Verhuizen met de Kinderen: de Verhuisclausule en de Procedure
Wat u juridisch vooraf kunt vastleggen over een verhuis, en welke procedure geldt wanneer de andere ouder weigert.
De misvatting die de meeste dossiers veroorzaakt
Veel ouders denken dat de gemeente een domiciliewijziging tegenhoudt zonder akkoord van de andere ouder. Dat is niet zo. Artikel 373, tweede lid oud BW bepaalt dat elke ouder tegenover derden die te goeder trouw zijn, geacht wordt te handelen met instemming van de andere ouder. Een gemeentebestuur is zo een derde. De verhuis kan dus feitelijk gewoon doorgaan, ook als u het er niet mee eens bent. Dat betekent niet dat ze rechtmatig is: artikel 374 §1 oud BW bepaalt dat ouders die niet samenleven het gezag gezamenlijk blijven uitoefenen, en dat de organisatie van de huisvesting van het kind daar uitdrukkelijk onder valt. De feitelijke mogelijkheid en het juridische recht lopen hier uit elkaar, en dat is precies waarom u niet moet wachten tot de verhuiswagen voorstaat.
De verhuisclausule: het goedkoopste moment is vooraf
Een verhuisclausule in de kindregeling of de regelingsakte kost bij het opstellen niets extra en bespaart later een procedure. Zij legt niet vast dat er niet verhuisd mag worden — dat kan niemand afdwingen — maar wel wat er gebeurt wanneer het gebeurt. Wij nemen daarin standaard vijf punten op.
- Een informatietermijn: hoeveel weken vooraf de andere ouder moet worden verwittigd
- Een afstandsgrens waarbinnen de regeling ongewijzigd blijft
- Wat er gebeurt bij overschrijding: de verplichting om binnen een termijn een aangepaste regeling uit te werken
- Wie de meerkost van het vervoer draagt en hoe de ophaalmomenten verschuiven
- Een uitdrukkelijke bepaling voor een verhuis naar het buitenland
Een aangepaste regeling na een verhuis schrijft u uit met onze tool voor de ouderschapsovereenkomst — start de ouderschapsovereenkomst.
Geen clausule, en de andere ouder weigert
Zonder clausule valt u terug op de algemene regeling. De ouder die wil verhuizen kan de familierechtbank om machtiging vragen; de ouder die zich verzet kan vragen om de verblijfsregeling te wijzigen. Beide lopen via artikel 387bis oud BW, dat de familierechtbank toelaat om in het belang van het kind alle beschikkingen over het ouderlijk gezag op te leggen of te wijzigen, volgens de procedure van de artikelen 1253ter/4 tot 1253ter/6 Ger.W. Zaken over de verblijfsregeling worden geacht spoedeisend te zijn, wat betekent dat de rechtbank in kort geding uitspraak kan doen. Dien uw verzoek in vóór de verhuis en niet erna: een verhuis die al heeft plaatsgevonden, met een kind dat al is ingeschreven op een nieuwe school, weegt in de beoordeling van het belang van het kind in het voordeel van wie verhuisd is.
Wat de rechter afweegt
De rechtbank vertrekt niet van een recht van de ene ouder tegenover de andere, maar van het belang van het kind. In verhuisdossiers keren dezelfde elementen terug: de reden van de verhuis en of ze noodzakelijk is dan wel een keuze, de afstand en wat die concreet betekent voor school en sociale omgeving, de vraag of een werkbare regeling op de nieuwe afstand mogelijk blijft, de leeftijd van het kind, en de houding van beide ouders — wie de andere ouder buitenspel probeert te zetten, verzwakt zijn eigen dossier. Werk in uw verzoekschrift daarom altijd een concreet alternatief uit in plaats van enkel toestemming te vragen: een uitgeschreven regeling met reistijden, kosten en vakantieverdeling maakt meer indruk dan een principiële discussie.
Verhuis naar het buitenland
Hier verandert de aard van het probleem. Een kind zonder toestemming van de andere gezagsdrager of zonder rechterlijke machtiging naar het buitenland brengen, kan een ongeoorloofde overbrenging opleveren in de zin van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980. De gevolgen zijn ingrijpend: binnen de Europese Unie geldt daarbovenop de Verordening Brussel IIter, en de terugkeerprocedure is opgezet om snel te werken, niet om de grond van de zaak te beoordelen. Wie naar het buitenland wil verhuizen, vraagt dus vooraf ofwel een schriftelijk en gedateerd akkoord ofwel een machtiging van de familierechtbank. Wie geconfronteerd wordt met een aangekondigde buitenlandse verhuis, wacht daar niet mee: eenmaal het kind vertrokken is, verschuift het dossier naar een ander land en een ander tempo.
Drie begrippen die in verhuisdossiers door elkaar lopen
Voor u iets onderneemt, is het nuttig drie zaken uit elkaar te houden. Het ouderlijk gezag is de beslissingsmacht over de belangrijke keuzes in het leven van het kind; ouders die niet samenleven oefenen dat in beginsel samen uit. De verblijfsregeling bepaalt waar het kind feitelijk verblijft en volgens welk schema. De domicilie is de inschrijving in het bevolkingsregister op een adres, met administratieve en fiscale gevolgen. Een verhuis raakt die drie op een verschillende manier: zij verandert onvermijdelijk de feitelijke situatie, zij kan de verblijfsregeling onwerkbaar maken, en zij leidt tot een nieuwe inschrijving. Wie enkel over de domicilie discussieert, discussieert vaak over het minst belangrijke van de drie.
