Inleidingszitting familierechtbank Brugge: verloop en regels
Advocaat-vennoot & Medeoprichter
Advocaat-vennoot en medeoprichter van Echtscheidingshulp.be en LawBase Advocaten. Verbonden aan de Balie van Brugge. Gespecialiseerd in echtscheidingsrecht, familierecht en ondernemingsrecht.
Meer over ons team
In het kort
20 min leestijdDe eerste zitting in een betwiste familiezaak aan de Kazernevest: persoonlijk verschijnen, digitaal neerleggen via e-Deposit, de 24-uurregel, de 23ste en 24ste familiekamer, voorlopige maatregelen en een checklist.
Inleidingszitting bij de familierechtbank Brugge: zo verloopt ze in het gerechtsgebouw aan de Kazernevest
De inleidingszitting is de eerste zitting in uw familiezaak voor de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, Kazernevest 3. In zaken over de kinderen, het onderhoud of de afzonderlijke verblijfplaats verschijnt u in persoon (art. 1253ter/2 Ger.W.) en vindt de zitting bij een verzoekschrift uiterlijk vijftien dagen na de neerlegging plaats (art. 1253ter/4 Ger.W.). De rechter vraagt eerst naar uw minnelijke pogingen (art. 1253ter/1, § 2 Ger.W.). Brugge heeft daarbij eigen regels: digitaal neerleggen kan enkel via e-Deposit; stukken per e-mail worden niet aanvaard en niet verwerkt. Wat u neerlegt, ligt er uiterlijk 24 uur vóór de zitting.
Laatst juridisch nagekeken: oktober 2026.
In het kort
- De zitting vindt plaats in het gerechtsgebouw aan de Kazernevest 3, 8000 Brugge; de infobalie op het gelijkvloers is open van 8u30 tot 12u00 en van 13u30 tot 16u00.
- In zaken over afzonderlijke verblijfplaatsen, ouderlijk gezag, verblijfsregeling en onderhoud verschijnt u in persoon; een familielid mag u niet vertegenwoordigen, ook niet met volmacht (art. 728 en 1253ter/2 Ger.W.).
- Bij een verzoekschrift volgt de inleidingszitting uiterlijk binnen vijftien dagen na de neerlegging (art. 1253ter/4 en 1253ter/5 Ger.W.).
- Digitaal neerleggen kan enkel via e-Deposit; stukken per e-mail worden niet aanvaard en niet verwerkt. Leg uw stukken uiterlijk 24 uur vóór de zitting neer.
- Zaken tussen (ex-)echtgenoten en over hun kinderen komen in Brugge voor de 23ste familiekamer; zaken over wettelijke samenwoning en tussen feitelijk (ex-)samenwonenden met gemeenschappelijke kinderen voor de 24ste familiekamer.
- De rechter kan verdagen, verwijzen naar de kamer voor minnelijke schikking of meteen voorlopige maatregelen nemen.
Over welke zaken gaat dit artikel?
Dit artikel gaat over de betwiste familiezaken die de wet als spoedeisend beschouwt: de afzonderlijke verblijfplaats van echtgenoten of wettelijk samenwonenden, het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact met een minderjarig kind, de onderhoudsverplichtingen en de voorlopige maatregelen tijdens een echtscheiding (art. 1253ter/4, § 2 Ger.W.). Die zaken worden ingeleid en behandeld zoals in kort geding.
Een echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT) kent in principe geen zitting: wordt de persoonlijke verschijning niet bevolen, dan verloopt de procedure schriftelijk (art. 1289, § 1 Ger.W.). Hoe lang een EOT in Brugge duurt, leest u in ons artikel over de wachttijd voor een echtscheidingsvonnis in Brugge. Wanneer u bij een EOT toch moet verschijnen, staat in ons artikel over persoonlijk verschijnen bij een EOT.
Persoonlijk advies nodig?
Onze experts staan klaar om u te helpen met uw situatie. Neem vrijblijvend contact op.
Hoe komt uw zaak bij de familierechtbank in Brugge binnen?
