Rechten van Kinderen bij Echtscheiding
Een overzicht van de rechten van kinderen bij scheiding volgens het kinderrechtenverdrag en Belgisch recht.
Kinderrechten bij scheiding
Kinderen zijn geen object van conflict, maar dragers van eigen rechten. Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en de Belgische wetgeving kennen kinderen fundamentele rechten toe die ouders en rechters moeten respecteren. Bij een scheiding worden deze rechten extra relevant.
Het VN-Kinderrechtenverdrag bij scheiding
Het VN-Kinderrechtenverdrag (1989) garandeert elk kind fundamentele rechten die ook bij scheiding gelden: het recht op contact met beide ouders (art. 9 IVRK), het recht om gehoord te worden (art. 12 IVRK), het recht op bescherming tegen verwaarlozing en mishandeling (art. 19 IVRK), en het recht op een toereikende levensstandaard (art. 27 IVRK). Belgische rechters zijn verplicht deze rechten te respecteren bij elke beslissing over kinderen.
Het recht op contact met beide ouders
Elk kind heeft recht op regelmatig persoonlijk contact met beide ouders, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind. Dit recht is niet afhankelijk van het betalen van alimentatie — ook een ouder die de alimentatie niet betaalt, behoudt in principe het contactrecht. Het contactrecht kan enkel beperkt worden door de rechter bij ernstige risico's voor het kind (geweld, verwaarlozing, misbruik).
Wat "het belang van het kind" concreet betekent
Het belang van het kind is de maatstaf die in vrijwel elke beslissing over kinderen terugkeert, en tegelijk de term die het vaagst klinkt. Art. 22bis van de Grondwet verankert dat het belang van het kind de eerste overweging is bij elke beslissing die het kind aangaat. In de praktijk is dat geen abstracte formule maar een concrete afweging: welke regeling geeft dit kind, met deze leeftijd, deze school, deze noden en deze twee ouders, de meeste stabiliteit en de minste schade. Precies daarom bestaat er geen standaardantwoord dat op elk gezin past. Wat voor het ene kind rust brengt, brengt voor het andere onrust.
- Het is een afweging in het concrete dossier, geen formule
- Leeftijd, noden en de feitelijke situatie wegen mee
- Het is de eerste overweging, niet één overweging naast andere
- Het geldt voor beslissingen van de rechter én voor keuzes van de ouders
Rechten van het kind zijn geen rechten van de ouders
Een misverstand dat in vrijwel elk conflictdossier terugkeert: ouders spreken over "mijn recht op mijn kind". Juridisch is dat een omkering. Het contact is in de eerste plaats een recht van het kind, en de plicht van de ouders is om dat contact mogelijk te maken. Dat onderscheid is niet louter theoretisch. Het verklaart waarom een ouder het contact niet kan inruilen tegen iets anders, en waarom afspraken die de ouders wel schikken maar het kind niet, alsnog kunnen sneuvelen bij de toetsing.
Het recht op onderhoud en verzorging
Beide ouders dragen bij in de kosten van huisvesting, levensonderhoud, gezondheid, toezicht, opvoeding en opleiding van hun kind naar evenredigheid van hun middelen (art. 203 §1 oud BW). Die verplichting hangt niet af van de verblijfsregeling en evenmin van de vraag of de ouders gehuwd waren. Zij kan bovendien doorlopen na de meerderjarigheid zolang de opleiding niet voltooid is. Voor het kind betekent dat: het recht op onderhoud volgt uit de afstamming en niet uit de goede verstandhouding tussen zijn ouders.
- Beide ouders dragen bij naar evenredigheid van hun middelen
- De bijdrage staat los van wie het gezag uitoefent
- Zij kan doorlopen zolang de opleiding niet voltooid is
- Zij hangt niet af van het al dan niet gehuwd zijn van de ouders
Het recht om gehoord te worden, kort
Kinderen hebben het recht hun mening te uiten in aangelegenheden die hen aangaan (art. 12 IVRK), en het Gerechtelijk Wetboek werkt dat uit voor procedures voor de familierechtbank (art. 1004/1 Ger.W.). Wij houden het hier bewust kort, omdat het praktische verloop van dat gesprek en de vraag naar de keuzeleeftijd elk op een eigen pagina staan. Wat op deze pagina telt, is het uitgangspunt: gehoord worden is een recht van het kind, en dus nooit een verplichting die u het kind oplegt.
Hoe het gesprek met de familierechter praktisch verloopt, leest u op het gesprek van uw kind met de familierechter.
Het recht op bescherming
Art. 19 IVRK verplicht de overheid kinderen te beschermen tegen elke vorm van mishandeling, verwaarlozing en misbruik. In een scheidingscontext gaat het zelden alleen om fysiek geweld. Ook een kind dat structureel wordt ingezet als boodschapper, als getuige in het conflict van zijn ouders of als bron van informatie over de andere ouder, draagt daar de gevolgen van. Merkt u dat een kind in die rol terechtkomt, dan is dat geen randverschijnsel van de scheiding maar een reden om de manier van communiceren tussen de ouders te wijzigen.
