een hele week zonder één ouder emotioneel te lang is.
- Minder geschikt voor: oudere kinderen (te veel wisselen van boekentas en sportkledij).
3. 5-2 of 9-5 regeling
Een asymmetrische verdeling (bijv. 65/35 of 70/30). Hoofdverblijf doordeweeks bij één ouder, weekends + woensdagmiddag bij de andere.
- Voorbeeld (14-daagse cyclus, 9 dagen A / 5 dagen B): Ouder A alle weekdagen (Ma-Do) van beide weken + Weekend 1; Ouder B Weekend 2 (vrijdag na school tot zondagavond) + de woensdagnamiddag in de week van Weekend 1.
- Geschikt voor: grotere afstand tussen woningen, of wanneer één ouder een zeer onregelmatig werkregime heeft.
- Minder geschikt voor: ouders die bewust een gelijkmatig 50/50 verblijf willen.
4. Klassieke weekendregeling
Een uitgesproken asymmetrisch model (ongeveer 80/20 of 85/15). Het kind verblijft uitsluitend om de 14 dagen in het weekend bij de andere ouder, eventueel aangevuld met een vaste doordeweekse middag of overnachting.
- Voorbeeld: Ouder A zorgt permanent voor het kind; Ouder B om de 14 dagen weekend (vrijdag na school tot zondag 18:00) + elke woensdagmiddag.
- Geschikt voor: zeer grote geografische afstand, internationale context, hoogconflictsituaties, of wanneer de andere ouder slechts beperkt beschikbaar is.
5. Nestregeling (birdnesting)
Een zeldzaam model waarbij de kinderen permanent in de gezinswoning blijven, terwijl de ouders zelf afwisselend in- en uitgaan.
- Voorbeeld: Week 1 Ouder A in de gezinswoning; Week 2 Ouder B in de gezinswoning; kinderen blijven continu op hetzelfde adres.
- Geschikt voor: tijdelijke overgangsperiode (bijv. eerste 6 maanden na scheiding) om de schok voor de kinderen op te vangen.
- Minder geschikt voor: lange termijn — financieel zwaar (drie woningen financieren) en houdt ouders vaak vast in het oude conflict.
6. Parallel ouderschap (alternatief bij hoogconflict)
Geen klassiek verblijfsmodel, maar een coördinatie-aanpak voor hoogconflict-situaties. Zie de sectie “Wanneer is co-ouderschap NIET de juiste keuze?” hieronder.
Voor meer diepte over de verblijfsmodellen leest u verder op verblijfsregeling.
Co-ouderschap: voorrang in de wet, maar niet altijd de beste keuze
Co-ouderschap is een veelgezochte term, maar in de praktijk worden er twee verschillende dingen door elkaar gebruikt. Dat onderscheid is belangrijk.
Wat is verblijfsco-ouderschap precies?
Verblijfsco-ouderschap betekent dat uw kind ongeveer gelijk verdeeld bij beide ouders verblijft, meestal in een 50/50-verdeling (denk week-week of 2-2-3).
Gezagsco-ouderschap betekent dat beide ouders samen het ouderlijk gezag uitoefenen. Dat is in België het uitgangspunt sinds de Wet van 13 april 1995, en blijft ook na de scheiding in principe behouden. Dat gezamenlijk gezag staat vandaag verankerd in art. 374 §1 B.W..
Met andere woorden: ook als uw kind niet 50/50 verblijft, oefent u nog samen het ouderlijk gezag uit. Een ouder met hoofdverblijf krijgt dus niet automatisch “meer gezag”.
Voorrang voor gelijkmatig verblijf — Bilocatiewet van 2006
Sinds de Wet van 18 juli 2006 — voluit “Wet tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn”, ook bekend als de Bilocatiewet — moet de familierechter bij onenigheid eerst onderzoeken of een gelijkmatig verdeeld verblijf mogelijk is. Dat principe is opgenomen in art. 374 §2 B.W..
Dat betekent niet dat 50/50 automatisch wordt opgelegd. Wel betekent het dat de rechter een verzoek tot verblijfsco-ouderschap ernstig moet onderzoeken en een andere regeling moet motiveren als die volgens hem of haar beter aansluit bij het belang van het kind (overkoepelend criterium uit art. 22bis Grondwet). Wil de rechter (of één van de ouders) afwijken van 50/50, dan geldt een strenge motivatieplicht (cf. art. 1253ter Ger.W.).