Verzoekschrift of dagvaarding
De spoedeisende zaken kunnen worden ingeleid bij tegensprekelijk verzoekschrift, bij dagvaarding of bij gezamenlijk verzoekschrift (art. 1253ter/4, § 2 Ger.W.). Dit artikel gaat uit van een verzoekschrift. Het vermeldt op straffe van nietigheid de datum, uw identiteit en, in voorkomend geval, uw rijksregisternummer, de identiteit van de persoon die moet worden opgeroepen, het voorwerp en een korte samenvatting van de middelen, de rechter voor wie de zaak komt en uw handtekening of die van uw advocaat (art. 1034ter Ger.W.). U voegt er een getuigschrift van woonplaats van de tegenpartij bij dat niet ouder is dan vijftien dagen (art. 1034quater Ger.W.). De griffier roept beide partijen op bij gerechtsbrief, met een afschrift van het verzoekschrift (art. 1034sexies Ger.W.). Het verschil met een dagvaarding leggen we uit op onze pagina over verzoekschrift of dagvaarding.
Geen modelverzoekschriften in Brugge
De afdeling Brugge biedt op haar website geen modelverzoekschriften aan voor echtscheiding, voorlopige maatregelen of maatregelen over de kinderen, en ook geen antwoordformulier voor de opgeroepen partij. Wel vindt u er een gemeenschappelijk formulier voor de afspraak over conclusietermijnen (art. 747, § 1 Ger.W.), een modelverzoek tot verzoening in familiezaken, en twee nota's met de stukken die de 23ste en de 24ste familiekamer verwachten. U stelt het verzoekschrift dus zelf op, of laat dat door uw advocaat doen.
Digitaal, via e-Deposit
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen is strikt. Digitaal neerleggen kan enkel via e-Deposit; stukken per e-mail worden niet aanvaard en niet verwerkt. Dat geldt voor gedinginleidende akten, conclusies en stukken; de rechtbank schrijft letterlijk: "Dossierstukken die via e-mail worden neergelegd, worden niet aanvaard, noch verwerkt." Leg elk stuk maar één keer neer, niet digitaal én op papier. Elke akte gaat in een eigen pdf-bestand, met het juiste type (verzoekschrift, brief, conclusies, stukkenbundel) en, in een lopende zaak, het rolnummer. Hoe dat praktisch werkt en waar u terechtkomt als u toch naar de griffie gaat, leest u in ons artikel over de griffie van de familierechtbank Brugge.
Bij welke familierechtbank hoort uw zaak?
Gaat het om het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling of het onderhoud van een minderjarig kind, dan is de familierechtbank van de woonplaats van het kind bevoegd (art. 629bis, § 2 Ger.W.). Loopt er al een familiezaak tussen (ex-)echtgenoten of (ex-)wettelijk samenwonenden, of over hun gemeenschappelijke kinderen, dan komen de nieuwe vorderingen bij die familierechtbank (art. 629bis, § 1 Ger.W.). Voor een echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting is dat de rechter van de laatste echtelijke verblijfplaats of van de woonplaats van de verweerder (art. 628, 1° Ger.W.).
De gerechtelijke kantons van de provincie West-Vlaanderen vormen samen één gerechtelijk arrondissement, en de rechtbank van eerste aanleg met zetel te Brugge heeft rechtsmacht over dat hele arrondissement (Bijvoegsel Ger.W., art. 4, 7.). Die rechtbank werkt met vier afdelingen: Brugge (Kazernevest 3), Kortrijk (Burgemeester Nolfstraat 10a), Ieper (Grote Markt 1) en Veurne (Peter Benoitlaan 2). Welke afdeling uw gemeente behandelt, controleert u met de tool voor territoriale bevoegdheid van de FOD Justitie; de website van de rechtbank verwijst daar zelf naar.
De 23ste of de 24ste familiekamer?
Voor de zaken tussen partners en over hun kinderen werkt de familierechtbank Brugge met de 23ste en de 24ste familiekamer, en voor elke kamer bestaat een nota met de stukken die zij verwacht. De 23ste familiekamer behandelt de zaken tussen echtgenoten en ex-echtgenoten: hun rechten en goederen en de voorlopige maatregelen daarover, de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting, het onderhoud tussen echtgenoten, de scheiding van tafel en bed en het tijdelijk huisverbod, en daarnaast alles over hun kinderen: ouderlijk gezag, verblijfsregeling, persoonlijk contact, onderhoudsverplichtingen en de aanwijzing van de bijslagtrekkende. Ook de spoedeisende vorderingen in die materies en de zaken die op grond van art. 1253ter/7 Ger.W. opnieuw voor de rechtbank komen, horen er thuis.