De verhuisclausule woord voor woord
Een clausule werkt maar wanneer zij toetsbaar is. Voorbeeld van een formulering. Partijen verbinden zich ertoe elkaar schriftelijk en vooraf te informeren over elke wijziging van hoofdverblijfplaats. Wanneer de nieuwe woonplaats de bestaande verblijfsregeling of de schoolgang van de kinderen niet werkbaar laat, verbinden partijen zich ertoe binnen een redelijke termijn samen een aangepaste regeling uit te werken, en bij gebreke daaraan eerst een erkend bemiddelaar in familiezaken aan te spreken vooraleer zij de familierechtbank vatten. Voor een verhuis naar het buitenland is het voorafgaand schriftelijk akkoord van de andere ouder vereist, dan wel een machtiging van de familierechtbank. Dit is een voorbeeldtekst; de termijnen en de afstandsgrens vult u zelf in, want de wet legt daarvoor geen norm op.
Wat u aantoont wanneer u zich verzet
Een verzet dat enkel zegt dat u het er niet mee eens bent, helpt u niet vooruit. De rechtbank oordeelt over het belang van het kind, en dat belang wordt aannemelijk gemaakt met feiten. Werk daarom uit wat de verhuis concreet betekent, en doe dat in cijfers en in dagindeling in plaats van in principes.
- De reistijd tussen de nieuwe woning en de school, en tussen de beide woningen, op een gewone schooldag
- Wat die reistijd doet met het uur van opstaan, met huiswerk en met bedtijd
- De gevolgen voor hobbys, sportclub en vriendenkring van het kind
- Wat er van het huidige schema overblijft en welk alternatief u zelf voorstelt
- Wie welke verplaatsing zou doen en wat dat kost
- Uw schriftelijke pogingen tot overleg, met de antwoorden of het uitblijven ervan
Hoe de procedure verloopt
Zaken over de verblijfsregeling worden geacht spoedeisend te zijn. Artikel 1253ter/4 Ger.W. regelt die spoedeisende familiezaken, en artikel 1253ter/7 Ger.W. voegt daaraan een eigenschap toe die in verhuisdossiers zwaar doorweegt: de zaak blijft ingeschreven op de rol van de familierechtbank, ook na een uitspraak in hoger beroep, en bij nieuwe elementen kan dezelfde zaak opnieuw voor de rechtbank worden gebracht. U moet dus geen volledig nieuwe procedure starten wanneer de situatie na enkele maanden anders blijkt te liggen dan verwacht. Artikel 387bis oud BW is de grondslag voor het opleggen of wijzigen van beschikkingen over het ouderlijk gezag in het belang van het kind. De praktische gevolgtrekking blijft dezelfde: dien uw verzoek in voor de verhuis. Een kind dat al is ingeschreven op een nieuwe school en daar vrienden heeft gemaakt, creeert een stabiliteit die in de afweging meetelt, ook wanneer de verhuis eenzijdig gebeurde.
Voorbeeld: dezelfde afstand, twee uitkomsten
Voorbeeld. Twee ouders wonen op tien kilometer van elkaar met een regeling week om week. De moeder verhuist naar een gemeente op vijftig kilometer wegens een nieuwe betrekking. In het eerste scenario informeert zij de vader maanden vooraf, legt zij een uitgewerkt voorstel voor met aangepaste wisselmomenten op vrijdag na school en met een verdeling van de ritten, en blijft het kind op dezelfde school. In het tweede scenario verneemt de vader de verhuis wanneer het kind vertelt dat het van school verandert. De afstand is identiek, maar de dossiers zijn onvergelijkbaar: in het eerste geval gaat de discussie over een schema, in het tweede over vertrouwen. Dit is een voorbeeld ter illustratie.
Fouten die een verhuisdossier verzwaren
De meeste schade in deze dossiers ontstaat in de weken rond de verhuis, niet in de rechtszaal.
- Wachten tot de verhuis is gebeurd voor u iets onderneemt
- De verhuis aankondigen via de kinderen in plaats van rechtstreeks aan de andere ouder
- Enkel neen zeggen zonder een alternatief schema voor te stellen
- De domiciliewijziging als de kern van het conflict behandelen, terwijl het over verblijf en school gaat
- Het kind inschrijven op een nieuwe school voor er over de verhuis zelf een akkoord of een beslissing is
- Voor een verhuis naar het buitenland vertrouwen op een mondelinge instemming zonder schriftelijk stuk
Waar u verder leest
Deze pagina gaat over de clausule en over de procedure wanneer één ouder zich verzet. Bent u het samen eens over de verhuis, dan blijft er ander werk over: de regeling moet mee verhuizen.
Wat u dan aanpast, leest u op samen een verhuis regelen.
Gehuwd, wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend
De regels over gezag en verblijf gelden voor alle ouders, ongeacht of zij gehuwd waren, wettelijk samenwoonden of feitelijk samenwoonden. Het verschil zit opnieuw in het document waarop u zich beroept. Gehuwden vinden hun verhuisclausule in de familierechtelijke overeenkomst bij hun echtscheiding door onderlinge toestemming. Wettelijk en feitelijk samenwonende ouders nemen dezelfde clausule op in hun ouderschapsovereenkomst. Wie geen enkel stuk heeft, valt terug op de algemene regeling en zal in geval van betwisting hoe dan ook bij de familierechtbank uitkomen.
Juridische bronnen
- • Art. 373, tweede lid oud BW - Vermoeden van instemming tegenover derden
- • Art. 374 §1 oud BW - Huisvesting en belangrijke beslissingen samen
- • Art. 387bis oud BW - Wijziging van een bestaande regeling
- • Art. 1253ter/4 Ger.W. - Spoedeisende familiezaken
- • Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980
- • Verordening Brussel IIter
Klaar om te starten?
Gebruik onze gratis tool of laat uw overeenkomst bekrachtigen voor €599 excl. BTW.