In de praktijk is co-ouderschap juridisch dus geen uitzondering meer. Maar de wet dwingt geen enkel gezin tot week-week.
Voordelen en aandachtspunten
Verblijfsco-ouderschap kan sterke voordelen hebben:
- uw kind behoudt een nauwe, dagelijkse band met beide ouders;
- de dagelijkse zorg wordt zichtbaarder gedeeld;
- beide ouders blijven betrokken bij school, hobby's en medische opvolging;
- het gevoel van “weekendouder” wordt vermeden;
- voor veel schoolgaande kinderen kan een goed uitgewerkt 50/50-schema rust geven.
Maar er zijn duidelijke praktische randvoorwaarden:
- ouders moeten redelijk dicht bij elkaar én bij de school wonen — een uur pendelen op wisseldagen is onhoudbaar;
- werkroosters moeten toelaten dat u de helft van de tijd de volledige ochtend- en avondrush opvangt;
- minstens basis-communicatie over school, gezondheid en planning moet mogelijk zijn;
- de praktische uitvoering mag niet telkens opnieuw tot conflict leiden.
Leeftijd speelt ook mee. Een week-weekregeling is vaak minder aangewezen voor zeer jonge kinderen onder ongeveer 3 tot 5 jaar, omdat lange scheidingsperiodes zwaarder kunnen doorwegen op hechting en routine. Voor deze leeftijd wordt vaker gewerkt met kortere blokken (2-2-3) of een gefaseerde opbouw.
Co-ouderschap × alimentatie
Veel ouders denken dat bij 50/50 automatisch geen onderhoudsbijdrage meer verschuldigd is. Dat klopt niet. Ook bij verblijfsco-ouderschap kan één ouder nog een bijdrage betalen, bijvoorbeeld wanneer er een duidelijk inkomensverschil bestaat of wanneer één ouder meer kosten draagt.
De berekening van die bijdrage gebeurt vandaag meestal via de **Methode Hobin**. De volledige uitleg over bedragen, berekening, indexering en alimentatie bij co-ouderschap leest u op onze pagina alimentatie berekenen.
Wanneer is co-ouderschap NIET de juiste keuze?
Co-ouderschap is geen kwaliteitslabel. Voor sommige gezinnen is 50/50 een sterke regeling. Voor andere gezinnen houdt het net conflict in stand of legt het een te zware last op het kind. Een gelijkmatig verblijf wordt door rechters vaak afgeraden of geweigerd in de volgende situaties.
Hoogconflict. Als elk bericht over school, kledij, medicatie of ophaaluren ontspoort, voedt een strak 50/50-model het conflict net. De constante wissels betekenen constante confrontaties. In zulke dossiers is parallel ouderschap een realistischer alternatief (zie verder).
Grote geografische afstand. Woont één ouder te ver van school, opvang of hobby's, dan wordt een week-weekregeling al snel een pendelregeling ten koste van uw kind. In dat geval is een hoofdverblijf bij één ouder met ruime contactmomenten vaak stabieler.
Zeer jonge kinderen. Kinderen onder 3 tot 5 jaar hebben vaak meer nood aan korte, voorspelbare contacten dan aan lange afwisselende weken. Een gefaseerde opbouw werkt dan dikwijls beter: eerst meerdere korte contactmomenten, later overnachtingen, en pas nadien eventueel een ruimer verblijfsmodel.
Wisselende of internationale werkschema's. Bij ouders die als piloot, internationale vrachtwagenchauffeur, expat of in nachtploegen werken, laat het rooster vaak geen strikt 50/50 model toe. Een regeling die op papier 50/50 is, maar in werkelijkheid voortdurend moet worden opgevangen door grootouders of nieuwe partners, is zelden de beste oplossing.
Geweld, intimidatie of zorgen om veiligheid van het kind. Co-ouderschap is dan uiteraard niet het uitgangspunt. Er wordt eerst onderzocht welke contactregeling veilig en verantwoord is, eventueel met voorwaarden of begeleide contacten (bijvoorbeeld via een bezoekruimte van het CAW).
Het alternatief: asymmetrie of parallel ouderschap
Alternatieven voor 50/50 zijn onder meer:
- een weekendregeling met bijkomend doordeweeks contact;
- een hoofdverblijf bij één ouder met ruime vakantieregeling;
- een gefaseerde opbouw richting meer verblijf;
- parallel ouderschap in hoogconflict-dossiers.