De 24ste familiekamer behandelt de wettelijke en feitelijke samenwoning: partners die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd of de beëindiging ervan hebben aangevraagd, al dan niet met gemeenschappelijke kinderen, en feitelijk samenwonende of feitelijk gescheiden partners met gemeenschappelijke kinderen. De rechtbank vraagt dat uw inleidende akte en uw basisstukkenbundel duidelijk maken in welke categorie u valt, omdat die bepaalt welk type vordering u instelt en hoe lang de maatregelen gelden. Datum en uur van uw zitting staan op uw oproeping en in de tool "Uw dossier".
Wanneer vindt de inleidingszitting plaats?
Wordt de zaak bij verzoekschrift ingeleid, dan vindt de inleidende zitting uiterlijk binnen vijftien dagen na de neerlegging ter griffie plaats (art. 1253ter/4, § 2 Ger.W.). Voor voorlopige maatregelen herhaalt art. 1253ter/5 Ger.W. die termijn. Wordt de zaak bij dagvaarding ingeleid, dan geldt de dagvaardingstermijn van het kort geding: ten minste twee dagen (art. 1035, tweede lid Ger.W.).
De datum en het uur van uw zitting vindt u ook terug via de tool "Uw dossier" (dossier.just.fgov.be), op basis van het rolnummer. Reken op weinig voorbereidingstijd: wie opgeroepen wordt, heeft tussen de gerechtsbrief en de zitting weinig tijd.
Moet u persoonlijk naar de inleidingszitting komen?
De regel: in persoon verschijnen
In zaken over afzonderlijke verblijfplaatsen, ouderlijk gezag, verblijfsregeling en onderhoudsverplichtingen moeten de partijen in persoon verschijnen op de inleidingszitting (art. 1253ter/2 Ger.W.). Gaat de zaak over minderjarige kinderen, dan geldt dat ook voor de zitting waarop de vragen over de kinderen worden besproken en voor de pleitzittingen. Uw advocaat staat u bij, maar vervangt u niet. Enkel in uitzonderlijke omstandigheden kan de rechter een afwijking toestaan.
De rechtbank West-Vlaanderen zegt het zelf op haar website: in de rechtbank van eerste aanleg mogen enkel de partijen zelf of hun advocaat voor hen verschijnen; een familielid mag niet vertegenwoordigen, ook niet met volmacht. Dat volgt uit de wet: partijen verschijnen in persoon of bij advocaat (art. 728, § 1 Ger.W.), en de vertegenwoordiging door een echtgenoot of bloedverwant met volmacht bestaat alleen voor de vrederechter, de ondernemingsrechtbank en de arbeidsgerechten (art. 728, § 2 Ger.W.).
De uitzondering: een akkoord over alle vorderingen
Leggen de partijen een akkoord voor over alle vorderingen uit de inleidende akte, opgesteld door een advocaat, een notaris of een erkend bemiddelaar, dan is de persoonlijke verschijning niet vereist en homologeert de rechtbank het akkoord, voor zover het niet kennelijk strijdig is met het belang van het kind (art. 1253ter/2 Ger.W.). De rechter kan de verschijning wel steeds bevelen, ambtshalve of op verzoek van het openbaar ministerie.
Kunt u uitstel vragen?
U kunt de rechter schriftelijk om uitstel vragen, maar de rechtbank West-Vlaanderen waarschuwt zelf dat de rechter dat niet hoeft toe te staan. Een gewoon verzoek van de partijen volstaat niet; enkel de rechtbank beslist over uitstel, en tot ze dat doet, moet u verschijnen. Kan een zaak niet doorgaan, meld dat dan zo snel mogelijk.
Wat als de eiser wegblijft?
Verschijnt de eiser niet in persoon, dan verklaart de rechter hem, naargelang de omstandigheden, van zijn eis vervallen of verwijst hij de zaak naar de bijzondere rol van de kamer. In dat laatste geval kan de zaak op verzoek van een van de partijen binnen vijftien dagen opnieuw ter zitting worden gebracht (art. 1253ter/2 Ger.W.).
Wat als de verweerder wegblijft?
Verschijnt de verweerder niet in persoon, dan kan de rechter een vonnis bij verstek uitspreken of de zaak uitstellen tot een latere rechtsdag, met een nieuwe gerechtsbrief. Blijft de verweerder ook op die nieuwe zitting weg, dan spreekt de rechtbank, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, een vonnis uit dat geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen (art. 1253ter/2 Ger.W.).