- Bescherming tegen mishandeling en verwaarlozing (art. 19 IVRK)
- Geen rol als boodschapper tussen de ouders
- Geen rol als bron van informatie over de andere ouder
- Geen positie waarin het kind partij moet kiezen
Het recht op privéleven
Art. 16 IVRK beschermt het privéleven van het kind. Twee situaties komen in de praktijk het vaakst terug. De eerste is de publicatie van beeldmateriaal: het gaat om een beslissing die beide ouders in beginsel samen nemen, en niet om een keuze die de ouder maakt bij wie het kind op dat moment verblijft. De tweede is het lezen van berichten: een kind heeft ook tegenover zijn ouders een zekere ruimte, en het meelezen van gesprekken met de andere ouder werkt in een scheidingscontext meestal averechts.
Het recht op informatie over wat er gebeurt
Kinderen hebben recht op leeftijdsaangepaste informatie over de scheiding en de gevolgen ervan. Wat dat concreet inhoudt, is eenvoudiger te beschrijven aan de hand van wat het niet inhoudt. Uw kind heeft er recht op te weten waar het zal wonen, wanneer het bij welke ouder is en wat er in de praktijk verandert. Het heeft er geen recht op — en het heeft er geen baat bij — om de redenen van de breuk, de financiële discussies of de verwijten tussen de ouders te kennen.
- Wel: waar het zal wonen en wanneer het bij welke ouder is
- Wel: wat er praktisch verandert aan school, activiteiten en spullen
- Niet: de redenen van de breuk in detail
- Niet: de financiële discussie of de verwijten tussen de ouders
Hoe deze rechten doorwerken in uw regeling
De rechten hierboven blijven abstract zolang zij niet in de tekst van uw regeling terechtkomen. Een ouderschapsovereenkomst die het contact met beide ouders concreet vastlegt, die de bijdrage in de kosten van het kind uitschrijft en die bepaalt hoe u informatie over school en gezondheid deelt, geeft die rechten uitvoering. Een tekst die alles in algemene bewoordingen laat, verplaatst de discussie naar later, en het is doorgaans het kind dat die discussie draagt. Loopt het toch mis, dan beschikt de rechter over instrumenten om de naleving af te dwingen (art. 387ter oud BW).
- Concrete afspraken over contact met beide ouders
- Een uitgeschreven bijdrage in de kosten van het kind
- Afspraken over het delen van informatie over school en gezondheid
- Een procedure voor wat er gebeurt bij niet-naleving
Een uitgewerkt voorbeeld
Stel dat twee ouders in conflict liggen over de vraag of hun kind bij de ene ouder over de andere mag praten. De ene ouder vraagt na elk weekend wat er gebeurd is; de andere verbiedt het kind daarover iets te zeggen. Beide houdingen zetten hetzelfde kind klem. De rechten van het kind bieden hier een eenvoudige leidraad: het kind heeft recht op contact met beide ouders, op bescherming tegen de druk van hun conflict en op een privéleven. In de praktijk betekent dat: geen van beide ouders hoort het kind uit, en geen van beide ouders legt het kind zwijgen op. Wat de ouders van elkaar willen weten, vragen zij aan elkaar. Dit is een illustratie van hoe u de rechten toepast, geen regel die op elk dossier past.
Wat er misloopt
De schendingen die wij het vaakst zien, gebeuren zelden met opzet. Zij ontstaan doordat een ouder zijn eigen positie verwart met die van het kind.
- Contact koppelen aan het betalen van de bijdrage
- Het kind laten kiezen om zelf niet te moeten beslissen
- Beeldmateriaal publiceren zonder de andere ouder
- Het kind uithoren na elk verblijf bij de andere ouder
- Informatie over school of gezondheid niet doorgeven
- Afspraken in algemene bewoordingen laten en de discussie doorschuiven
Gehuwd, wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend
De rechten van het kind hangen niet af van het statuut van zijn ouders. Het recht op contact met beide ouders, het recht op onderhoud en het recht om gehoord te worden gelden onverkort, of de ouders nu gehuwd waren, wettelijk samenwoonden (art. 1475 e.v. oud BW) of feitelijk samenwoonden. Wat wel verschilt, is de weg waarlangs de afspraken worden vastgelegd: gehuwden nemen die op in hun scheidingsregeling, samenwonenden leggen ze afzonderlijk vast. Voor het kind maakt die weg geen verschil; het resultaat op papier des te meer.
Juridische bronnen
- • Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
- • Art. 22bis Grondwet - Kinderrechten
- • Art. 374 oud BW - Ouderlijk gezag
Klaar om te starten?
Gebruik onze gratis tool of laat uw overeenkomst bekrachtigen voor €599 excl. BTW.