Parallel ouderschap verdient extra uitleg. In tegenstelling tot regulier co-ouderschap — dat overleg en samenwerking veronderstelt — wordt bij parallel ouderschap het rechtstreekse contact tussen de ouders tot een absoluut minimum beperkt. Communicatie verloopt enkel zakelijk via mail of een gespecialiseerde co-parenting-app. Ouders zitten niet samen op oudercontacten, vieren geen verjaardagen samen, en bemoeien zich niet met de opvoedingsstijl in het andere huis. Het is geen ideale samenwerkingsvorm, maar in hoogconflict-situaties beschermt het het kind tegen de constante wrijving tussen de ex-partners.
Geef in deze afweging het kind — zeker als het ouder wordt — een stem, maar leg nooit de last van de beslissing op zijn of haar schouders. Soms is een kind simpelweg beter af zonder 50/50.
Ouderlijk gezag: samen beslissen blijft de standaard
Na een scheiding blijft gezamenlijk ouderlijk gezag in principe de regel. Dat volgt uit art. 374 §1 B.W.. Beide ouders blijven dus samen bevoegd voor belangrijke beslissingen (“gezagsbeslissingen”) over:
- gezondheid en medische zorg;
- schoolkeuze en opleiding;
- opvoeding;
- belangrijke vrijetijdsbeslissingen (bijv. een gevaarlijke sport of een dure paardrijhobby);
- religie of levensbeschouwing.
Dat uw kind hoofdzakelijk bij één ouder verblijft, verandert op zich niets aan dat gezamenlijk gezag. Exclusief ouderlijk gezag is een uitzondering. Dat komt pas in beeld wanneer één ouder onbereikbaar is, manifest geen interesse toont, structureel niet kan meebeslissen in het belang van het kind, of wanneer gezamenlijke besluitvorming het kind ernstig schaadt.
Een volledig overzicht van de regels, uitzonderingen en bewijsvereisten leest u op ouderlijk gezag. Als algemene autoriteitsbron verwijzen wij ook naar belgium.be — ouderlijk gezag.
Hoorrecht: de stem van uw kind voor de rechter
Vaak heerst de misvatting dat een kind “vanaf 12 jaar mag kiezen bij wie het wil wonen”. Dat is juridisch onjuist. Een kind kiest niet, maar heeft wel het recht om zijn of haar mening te geven aan de familierechter. Dat heet het hoorrecht, verankerd in art. 22bis Grondwet en in burgerlijke procedures geregeld door art. 1004/1 en 1004/2 Gerechtelijk Wetboek.
Het hoorrecht geldt voor zaken die het kind rechtstreeks aanbelangen:
- ouderlijk gezag;
- verblijfsregeling;
- persoonlijk contact met een ouder.
Het geldt niet voor onderhoudsverplichtingen of zuiver vermogensrechtelijke discussies (art. 1004/1 §1 Ger.W.).
Vanaf welke leeftijd?
- Kinderen van 12 tot 18 jaar krijgen van de rechtbank automatisch een informatiebrief thuis. Daarin staat uitleg over het hoorrecht plus een uitnodiging voor een gesprek met de familierechter.
- Kinderen jonger dan 12 jaar worden niet automatisch uitgenodigd, maar kunnen wel gehoord worden op verzoek van het kind zelf, één van de ouders, het openbaar ministerie of de rechter.
Het gesprek is geen verplichting. Uw kind mag dus beslissen om niet op de uitnodiging in te gaan.
Hoe verloopt dat in de praktijk?
Het gesprek vindt normaal niet plaats in een klassieke rechtszaal, maar in een klein kantoor (kabinet). De rechter draagt daarbij doorgaans geen toga — bewust om de drempel laag te houden.
Het gesprek start met eenvoudige kennismakingsvragen. Daarna wordt gepeild naar hoe uw kind de regeling ervaart: school, wissels, rust, contact met beide ouders, eventuele spanningen. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat uw kind moet “kiezen tussen mama en papa”. Een kind geeft een mening; het neemt geen beslissing.
Mogen ouders erbij zijn?
Ouders mogen hun kind naar de rechtbank begeleiden, maar mogen niet mee binnen in het gesprek. Een vertrouwenspersoon mag wel meegaan, op voorwaarde dat die geen ouder of grootouder is — bijvoorbeeld een leerkracht, jeugdwerker, oudere broer/zus of vriend. Bij gemotiveerde beslissing kan de rechter ook anderen toelaten. Een tolk kan worden voorzien als taal een probleem vormt.