Wat gebeurt er op de inleidingszitting zelf?
De rechter vraagt naar uw minnelijke pogingen
Zodra een vordering wordt ingesteld, stuurt de griffier u de tekst van de artikelen 1730 tot 1737 Ger.W., een brochure over bemiddeling en de lijst van erkende familiale bemiddelaars van het arrondissement West-Vlaanderen (art. 1253ter/1, § 1 Ger.W.). Op de inleidingszitting hoort de rechter de partijen over de manier waarop ze geprobeerd hebben het geschil minnelijk op te lossen, en gaat hij na of een minnelijke oplossing nog kan (art. 1253ter/1, § 2 Ger.W.).
Bereid dat antwoord voor. Hebt u een bemiddelaar gezien, een voorstel per brief gedaan, of een gesprek gehad via uw advocaten, zeg het dan concreet. Hebt u niets geprobeerd, wees dan eerlijk en zeg of u daar nu voor openstaat.
Verdaging naar een vaste datum
Op vraag van de partijen, of als de rechter het nuttig acht, kan hij de zaak verdagen naar een vaste datum die de termijn van een maand niet mag overschrijden, behoudens akkoord van de partijen volgens art. 730/1 Ger.W. (art. 1253ter/1, § 2 Ger.W.). Met akkoord van alle partijen kan de rechtbank de zaak ook verdagen om na te gaan of er akkoorden mogelijk zijn of bemiddeling een oplossing biedt (art. 1253ter/3, § 2 Ger.W.). De zaak kan op schriftelijk verzoek van een partij vroeger worden hervat.
Verwijzing naar de kamer voor minnelijke schikking
De rechter kan de zaak verwijzen naar de kamer voor minnelijke schikking, op verzoek van een partij of ambtshalve, tenzij alle partijen zich daartegen verzetten (art. 734/1, § 2 Ger.W.). De griffier zendt het dossier binnen drie dagen door en de partijen worden bij gewone brief opgeroepen om binnen een maand te verschijnen. Bereikt u een akkoord, dan wordt er akte van genomen in een vonnis (art. 734/2 Ger.W.); gaat het over de kinderen, dan vermeldt het akkoord hoe rekening is gehouden met het belang van het kind (art. 734/2, § 3 Ger.W.). U kunt in Brugge ook zelf een verzoening vragen: de rechtbank stelt daarvoor een modelverzoek tot verzoening in familiezaken ter beschikking op haar website, onder Formulieren. Meer uitleg leest u in ons artikel over de kamer voor minnelijke schikking.
Bemiddeling
De rechter kan de partijen ook voorstellen een bemiddeling te onderzoeken (art. 1253ter/3, § 1 Ger.W.). Hoe een bemiddeling verloopt en wat ze kost, leest u op onze pagina over de bemiddelingsprocedure.
Wat als er sprake is van geweld of druk?
Zijn er ernstige aanwijzingen dat een partij geweld, bedreigingen of een andere vorm van druk gebruikt of heeft gebruikt tegenover de andere, dan geldt art. 1734, § 1, derde lid Ger.W. van overeenkomstige toepassing (art. 1253ter/1, § 2 en 1253ter/3, § 1 Ger.W.). De rechter mag dan geen bemiddeling bevelen zonder zich ervan te vergewissen dat de andere partij daar vrij mee instemt; hij vraagt die toestemming mondeling, in afwezigheid van de partij die druk uitoefent. Zeg het aan uw advocaat vóór de zitting, en breng stukken mee.
Geen akkoord: de rechter hoort u over het geschil
Komen de partijen niet tot een akkoord, dan hoort de familierechtbank hen over hun geschil (art. 1253ter/3, § 1 Ger.W.). Spreken de partijen conclusietermijnen af, dan neemt de rechter er akte van en bepaalt hij de rechtsdag (art. 747 Ger.W.). In Brugge gebruikt u daarvoor het gemeenschappelijk formulier art. 747, § 1 Ger.W. van de rechtbank. De rechtbank publiceert ook een overzicht van de vroegste pleitdatum in burgerlijke zaken, dat vier keer per jaar wordt bijgewerkt.
Welke stukken brengt u mee, en wanneer?
De richtlijnen van de rechtbank West-Vlaanderen zijn duidelijk. Alles wat u neerlegt, legt u uiterlijk 24 uur vóór de zitting neer, zodat de griffie het kan verwerken. Een stukkenbundel begint met een inventaris (art. 737 Ger.W.) en wordt één keer neergelegd, bij voorkeur elektronisch, uiterlijk vijftien dagen vóór de zitting; die termijn geldt niet voor de inleidingszitting en het kort geding. Vormstukken zoals familiale stukken legt u volgens de richtlijnen in origineel en fysiek neer. Breng de bundel fysiek mee naar de zitting, tenzij u hem al fysiek hebt neergelegd. Conclusies die u via e-Deposit neerlegt, hoeft u niet te ondertekenen (art. 743 Ger.W.).
Voor de inhoud van de bundel werkt de familierechtbank Brugge met de nota's van de 23ste en de 24ste kamer. Vraagt u onderhoudsgeld voor de kinderen of voor uzelf, dan verwacht de rechtbank onder meer uw recentste aanslagbiljet met voorblad, de laatste twaalf loonbrieven, een actueel attest van gezinssamenstelling en een attest over het groeipakket. De volledige lijst bespreken we in ons artikel over de stukken voor onderhoudsgeld bij de familierechtbank Brugge. Vraagt u de echtscheiding, dan voegt u een uittreksel van de huwelijksakte toe, een kopie van het recentste huwelijkscontract en een bewijs van de datum van de feitelijke scheiding.
Wat kan de rechter op of na de inleidingszitting beslissen?
Voorlopige maatregelen
De familierechtbank kan voorlopige maatregelen nemen: de uitoefening van het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact regelen; onderhoudsuitkeringen begroten, wijzigen of afschaffen; de afzonderlijke verblijfplaats van de echtgenoten of wettelijk samenwonenden vaststellen; een vervreemdingsverbod opleggen; de echtelijke verblijfplaats vaststellen als de echtgenoten het daar niet over eens zijn (art. 1253ter/5 Ger.W.). Vonnissen alvorens recht te doen, waartoe alle voorlopige maatregelen behoren, zijn van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad (art. 1397, derde lid Ger.W.); een beslissing over een onderhoudsuitkering is dat ook, tenzij de familierechtbank op vraag van een partij anders beslist (art. 1322/1 Ger.W.). Hoe u die maatregelen aanvraagt, leest u op onze pagina over voorlopige maatregelen.
Akkoorden homologeren
Op ieder ogenblik kunnen de partijen de rechtbank vragen hun overeenkomst over de kinderen, het onderhoud of de verblijfplaats te homologeren. De rechtbank kan dat weigeren als de overeenkomst kennelijk strijdig is met het belang van de kinderen (art. 1253ter/3, § 3 Ger.W.). Een gedeeltelijk akkoord is dus ook iets waard: wat vastligt, hoeft niet meer bepleit te worden.
Een maatschappelijk onderzoek
Gaat de zaak over een minderjarige, dan kan de rechtbank een maatschappelijk onderzoek laten uitvoeren door de bevoegde sociale dienst, of het kind aan een medisch-psychologisch onderzoek onderwerpen. Wacht de rechtbank op het advies van de sociale dienst, dan bepaalt zij daarvoor een termijn van maximaal drie maanden, of vier maanden als die geheel of gedeeltelijk in de gerechtelijke vakantie valt (art. 1253ter/6 Ger.W.). U krijgt de informatie in alle gevallen vóór de zitting.
Het horen van de kinderen
Elke minderjarige heeft het recht gehoord te worden door de rechter in aangelegenheden die hem aanbelangen, behalve over het onderhoud en louter financiële kwesties. Een kind vanaf twaalf jaar wordt door de rechter ingelicht over dat recht. Een jonger kind wordt gehoord op zijn eigen verzoek, op verzoek van de partijen of het openbaar ministerie, of ambtshalve; de rechter kan dat gemotiveerd weigeren, behalve als het verzoek van het kind zelf of van het openbaar ministerie komt (art. 1004/1 Ger.W.). Het kind mag ook weigeren. De rechtbank West-Vlaanderen heeft op haar website een filmpje over het gesprek van het kind met de familierechter als ouders uiteengaan; dat kunt u samen bekijken vóór de zitting.
Wat gebeurt er na de inleidingszitting?