Van het gesprek worden notities gemaakt; daarna wordt in samenspraak met het kind een gespreksverslag opgesteld. Dat verslag wordt toegevoegd aan het familiedossier. U en uw ex-partner mogen het verslag inkijken — maar alleen voor zover het kind heeft gewild dat die informatie in het verslag terechtkomt.
Praktische bron: FOD Justitie — Hoorrecht kinderen bij scheiding.
Vakantieregeling: zomers, feestdagen en reizen
Een vakantieregeling is geen detail. Net daar ontstaan vaak de eerste discussies als de afspraken te vaag zijn. Leg minstens vast hoe u omgaat met zomervakantie, kerstvakantie, paasvakantie, feestdagen en verjaardagen.
Veel ouders werken met een even/oneven jaren-systeem. Voorbeeld:
- even jaren: kerstavond bij Ouder A, oudejaarsavond bij Ouder B, eerste helft zomervakantie bij Ouder A
- oneven jaren: omgekeerd
Voor de zomervakantie wordt vaak gekozen voor helft/helft: eerste 3 weken bij Ouder A, laatste 3 weken bij Ouder B; of afwisselende blokken van 2 weken. Voor jongere kinderen kan de gewone 7/7-regeling tijdens de vakantie behouden blijven.
Verjaardagen van het kind kunnen afwisselend worden verdeeld of samen worden gevierd. Moederdag gaat het kind doorgaans naar mama, Vaderdag naar papa, ongeacht de kalender. Communie- en familiefeesten neemt u best expliciet op.
Reizen naar het buitenland. Wie met een minderjarig kind naar het buitenland reist, doet dat best nooit zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de andere ouder, ook niet bij gezamenlijk gezag of co-ouderschap. Dit volgt uit de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag (art. 374 §1 B.W.) gecombineerd met internationale verdragen tegen kinderontvoering (Haags Verdrag 1980 + EU-verordening Brussel II-ter). In de praktijk is een door de gemeente gelegaliseerde toestemming aangeraden bij grenscontroles of luchthavens.
Voor sjablonen en voorbeeldroosters leest u verder op vakantieregeling.
Kinderbijdrage in de kindregeling
De onderhoudsbijdrage voor uw kind wordt vandaag in België doorgaans berekend via de **Methode Hobin** — sinds 2017 de dominante standaard, geactualiseerd in 2025. De concrete bedragen, berekening, fiscale gevolgen, indexering en de vraag of ook bij 50/50 nog een bijdrage verschuldigd is, leest u op onze pagina alimentatie berekenen. Wanneer u via Echtscheidingshulp.be een EOT-dossier opstart vanaf **€499 excl. BTW**, berekenen onze advocaten de correcte Hobin-bijdrage en nemen ze die op in uw kindregeling.
Buitengewone kosten
Naast de gewone kosten bestaat er juridisch een onderscheid met buitengewone kosten (medisch niet-terugbetaald, schoolreizen, dure aankopen, etc.). Dat kader is sterk verbonden met het KB van 22 april 2019 en met de kindrekening (art. 203bis §4 B.W.). Uw kindregeling moet expliciet vermelden hoe zulke kosten worden goedgekeurd, voorgeschoten en verdeeld.
Voor de volledige uitleg over buitengewone kosten, de procedure volgens het KB 2019 en het opzetten van een kindrekening, verwijzen wij naar onze pagina alimentatie.
Kindregeling wijzigen of herzien
Een kindregeling is niet voor altijd onveranderlijk. De familierechter kan een bestaande regeling herzien wanneer de omstandigheden voldoende gewijzigd zijn. Daarbij wordt vaak verwezen naar art. 387bis oud B.W.
Het uitgangspunt is wel stabiliteit. Een rechter zal een vonnis of EOT niet wijzigen puur omdat één ouder van mening verandert. Een nieuwe en doorslaggevende omstandigheid is vereist.
Typische triggers voor een succesvolle herziening:
- een ingrijpende verhuis (bijv. Brugge → Antwerpen), waardoor school en verplaatsingen ingrijpend veranderen;
- een nieuwe leeftijdsfase van het kind, met typische scharnierleeftijden rond 6, 12 en 18 jaar;
- een drastisch gewijzigde werksituatie;
- langdurig of structureel contactgebrek waarbij één ouder niet meer opdaagt;
- ernstige meningsverschillen waardoor de bestaande regeling praktisch onuitvoerbaar wordt.