Neemt de rechter de zaak in beraad, dan moet de uitspraak in principe binnen een maand na het sluiten van de debatten vallen (art. 770, § 1 Ger.W.). De rechtbank West-Vlaanderen zegt zelf dat de rechter in burgerlijke zaken meestal binnen een maand uitspraak doet en dat complexe zaken langer kunnen duren. De uitspraak gebeurt schriftelijk; binnen vijf dagen geeft de griffier kennis dat het vonnis raadpleegbaar is (art. 792 Ger.W.), en de griffie streeft ernaar het vonnis binnen vijf werkdagen te versturen, naar uw advocaat of anders naar u.
De spoedeisende familiezaken blijven daarna op de rol van de familierechtbank: bij nieuwe elementen kan dezelfde zaak bij conclusie of bij een schriftelijk verzoek aan de griffie opnieuw voor de rechtbank worden gebracht, binnen een termijn van vijftien dagen, met vermelding van die nieuwe elementen op straffe van nietigheid (art. 1253ter/7 Ger.W.). Gaat het om zaken tussen (ex-)echtgenoten, dan komen die in Brugge terug voor de 23ste familiekamer. Tegen een eindvonnis staat hoger beroep open bij het hof van beroep Gent, binnen een maand vanaf de betekening of, in de gevallen van art. 792, tweede en derde lid, de kennisgeving (art. 1051 Ger.W.); hoe dat vanuit Brugge verloopt, leest u in ons artikel over hoger beroep tegen een vonnis van de familierechtbank Brugge.
Twee voorbeelden uit Brugge
De voorbeelden hieronder zijn fictief.
Voorbeeld 1: een geschil over de verblijfsregeling in Sint-Andries
Neem Lien en Wannes, niet gehuwd, met twee kinderen: Emma (12) en Louis (7). Na de breuk blijven de kinderen bij Lien in Sint-Andries wonen. Wannes huurt een appartement in Sint-Michiels en wil een week-weekregeling; Lien wil dat de kinderen tijdens de schoolweek bij haar blijven.
Wannes legt op donderdag 4 maart 2027 een verzoekschrift neer via e-Deposit. De kinderen wonen in Sint-Andries, een deelgemeente van Brugge, dus de familierechtbank van hun woonplaats is bevoegd (art. 629bis, § 2 Ger.W.): de afdeling Brugge, waaronder hun woonplaats valt. Omdat Lien en Wannes niet gehuwd zijn en wel gemeenschappelijke kinderen hebben, komt de zaak voor de 24ste familiekamer; het verzoekschrift maakt duidelijk dat ze feitelijk samenwoonden en nu gescheiden wonen. Omdat het om de verblijfsregeling gaat, vindt de inleidingszitting uiterlijk binnen vijftien dagen na de neerlegging plaats, dus uiterlijk op vrijdag 19 maart 2027 (art. 1253ter/4 Ger.W.). Beide ouders moeten in persoon komen (art. 1253ter/2 Ger.W.).
Op de zitting vraagt de rechter wat ze al geprobeerd hebben. Ze hebben één gesprek gehad bij een bemiddelaar. De rechter verwijst de zaak naar de kamer voor minnelijke schikking; geen van beiden verzet zich (art. 734/1, § 2 Ger.W.). Omdat Emma twaalf is, licht de rechter haar in over haar recht om gehoord te worden; Louis kan gehoord worden als hij erom vraagt of op verzoek van een ouder (art. 1004/1 Ger.W.). Komt er geen akkoord, dan gaat de zaak terug naar de 24ste kamer, die de ouders hoort over hun geschil.
Voorbeeld 2: echtscheiding en voorlopige maatregelen in Assebroek
Neem Febe en Seppe, gehuwd, met een dochter van vijf. Seppe verlaat de gezinswoning in Assebroek. Febe vraagt de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting, die ze wil bewijzen met de feitelijke scheiding (art. 229, § 3 oud BW), en tegelijk voorlopige maatregelen: het gebruik van de gezinswoning, een verblijfsregeling, een bijdrage in de kosten van hun dochter en een onderhoudsuitkering voor zichzelf tijdens de procedure. Haar advocaat stelt het verzoekschrift op en legt het neer via e-Deposit, met een bundel die begint met een inventaris en de stukken bevat die de nota van de 23ste familiekamer vraagt, waaronder een uittreksel van de huwelijksakte, het huwelijkscontract, een bewijs van de datum van de feitelijke scheiding, het aanslagbiljet, de loonbrieven en het attest over het groeipakket.
Twee dagen vóór de zitting legt de advocaat van Seppe zijn stukken neer. Op de inleidingszitting blijkt dat ze het eens zijn over een week-weekregeling, maar niet over het geld. Op hun verzoek homologeert de rechter het gedeeltelijk akkoord over de verblijfsregeling, want het is niet kennelijk strijdig met het belang van het kind (art. 1253ter/3, § 3 Ger.W.). Voor de financiële punten vraagt hij beide partijen hun inkomsten en lasten verder te staven en legt hij conclusietermijnen vast (art. 747 Ger.W.). De echtscheiding zelf kan hij nog niet uitspreken: Febe steunt haar eenzijdige vordering op de feitelijke scheiding en ze zijn nog geen jaar uit elkaar. De rechter stelt een nieuwe zitting vast (art. 1255, § 2 Ger.W.). Gaat Seppe in de loop van de procedure akkoord met de echtscheiding, dan gelden de kortere termijnen van de gezamenlijke vordering (art. 1255, § 3 Ger.W.).
Praktisch: de dag van de zitting aan de Kazernevest
Het gerechtsgebouw ligt aan de binnenzijde van de ringvaart. De bezoekersparking aan de Kazernevest 3 is beperkt en volgens de rechtbank meestal al vroeg volzet; parkeren buiten de ringvaart is gratis. Komt u met de trein, dan ligt het station van Brugge op ongeveer drie kilometer: neem bus 1 richting Sint-Kruiskerk tot de halte Kazernevest, of reken op ongeveer dertig minuten te voet. De bushaltes Brugge Gerechtshof, Kazernevest en Brugge Kruispoort liggen vlakbij. Er is een fietsenstalling op de bezoekersparking. De infobalie op het gelijkvloers is open van 8u30 tot 12u00 en van 13u30 tot 16u00. Neem uw oproeping en uw identiteitskaart mee en kom ruim op voorhand. Hebt u een attest voor uw werkgever nodig, dan kunt u dat na de behandeling van uw zaak aan de griffie vragen.
Checklist: zo bereidt u zich voor
Stukken
- Leg uw stukken uiterlijk 24 uur vóór de zitting neer via e-Deposit, met een genummerde inventaris vooraan. Breng de bundel fysiek mee.
- Vraagt u onderhoud, volg dan de nota van de 23ste of de 24ste familiekamer: aanslagbiljet met voorblad, twaalf loonbrieven, attest gezinssamenstelling, attest groeipakket, overzicht van uw vaste lasten.
- Voor een discussie over de verblijfsregeling: schooluurrooster, uw werkrooster, de afstand tussen beide woningen, en wat de huidige regeling in de praktijk is.
Wat zegt u?
- Wat hebt u al geprobeerd om er samen uit te komen, en staat u open voor de kamer voor minnelijke schikking of bemiddeling?
- Wat vraagt u concreet voor de kinderen, het onderhoud en de woning, en welke voorlopige regeling wilt u in afwachting?
- Welke punten liggen al vast, zodat de rechter ze kan homologeren?
Persoonlijk aanwezig
- U komt zelf, ook met advocaat. Een familielid mag u niet vertegenwoordigen, ook niet met volmacht.
- Vraag enkel uitstel als het echt niet anders kan, en reken er niet op: enkel de rechter beslist.
Hebt u een advocaat nodig?
Voor de familierechtbank is een advocaat niet verplicht (art. 728, § 1 Ger.W.). De Brugse werkwijze is wel veeleisend voor wie alleen procedeert: digitaal neerleggen via e-Deposit, een inventaris bij elke bundel, de stukkenlijst van de kamer, de termijn van 24 uur en de conclusietermijnen. Wie dat zelf doet, moet het allemaal zelf opvolgen. Ons kantoor is gevestigd in Brugge; meer leest u op onze pagina voor Brugge.
Zijn u en uw ex-partner het eens over de kinderen, dan hebt u die betwiste procedure misschien niet nodig. Met onze kindregeling legt u uw afspraken over gezag, verblijf en onderhoud vast in een overeenkomst. Bent u gehuwd en zijn u en uw partner het over alles eens, dan is een echtscheiding door onderlinge toestemming de kortere weg.
Wetsartikelen in dit artikel
- art. 1253ter/1 Ger.W.: informatie over bemiddeling door de griffier; de rechter hoort de partijen over hun minnelijke pogingen; verdaging en verwijzing naar de KMS.