Procedure. Bent u het onderling eens? Dan blijft een nieuwe overeenkomst de snelste en goedkoopste oplossing. Bij gehuwde ouders kan dat via een aangepaste EOT-overeenkomst, opnieuw vanaf €499 excl. BTW. Bent u het niet eens, dan wordt een schriftelijk verzoek ingediend bij de familierechtbank. In dringende situaties zijn voorlopige maatregelen mogelijk op basis van art. 1253ter/3 Ger.W..
Voor de financiële gevolgen van een wijziging, zie alimentatie wijzigen.
Kindregeling opstellen via EOT: gratis tool + advocatencontrole vanaf €499
Als u samen tot afspraken kunt komen, is een EOT (Echtscheiding door Onderlinge Toestemming) meestal de snelste weg. U werkt uw kindregeling uit in een juridisch sluitende overeenkomst, zonder lange procedurestrijd.
Bij Echtscheidingshulp.be verloopt dat in vier stappen:
- u vult uw gegevens en afspraken in via de online tool;
- wij screenen de regeling juridisch en berekenen de exacte Hobin-onderhoudsbijdrage;
- waar nodig scherpen wij verblijf, vakanties, kosten en formuleringen aan;
- de overeenkomst wordt klaargemaakt voor bekrachtiging of opname in uw EOT-dossier en ingediend bij de bevoegde familierechtbank.
Zo vermijdt u typische fouten zoals te vage verblijfsafspraken, ontbrekende vakantieclausules of financiële afspraken die later discussie geven.
Kindregeling via EOT vanaf €499 excl. BTW
Gratis tool + advocatencontrole. Start uw kindregeling of plan eerst een vrijblijvend gesprek met onze advocaten.
Veelgemaakte fouten bij een kindregeling
Een kindregeling mislukt zelden door het principe, maar vaak door de uitwerking. Dit zijn de fouten die wij het vaakst zien.
1. Een te vage verblijfsregeling
“Om het weekend en in onderling overleg” klinkt vriendelijk maar is juridisch zwak. Wat betekent dat op feestdagen, bij ziekte of in examenperiodes? Zonder precieze uren en wisselmomenten krijgt u onvermijdelijk discussie. Flexibiliteit nadien is altijd toegestaan, maar de geschreven tekst moet een harde fallback bevatten.
2. Co-ouderschap verwarren met gezamenlijk gezag
Veel ouders denken dat 50/50 verblijf verplicht is omdat ze samen ouderlijk gezag hebben. Dat is onjuist: gezamenlijk gezag (art. 374 §1 B.W.) en verblijfsco-ouderschap (art. 374 §2 B.W.) zijn twee verschillende dingen.
3. Denken dat een kind vanaf 12 jaar zelf mag kiezen
Vanaf 12 jaar heeft uw kind hoorrecht (art. 1004/1 Ger.W.), maar dat betekent niet dat het de regeling zelf beslist. De rechter luistert; het kind “kiest” niet. Tegen uw kind zeggen “vanaf 12 mag je kiezen waar je woont” creëert valse verwachtingen en plaatst onterechte druk.
4. Geen duidelijke regeling voor vakanties en feestdagen
Zonder concreet even/oneven jaren-systeem loopt het vaak mis bij kerst, zomer of buitenlandse reizen. Wat op het moment van de breuk nog “wel geregeld raakt”, wordt later vaak een conflictpunt.
5. Buitenlandse reizen plannen zonder toestemming van de andere ouder
Zelfs wanneer de relatie met uw ex-partner redelijk is, laat u reizen buiten België best expliciet schriftelijk goedkeuren (en bij voorkeur gelegaliseerd door de gemeente). De grens oversteken zonder akkoord kan, in een hoogoplopend conflict, door de politie of douane gekwalificeerd worden als een poging tot internationale kinderontvoering.
6. Geen regeling voorzien voor wijziging of evaluatie
Kinderen worden ouder, scholen veranderen, werkritmes schuiven op. Voorzie een evaluatiemoment (bijv. om de 2 jaar) of minstens een procedure voor wijziging — anders bent u afhankelijk van een rechterlijke procedure bij elke aanpassing.
7. De financiële uitvoering vergeten
Een kindregeling zonder duidelijke koppeling met onderhoudsbijdrage, buitengewone kosten of eventueel een **kindrekening** (art. 203bis §4 B.W., met de 7 verplichte punten) blijft half af. Voor dat financiële luik verwijzen wij naar onze pagina over alimentatie.