- art. 1253ter/2 Ger.W.: persoonlijke verschijning op de inleidingszitting; gevolgen van wegblijven; uitzondering bij een volledig akkoord.
- art. 1253ter/3 Ger.W.: horen van de partijen, verdaging, verwijzing naar de KMS en homologatie van akkoorden.
- art. 1253ter/4 Ger.W.: spoedeisend geachte familiezaken; inleidingszitting binnen vijftien dagen.
- art. 1253ter/5 Ger.W.: voorlopige maatregelen.
- art. 1253ter/6 Ger.W.: maatschappelijk onderzoek en belang van het kind.
- art. 1253ter/7 Ger.W.: blijvende saisine.
- art. 1004/1 Ger.W.: horen van de minderjarige.
- art. 1734, § 1, derde lid Ger.W.: geen bemiddeling bij ernstige aanwijzingen van geweld of druk zonder vrije toestemming van de andere partij.
- art. 1034ter, 1034quater en 1034sexies Ger.W.: inhoud van het verzoekschrift, getuigschrift van woonplaats, oproeping bij gerechtsbrief.
- art. 1035, tweede lid Ger.W.: dagvaardingstermijn in kort geding.
- art. 737 en 743 Ger.W.: inventaris bij de stukken; ondertekening van conclusies.
- art. 747 Ger.W.: conclusietermijnen en rechtsdag.
- art. 728 Ger.W.: verschijnen in persoon of bij advocaat.
- art. 734/1 en 734/2 Ger.W.: kamer voor minnelijke schikking.
- art. 770, § 1 en 792 Ger.W.: uitspraaktermijn en kennisgeving van het vonnis.
- art. 1051 Ger.W.: termijn van hoger beroep.
- art. 1255 Ger.W.: nieuwe zitting bij feitelijke scheiding.
- art. 1289, § 1 Ger.W.: schriftelijke EOT-procedure.
- art. 1322/1 en 1397, derde lid Ger.W.: uitvoerbaarheid bij voorraad.
- art. 628, 1° en 629bis Ger.W.: bevoegde familierechtbank.
- Bijvoegsel Ger.W., art. 4, 7.: het arrondissement West-Vlaanderen en de rechtbank met zetel te Brugge.
- art. 229 oud BW: onherstelbare ontwrichting.
Hulp nodig?
Wilt u uw EOT-overeenkomst zelf opstellen? Gebruik onze gratis EOT-tool. Wilt u dat een advocaat de overeenkomst nakijkt, het verzoekschrift opmaakt, neerlegt en opvolgt tot het vonnis? Kies voor bekrachtiging via het kantoor. Liever eerst praten? Plan een gesprek of bel +32 50 67 32 06.
Veelgestelde vragen over inleidingszitting familierechtbank brugge: verloop en regels
Gerelateerde onderwerpen:
Lees ook deze artikelen
Hoe lang duurt een gemiddelde echtscheiding?
De doorlooptijd hangt vooral af van de gekozen weg: een echtscheiding met onderlinge toestemming verloopt merkelijk sneller dan een op grond van onherstelbare ontwrichting. U leest welke factoren de termijn rekken en hoe u zelf tijd wint.

Scheiding en expatriates: Internationale complicaties
Woont u in het buitenland of is uw partner van een andere nationaliteit, dan komen bevoegdheid en toepasselijk recht eerst. U leest welke rechter u kunt aanspreken, welk recht op de verdeling en de kinderen speelt en hoe erkenning verloopt.

Familierechtbanken in België: Per provincie overzicht
De familierechtbank is een afdeling van de rechtbank van eerste aanleg. U vindt per provincie welke afdeling bevoegd is, hoe die bevoegdheid bij een scheiding of een geschil over de kinderen wordt bepaald, en welke stappen u zet.
Hoeveel kost een echtscheiding in België in 2026?
De prijs hangt af van de gekozen procedure en van de mate waarin u het samen eens raakt. Wij zetten de posten op een rij — ereloon, gerechtskosten, notaris en verdeling — en tonen waar u concreet kunt besparen.

Onderhoudsgeld bij meerderjarige kinderen
De onderhoudsplicht loopt door zolang de opleiding van uw kind niet is afgerond. U leest wanneer de bijdrage kan stoppen, wat een studievertraging of een studentenjob betekent en hoe uw meerderjarig kind zelf een vordering kan instellen.